Wetenschap - 17 februari 2010

Zout maakt de berm opener

We strooien deze winter meer zout dan ooit op de wegen. Is dat slecht voor de natuur in de berm? Vegetatiedeskundige André Schaffers van de leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie vindt het wel meevallen.

 ‘Zout verhoogt de concentratie ionen in de bodem. Daardoor stijgt de osmotische waarde, zeg maar de zuigkracht van de bodem. Planten ervaren dat als een soort sterke droogte en de normale natuurlijke vegetatie kan daar niet tegen. Planten verdorren en verschrompelen. Gelukkig is zout goed oplosbaar, dus het meeste spoelt in de loop van het jaar vanzelf weer uit de bodem. We hebben nu twee jaar op rij een strenge winter gehad. Ik verwacht in ieder geval gaten in de vegetatie. Met name in de eerste meter wordt de vegetatie opener. Maar er zijn ook planten die er wél tegen kunnen. Planten van de kust en de kwelders verspreiden zich langzaam naar het binnenland. Deens lepelblad, Kweldergras en Engels gras bijvoorbeeld. Sinds de jaren zestig zie je die ontwikkeling. De vraag is of dat erg is. Wegbermen hebben in ons land een belangrijke functie. Vier procent van ons landoppervlak is natuurgebied. Anderhalve procent is wegberm. Dat is nogal wat. Die bermen worden niet bemest en bijna altijd beheerd. Het zijn potentieel kleine natuurgebiedjes. Ik zeg altijd: die ecologische hoofdstructuur, die hebben we al. Er groeien vegetaties die bijzonder zijn. Als die verdwijnen is dat ernstig, maar die bijzondere vegetaties vind je meestal niet in de eerste meters. Ik ben dus voorzichtig. Je hoort mij niet zeggen dat we niet moeten strooien omdat dat slecht is voor de natuur. Het is niet zo dat de bermen in een klap kaal en dor worden. En wat is erg en wat is herstel, dat hangt van je definitie af. Er komt gewoon iets anders voor in de plaats.'

Re:ageer