Wetenschap - 16 juni 2016

Zorgt bevolkingsgroei voor honger of voedsel?

tekst:
Albert Sikkema

Krijgt de Afrikaanse bevolking steeds meer honger, als gevolg van de snelle bevolkingsgroei en stagnerende landbouwproductie, of zorgt die groeiende bevolking juist voor meer voedsel en ontwikkeling? Daarover verschillen agronoom Ken Giller en socioloog Peter Oosterveer van mening. ‘Er is voldoende voedsel.’

Hoe kan de wereld, om te beginnen Afrika, voldoende voedsel produceren als de bevolking maar blijft groeien? Dat gaat niet lukken, dat leidt tot hongersnood, leerde Thomas Malthus ons al in de 18-de eeuw. Of is voedsel vooral een verdelingsvraagstuk en zorgt die bevolkingsgroei juist voor een hogere voedselproductie? Dat beweerde de econoom Ester Boserup in de vorige eeuw. Niet de agrarische productie bepaalt het voedselaanbod, maar de bevolkingsgroei en vraag naar voedsel dicteert de modernisering en intensivering van de landbouw, stelde Boserup.  

Tijdens een lunchdebat in Impulse op 15 juni nam Ken Giller, hoogleraar Plantaardige productiesystemen, het op voor Malthus en vertrouwde Peter Oosterveer, persoonlijk hoogleraar Milieubeleid, meer op de inzichten van Boserup.

Toegang tot voedsel
Giller loopt al jaren rond op het Afrikaanse platteland. Hij ziet, net als Oosterveer, dat het voedselaanbod in Afrika groeit en diverser wordt en dat dat een reactie is op de bevolkingsgroei. Maar hij ziet ook veel families van zes a acht personen die boeren op minder dan een hectare grond. Die halen onvoldoende inkomen uit hun bedrijfje, ook als ze hun productie verdubbelen, benadrukt Giller. ‘Ze kunnen zich een slag in de rondte werken op hun plot voor 100 dollar per jaar meer of een baan zoeken in de stad.’

Er is genoeg voedsel; de verdeling van en de toegang tot voedsel is het probleem

Giller gaat er hierbij vanuit dat de agrarische productie moet groeien. Maar dat is niet het centrale vraagstuk, stelt Oosterveer. ‘Er is genoeg voedsel; de verdeling van en de toegang tot voedsel is het probleem.’ Je moet dus niet naar de productie van voedsel kijken, maar naar de bevolking en haar vermogen tot innovatie. De investeringen in de Afrikaanse infrastructuur nemen het laatste decennium toe, met name door China, en er zijn nog veel mogelijkheden om de enorme voedselverspilling in Afrika te verminderen, constateert Oosterveer. Hij is optimistisch over de voedselvoorziening.

Importtarieven
Giller werpt tegen dat het politieke klimaat in Afrika ontbreekt om de voedselproductie te verhogen. De Groene Revoluties in Azië en Europa vielen samen met sterke industrialisatie, veel overheidssteun en buitenlandse hulp, en ruilverkaveling om de landbouw op te schalen. Hij ziet die publieke ondersteuning nog niet ontstaan in Afrika. Bovendien zijn er maar weinig commerciële successen in de Afrikaanse landbouw. ‘De Ethiopische qat-telers maken goede verdiensten, maar met commodities als mais en soja kunnen de Afrikaanse boeren niet op tegen de wereldmarktprijzen.'

Giller pleit voor importtarieven om dit probleem te verhelpen en constateert met genoegen dat steeds meer economen het met hem eens zijn. ‘De neoliberale politiek heeft gefaald in Afrika.’

Oosterveer heeft meer vertrouwen in de internationale handel. ‘Wat is er op tegen dat maisboeren uit Iowa Afrikaanse steden voeden? Waarom moet Afrika zichzelf voeden? Dan beperk je de oplossingen. Het gaat om toegang tot voedsel. En we moeten niet te negatief zijn over de mogelijkheden in Afrika. Ik was in Rwanda in de jaren tachtig. Toen werd er al op gewezen dat er spoedig niet voldoende voedsel zou zijn voor de groeiende bevolking. Er woonden toen 2 miljoen mensen. Nu wonen er ruim 10 miljoen mensen in Rwanda en de voedselsituatie is duidelijk verbeterd. Er is ontwikkeling in Afrika.’


Re:ageer