Organisatie - 1 januari 1970

Zorgen over rem op systeeminnovatie

Geen onthullingen over contractonderzoekers die zich voor het karretje van hun opdrachtgever lieten spannen. Op de studiedag ‘Wie betaalt bepaalt?’ waren er vooral zorgen over de kennisinfrastructuur voor de landbouw en de remmende werking van specialisten.

Met de betrouwbaarheid van het landbouwkundig onderzoek zit het blijkbaar wel goed. Dit zou je althans kunnen concluderen uit de studiedag over de diversiteit en betrouwbaarheid van het onderzoek in de levenswetenschappen die vorige week in Utrecht werd gehouden. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Stuurgroep Technology Assessment die binnenkort hierover een advies wil uitbrengen aan minister Veerman van LNV.
De stuurgroep had wel drie inleiders uitgenodigd die spraken over hun praktijkervaringen rond ‘betrouwbaarheid onder druk’. Akoesticus prof. Guus Berkhout van de Technische Universiteit Delft gaf een gedreven toelichting op het ‘dossier van leugen en bedrog’ rond de aanleg van de vijfde landingsbaan bij het vliegveld Schiphol. De Leidse socioloog prof. André Köbben - onder meer auteur van de klassieker over onderzoek in opdracht ‘De onwelkome boodschap’ - was milder. ‘De doodzonde, het bewust produceren van leugens, komt niet veel voor. De opeenstapeling van dagelijkse zonden is echter veel schadelijker voor de wetenschap.’

Geheim
De derde inleider, de Wageningse filosoof prof. Michiel Korthals, liet doorschemeren dat hij tijdens zijn colleges met studenten over ethische problemen meer te weten komt, dan dat er officieel bekend wordt gemaakt. Het gaat dan om zaken als het weglaten van data, het lang achterhouden van onderzoeksresultaten en het opvoeren van extra auteurs in publicaties. Hij pleit ervoor om de ‘rand rond promovendi sterker te maken’, omdat zij in dit spel vaak een zwakke speler zijn. Zo wil hij dat in de ethische richtlijnen van Wageningen Universiteit duidelijker de maximale termijn wordt aangegeven dat onderzoeksresultaten geheim mogen blijven. Hij denkt hierbij aan een termijn van maximaal een half jaar.
Verder maakte Korthals duidelijk dat de life sciences in een bijzondere positie verkeren omdat zij vergeleken met gangbare wetenschappen te maken hebben met een zeer complexe omgeving en daardoor hoge wetenschappelijke onzekerheid. Dit terwijl er op dit terrein wel veel op het spel staat. ‘Er is altijd wel een onderzoekje te presenteren waaruit blijkt dat twee glazen rode wijn het risico op kanker vergroten of juist helpen tegen hart- en vaatziekten’, aldus Korthals. De belangenconflicten van onderzoekers zouden wat hem betreft niet alleen in wetenschappelijke tijdschriften maar ook in de massamedia vermeld moeten worden.

OVO-drieluik
In het middagdebat over innovatie werd vooral ingegaan op de vraag hoe systeeminnovaties bereikt kunnen worden. Zeker nu iedereen het eens lijkt te zijn dat het ooit zo succesvolle, lineaire innovatiesysteem van Onderzoek, Voorlichting en Onderwijs (het OVO-drieluik) niet meer werkt. Volgens dr Henk van Latesteijn van het Transforum Agro en Groen is het vooral nodig de kennisinfrastructuur ‘te ontschotten en dynamiseren’. Hij hield dan ook een pleidooi om de aandacht van specialismen te verschuiven naar transdisciplinariteit. Hierbij wordt niet alleen samengewerkt tussen vakgebieden maar ook met belanghebbenden. ‘Kennis moet stromen, niet in diepe putjes verborgen blijven. Specialisatie was ooit de motor, maar is nu de rem op systeeminnovaties’, aldus Latensteijn.
Zijn referent prof. Martin Kropff, directeur van de Plant Sciences Group, maakte zich zorgen dat veel aanwezigen nog steeds uitgaan van ‘oude beelden’ over Wageningen. Er wordt volgens hem al lang gewerkt aan kleine actieve intermediairs die zorgen voor kenniskoppeling met marktpartners. Zo maar alle structuren op de schop zetten zou volgens hem alleen maar contraproductief werken. ‘Als je te snel wilt veranderen, moet je instituten opheffen en dat willen we niet. Het lijkt me niet verstandig alles in de lucht te gooien en opnieuw te beginnen’, aldus Kropff.
Kennisspecialisatie is volgens hem ook helemaal geen rem op systeeminnovatie. ‘We hebben T-shaped skills nodig. Mensen die met specialistische kennis om in de diepte te kunnen gaan die toch voldoende generalist zijn om verbanden te kunnen leggen. Die mensen leiden we al op in Wageningen’, aldus Kropff. In plaats van het OVO-drieluik presenteerde hij de OVOO-ruit, waarbij Ondernemerschap wordt toegevoegd aan de traditionele drie van Onderzoek, Onderwijs en Voorlichting.

Weldadige chaos
Tijdens de slotsessie van de dag, die aanbevelingen aan de landbouwminister zou moeten opleveren, werd de Wageningse rector prof. Bert Speelman nog even aan de tand gevoeld. Hij verklaarde dat het een juiste keuze is geweest de universiteit te dwingen – ‘laten we het niet mooier voorstellen, dan het was’ – samen te werken met de instituten. Het is misschien allemaal nog niet optimaal, maar de organisatie is volgens hem wel op de goede weg.
De suggestie te komen tot een nieuw centraal regieorgaan om onderzoeksagenda’s op elkaar af te stemmen, vond weinig weerklank. Volgens prof. Roel in ’t Veld, voorzitter van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek, gedijen Nobelprijswinnaars meestal nog het best in een ‘weldadige chaos’. Speelman viel hem bij: ‘Als dat zoiets wordt als NWO, waarin ze eerst zeggen welk onderzoek zij belangrijk vinden om vervolgens te vragen er de helft zelf bij te leggen, maak ik mij ernstig zorgen. Dan zet ik mijn geld liever op anarchistische onderzoekers.’

Gert van Maanen

Re:ageer