Wetenschap - 9 september 2015

Zoolzweer wegfokken bij vee kost tijd en melk

tekst:
Albert Sikkema

Steeds meer melkkoeien kampen met klauwproblemen. Omdat die aandoeningen deels een genetische oorzaak hebben, kun je ze terugdringen met fokkerij, constateert promovendus Dianne van der Spek. Maar dat duurt heel lang en er zit wel een prijskaartje aan: minder melk.

Veel melkkoeien hebben last van hun klauwen. Dan hebben ze bijvoorbeeld last van Mortellaro, een pijnlijke bacteriële infectie aan de klauw die bovendien erg besmettelijk is. Of ze hebben zoolzweer, een pijnlijke infectie in de hoef van het dier. ‘Als je niets doet, nemen deze klauwaandoeningen langzaam toe bij de koeien’, zegt Van der Spek. ‘Dat zie je ook in de praktijk. Klauwaandoeningen zijn inmiddels de derde kostenpost voor melkveehouders.’

Van der Spek kreeg de gegevens van veel Holstein koeien die geregeld werden bekapt. Bij die koeien hadden de klauwbekappers de gezondheid van de klauwen beoordeeld. Die gegevens koppelde ze aan de stamboekgegevens van de koeien. Zo berekende ze welk deel van de totale variatie in klauwgezondheid erfelijk was. Voor zes belangrijke klauwaandoeningen vond ze een erfelijkheidsgraad van tussen de 2 en 14 procent. ‘Dat is een laag percentage. Ook omgevingsfactoren, zoals de diervoeding en de stalvloer, hebben invloed op de klauwgezondheid.’

Door die lage percentages kost het veel tijd om de klauwgezondheid te verbeteren langs genetische weg. ‘Wanneer je alleen selecteert op melkproductie, neemt het percentage koeien met zoolzweer toe met 2 procent per 10 jaar. Door stieren te selecteren die minder zoolzweer vererven aan hun dochters, kan een toename in zoolzweer worden voorkomen of zelfs teruggedrongen.’ En dat is interessant voor de melkveehouders, want klauwproblemen vormen een grote kostenpost en welzijnskwestie. Dus de boeren willen er graag wat aan doen.’ En in de praktijk kan dat ook, want de fokkerijbedrijven geven inmiddels met een fokwaarde aan hoe hun stieren presteren op het gebied van klauwgezondheid.

Toch zit er ook een prijskaartje aan het selecteren op klauwgezondheid; de melkgift van de koeien vermindert. Als de melkveehouders de groei van zoolzweer willen stoppen, kost ze dat melkproductie, om precies te zijn 1,92 kilo melkeiwit per koe na tien jaar. De zoolzweer terugdringen kost nog meer melkproductie.

Maar de melkveehouders hebben nog een manier om de klauwaandoeningen via fokkerij terug te dringen. Ze kunnen ook kiezen voor stieren waarvan de dochters minder vaak bekapt hoeven te worden. Van der Spek berekende een erfelijkheidsgraad van 9 procent voor bekapbehoefte en dit geeft aan dat de behoefte voor bekappen ook een genetische aanleg heeft. Er is al een nieuwe fokwaarde voor bekapbehoefte.

Dianne van der Spek promoveert op 11 september bij Johan van Arendonk, hoogleraar Fokkerij en Genetica.


Re:ageer