Wetenschap - 1 januari 1970

Zonder steun in de rug faalt missie op technobeurs

,, Ik heb het vuur uit mijn sloffen moeten lopen’’, zegt dr Dion Florack van Plant Research International. ,,Maar het was de moeite waard. Dubbel en dwars.’’ Een paar weken geleden stond hij, samen met medewerkers van Rikilt en zijn eigen instituut, op de belangrijkste biotechbeurs ter wereld: de Bio2004 in San Francisco. Het werd een succes, vooral dankzij een goede voorbereiding en hulp van buiten.

De Wageningse deelname aan de beurs bleef niet onopgemerkt. De San Francisco Chronicle besteedde er nog aandacht aan in zijn kolommen. ,,Wageningen is bekend’’, zegt Florack. ,,Net als Plant Research International. Ik heb aan niemand hoeven uitleggen voor wie ik werkte. Bij iedereen in ons veld kent ons.’’
Een evenement als de Bio2004 is belangrijk, zegt Piet Stouten van Rikilt. ,,Zien en gezien worden. Daar komt het op neer. Je moet laten zien dat je er bent, en als je al een tijdje meedraait, laten zien dat je er nog steeds bent. Het is moeilijk om nou concreet aan te geven wat wij als Rikilt aan San Francisco hebben overgehouden, maar ik weet wel dat het van onschatbaar belang is dat we er hebben gestaan.’’

Hoog bezoek
Zo kon de stand van Rikilt zich bijvoorbeeld tien minuten lang in de aandacht verheugen van de premier van Maleisië, die de beurs namens zijn land bezocht. Rikilt is coördinator van het EU-project Selamat, waar ook Maleisië aan deelneemt. Het project is bedoeld om informatie uit te wisselen tussen Europese en Aziatische onderzoekers en beleidsmakers op het gebied van voedselveiligheid. Het project moet zorgen dat Azië kan blijven voldoen aan de Europese normen voor bijvoorbeeld PCB’s of GMO’s, en de import in gevaar komt.
,,Het project gaat officieel in augustus van start tijdens een bijeenkomst in Wageningen’’, zegt Stouten. ,,Maar aan Maleisische kant gaat het allemaal een beetje stroef. Hopelijk trekken we dat nu weer vlot.’’
Florack heeft soortgelijke ervaringen. Plant Research International doet al jaren zaken met de Amerikaanse Dow Chemical Company, en Florack heeft in San Francisco belangrijke handen in het concern kunnen schudden. Hij heeft kunnen bemiddelen voor een Nederlands bedrijf, al heeft hij zelf geen belangrijke overeenkomsten gesloten. ,,Maar die zullen er ook niet komen als je op zulke evenementen niet rondloopt.’’
Aan de andere kant is het ook niet voldoende om er ‘alleen maar te gaan staan’, zegt Stouten. ,,Het aanbod is enorm, er zijn 17.000 bezoekers. Je verdrinkt in de massa. Je moet je voorbereiden. Daar gaat de meeste tijd in zitten.’’ Dat het Wageningse bezoek aan San Francisco slaagde was dan ook te danken aan hulp van buiten. De door het ministerie van EZ opgezette investeringsmaatschappij Oost NV, die probeert meer bedrijven in de Food Valley Nederland van de grond te krijgen, stond de instituten bij. De instituten maakten deel uit van de Nederlandse missie, die werd gecoördineerd door Oost NV en Economische Zaken.
,,Verleden jaar heeft een medewerker van Oost NV een kwart jaar in San Francisco gezeten om voorbereidend werk te doen’’, zegt Florack. ,,Dit jaar was het minder omdat Oost NV gebruik heeft kunnen maken van de bestaande contacten, maar alles bij elkaar is het ook dit jaar een enorme klus geweest.’’
In zijn geval hebben medewerkers van Oost NV hem geholpen om bij dertig bedrijven een voet tussen de deur te krijgen, vertelt Florack. ,,We benaderden de bedrijven met een brief, en hebben na het versturen net zo lang gebeld, gemaild en gefaxt tot ik een afspraak had. Als Oost NV niet had geholpen was het me niet gelukt.’’
Het was geen tevergeefse moeite. Stouten en Florack hebben in San Francisco gemerkt dat Food Valley ‘werkt’. Het idee van een concentratie instituten en bedrijven, vlak bij elkaar en ook nog eens onder de paraplu van Grote Broer Wageningen UR, doet de oren spitsen. In gesprekken laten de bedrijven merken dat ze geïnteresseerd zouden zijn om zich in de voedselvallei te vestigen.
,,Het is een mix van eigenschappen waardoor Food Valley voor bedrijven interessant is. ,,De concentratie van kennis, op een uur afstand van Amsterdam, vlak bij Duitsland, geen grootstedelijke toestanden.’’ En, last but not least, aantrekkelijke subsidies en regelingen van de Nederlandse overheid voor bedrijven die zich in Food Valley vestigen.
,,Daarom werkte de combinatie met de mensen van Oost NV zo goed’’, zegt Florack. ,,Bij veel van mijn afspraken was er iemand van hen bij, en als zij vertellen wat er hier voor mogelijkheden zijn, dan merk je dat er aan de andere kant een schakelaar overgaat. De subsidies maken de samenwerking met een Wageningse instelling ook nog eens financieel interessant.’’

Toenadering
Nuttig zijn beurzen ook voor het opdoen van nieuwe contacten. ,,In 2007 begint het zevende kaderprogramma van Brussel’’, zegt Stouten. ,,Je zag in San Francisco dat er nu al partijen toenadering tot elkaar zoeken. De EU stimuleerde dat. Brussel had een eigen stand.’’
Florack heeft dezelfde ervaring. ,,Wij doen veel onderzoek naar technieken om farmacologische eiwitten in planten te produceren’’, zegt hij. ,,Er stonden op de beurs bedrijven die ook op dat veld bezig waren, en waar ik snel even een handje ben komen geven. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik nog nooit van ze had gehoord.’’ Maar zij wel van hem.
Willem Koert

Re:ageer