Wetenschap - 8 mei 2018

Zonder reukvermogen toch ruiken

tekst:
Anja Janssen

Voor het eerst is aangetoond dat de hersenen van mensen die niet meer kunnen ruiken, toch reageren op geuren en op snuiven. Training van het geurvermogen heeft in zulke gevallen dan mogelijk toch zin.

© Shutterstock

Dat blijkt uit onderzoek van het Reuk- en Smaakcentrum van Wageningen University en Ziekenhuis Gelderse Vallei in samenwerking met onderzoekers van de Universiteit van Graz. Het is gepubliceerd in Human Brain Mapping. De onderzoekers gebruikten daarvoor de data van patiënten met een geheel of gedeeltelijk aangetast reukvermogen. Ze onderzochten of en hoe de hersenen van deze personen reageren op geur en het opsnuiven van geurloze lucht.

Hersennetwerken
‘We zijn bijna drie jaar geleden gestart met het Reuk- en Smaakcentrum en dit is onze eerste publicatie’, vertelt onderzoeksleider Sanne Boesveldt. Eerst werd de mate van aantasting van het reukvermogen vastgesteld met een reuktest. Vervolgens maakten de onderzoekers met functionele MRI de activiteit van hersennetwerken in het brein zichtbaar. De resultaten zijn verrassend. Als de patiënten aan een geur werden blootgesteld, zagen de onderzoekers niet alleen activatie in het geurnetwerk in het brein, maar ook in de kleine hersenen (het cerebellum) en het visuele netwerk.

We zien niet alleen hersenactiviteit als de patiënten aan geuren worden blootgesteld, maar ook als ze geurloze lucht opsnuiven
Sanne Boesveldt

Dat er überhaupt hersenactiviteit is én dat hier meerdere hersennetwerken bij zijn betrokken, was nog niet eerder in onderzoek aangetoond bij mensen zonder reukvermogen, zegt Boesveldt. ‘En het interessante is dat we niet alleen hersenactiviteit zien als de patiënten aan geuren worden blootgesteld, maar ook als ze geurloze lucht opsnuiven.’ De bevindingen zijn volgens Boesveldt een indicatie dat reuk- en snuiftraining ook kan helpen bij mensen die hun reukvermogen volledig zijn kwijtgeraakt.

Snuiftraining
‘Als er nog activiteit in de hersenen is, dan zijn blijkbaar de betrokken zenuwbanen nog wel intact', redeneert Boesveldt. 'En dat geeft aanknopingspunten voor training.’ Vanwege het gevonden effect van snuiven op de hersenactiviteit, speculeert ze dat snuiftraining zou kunnen bijdragen aan een (gedeeltelijk) herstel van het reukvermogen. Tot nu toe zetten artsen alleen reuktraining in bij mensen met een gedeeltelijk aangetast reukvermogen.

De patiënten moeten in zo'n geval twee keer per dag aan een aantal potjes met verschillende geuren ruiken. Het vergt veel geduld, want soms is pas na een half jaar resultaat te zien, vertelt Boesveldt. ‘Op basis van de gegevens die we nu hebben, kunnen we gaan uitpuzzelen voor welke specifieke patiëntengroepen training al dan niet zinvol kan zijn.’ 


Re:ageer