Wetenschap - 1 januari 1970

Zonder ethiek heeft Wageningen geen ruggengraat

De kans groeit dat werknemers van Wageningen UR zijn hulp zullen inroepen. ,,Steeds meer onderzoek gebeurt met extern geld’’, zegt dr Dick van Zaane, Vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit. ,,Dat brengt nou eenmaal met zich mee dat onderzoekers in een spagaat kunnen komen tussen hun integriteit als onderzoeker en de agenda van hun opdrachtgever.’’ In een rapport aan de Raad van Bestuur rapporteerden Van Zaane en zijn collega Tjard de Cock Buning een dozijn gevallen waarin onderzoekers in ethische dilemma’s verstrikt zijn geraakt.

Het gros van zijn tijd is Van Zaane kwijt met het besturen van de bibliotheek van Wageningen UR. Maar daarnaast zijn hij en De Cock Buning sinds 1999 officieel Vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit. Cees Veerman himself, die ethiek hoog op zijn agenda had staan, heeft de beide mannen nog aangesteld. ,,Wij oordelen niet’’, benadrukt Van Zaane. ,,We wijzen onze cliënten op een oplossing. We geven ze informatie of raden een manier aan waarop ze de zaak bespreekbaar kunnen maken. Als we er niet uitkomen, kunnen we ze tenslotte doorverwijzen naar het Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit.’’
,,Wij rapporteren direct aan de Raad van Bestuur’’, vervolgt Van Zaane. ,,Ik heb overleg met Bert Speelman over de zaken die we in behandeling hebben. Over wie het gaat, weet hij niet. We garanderen mensen die bij ons komen anonimiteit.’’ En wat Bert Speelman niet mag weten, dat mag het Wb ook niet weten. Omdat hij zijn cliënten beschermt, kan Van Zaane geen concrete gevallen voorleggen van onderzoekers die in gewetensnood zijn gekomen. Maar hij kan wel de principes uitleggen die hij in zulke gevallen hanteert.

Geheimhouding

,,Onderzoekers kunnen een contract hebben ondertekend met een opdrachtgever waarin staat dat ze hun mond moeten dichthouden over wat ze vinden’’, schetst de vertrouwenspersoon een hypothetisch geval. ,,Maar als ze tijdens dat onderzoek op dingen stuiten waarvan ze denken dat die eigenlijk naar buiten zouden moeten, dan zitten ze met een probleem.’’
In die gevallen steunt de Nederlandse wet de onderzoekers, heeft Van Zaane ontdekt. ,,Er is een wet die onderzoekers dan ontslaat van hun plicht tot geheimhouding.’’ Daarvoor moet de kwestie weliswaar van ‘groot maatschappelijk belang’ zijn, maar toch.
,,Stel je nou voor dat een fabrikant van een gezonde yoghurt beweert dat zijn product het cholesterol met zeventig procent verbetert. De onderzoekers vinden echter dat die verbetering maar dertig procent is. Als ik zo’n geval op mijn bureau zou krijgen, zou mijn eerste vraag aan de onderzoekers zijn of ze al met hun opdrachtgevers hebben overlegd. De eerste stap zou zijn om samen een nieuw experiment op te zetten dat aangeeft hoe groot die verbetering nou precies is. De opdrachtgever zou vervolgens de bevindingen moeten publiceren.’’
Of de onderzoekers dan contractbreuk plegen, laat Van Zaane aan henzelf over. ,,Ik zal ze vragen of ze het nog acceptabel vinden om te zwijgen. Wetenschappelijke integriteit is een sleutelbegrip in die gevallen.’’
Als de onderzoekers geen eieren voor hun geld kiezen, dan moeten ze zich gesteund weten door de organisatie, vindt de vertrouwenspersoon. ,,Stel je voor dat de dwarse onderzoeker in dat hypothetische geval financieel afhankelijk is van zijn opdrachtgever. Of erger: dat een hele onderzoeksgroep daarvan afhankelijk is. Als onderzoekers hun contract kwijtraken omdat ze hun integriteit willen bewaren, moet Wageningen UR die onderzoekers voor één tot twee jaar hun baan garanderen, zodat ze de kans krijgen nieuwe klussen binnen te halen.’’

Status en geld

De problemen waar de meeste cliënten van De Cock Buning en Van Zaane mee worstelen hebben echter niets met externe opdrachtgevers te maken. Evenmin betreffen die de wetenschappelijke fraude, die de vertrouwenspersonen ook in hun portefeuille hebben. In plaats daarvan komen Van Zaane en zijn collega het meest in aanraking met problemen rond het auteurschap, die ontstaan als wetenschappers zoveel mogelijk A-publicaties op hun naam willen hebben.
,,Het gaat niet alleen om de wetenschappelijke reputatie, zegt Van Zaane. ,,Het gaat ook om financiën. Kijk maar naar de ruzie in de virologische gemeenschap tussen Luc Montagnier en David Baltimore over wie de ontdekker van het HIV-virus nu precies is. Die ruzie gaat niet alleen om reputatie, maar ook om het geld dat bijvoorbeeld wordt verdiend met HIV-tests. De wetenschapper die als eerste over het HIV-virus heeft gepubliceerd, kan een gedeelte van die inkomsten claimen.’’
Als onderzoekers denken dat ze ten onrechte niet als auteur worden vermeld, of als ze denken dat anderen ten onrechte juist wel als auteur worden aangemerkt, dan legt Van Zaane ze het begrip ‘conceptuele bijdrage aan de voortgang van de wetenschap’ voor. Wie die heeft geleverd, door een idee of kritisch commentaar, heeft recht op het auteurschap.
Het begrip biedt Van Zaane ook houvast bij een ander fictief voorbeeld, van het soort waarover in elke universiteitsstad wel geruchten de ronde doen: een student doet tijdens zijn afstudeervak een opmerkelijke ontdekking waarover niet hij, maar zijn begeleider tot in lengte van dagen gewaardeerde publicaties schrijft. Mag dat?
Dat hangt er vanaf, zegt Van Zaane. ,,Wie realiseert zich dat die ontdekking bijzonder is? Daar hangt het vanaf. Als de student zich realiseert dat hij iets heeft gevonden dat de wetenschap verder helpt, dan verdient hij het co-auteurschap van een paar publicaties, ook als hij daaraan niet heeft meegewerkt. Dat hoeft niet als diezelfde student iets rapporteert en niet hij, maar zijn begeleider zich realiseert hoe spectaculair die ontdekking is.’’
De vertrouwenspersonen zijn zo vaak tegen dit soort problemen opgelopen dat ze in hun jaarverslag voor de Raad van Bestuur richtlijnen hebben voorgesteld die een einde aan de onduidelijkheid moeten maken. De voorstellen liggen in het postvakje van de wetenschapsdirecteuren, de onderzoeksscholen en de onderwijsinstituten en verschijnen binnenkort op intranet.

Ruggengraat

Het aantal gevallen dat Van Zaane sinds zijn aanstelling heeft leren kennen is niet zo verschrikkelijk groot. ,,Laat ik het zo formuleren: Tjard en ik vonden het niet nodig om onze vakanties op elkaar af te stemmen’’, zegt Van Zaane. ,,Dat is niet nodig als je drie cases per jaar hebt.’’
Toch gaan de vertrouwenspersonen de komende tijd via intranet de medewerkers van Wageningen UR informeren over hun werk. Dat is belangrijk, vinden ze. ,,Wageningen UR heeft een ethische code waarvan we vinden dat die meer bekendheid moet krijgen. Als onderzoekers in de problemen komen, kan de code ze duidelijkheid geven. Die code moet gaan leven. Hij moet de ruggengraat van de organisatie gaan vormen.’’

Willem Koert

Re:ageer