Wetenschap - 1 januari 1970

Zonder bos geen bosbessen

Om de populatie scholeksters in de Waddenzee levensvatbaar te houden moeten drie keer zoveel kokkels gereserveerd worden dan tot nu toe gedacht. In september moet er minimaal tweehonderd kilo kokkelvlees per vogel op het wad liggen om de scholeksterpopulatie op de lange duur levensvatbaar te houden. De onderzoekers schatten dat de kokkelvisserij zorgt voor een daling van twaalf procent van het aantal scholeksters in de Waddenzee.

,,Als je het bos kapt, kun je daarna ook geen bosbessen meer plukken.'' Onderzoeker dr Kees Rappoldt van Alterra Texel kreeg tijdens het wetenschappelijke congres over de schelpdiervisserij op donderdag 29 januari de lachers mee, toen hij met deze analogie duidelijk maakte dat stabiele mosselbanken in de Waddenzee een basis vormen voor vogels en vissers. Door het bevissen van stabiele mosselbanken door mosselvissers daalde het aantal scholeksters van 260.000 in de jaren negentig naar 170.000 nu. ,,De stabiele mosselbanken zijn het hart van de Waddenzee.'' Want de mosselbanken vormen volgens Rappoldt de basis voor een zeer rijk ecosysteem, waar niet alleen scholeksters van profiteren.
Door het wegvallen van de mosselbanken zijn de scholeksters afhankelijk van het - sterk fluctuerende - aantal kokkels in de Waddenzee. Daarom worden kokkels gereserveerd voor de vogels. Tot nu toe werd daarbij uitgegaan van de zogenaamde fysiologische voedselbehoefte. Maar uit het onderzoek van Rappoldt en zijn collega's blijkt dat de zogenaamde ecologische voedselbehoefte drie keer zo hoog ligt. Die conclusie komt overeen met andere onderzoeken. De Britse ornitholoog dr John Goss-Custard liet tijdens het wetenschappelijk congres zien dat scholeksters meer voedsel nodig hebben, omdat ze met elkaar concurreren voor dezelfde mosselen en kokkels. Ook maakte hij duidelijk dat de puur fysiologische voedselbehoefte niet voldoende is om de vogels in een zodanige conditie te krijgen dat ze vetreserves aanmaken en kunnen reproduceren.

Levensvatbaar/b>
Rappoldt en zijn collega's berekenden dat een reservering van tweehonderd kilo kokkelvlees per scholekster het minimum is om de populatie levensvatbaar te houden. Dat betekent dat er voor 260.000 scholekster in totaal 52.000 ton kokkelvlees in de Waddenzee zou moeten liggen, en zo'n hoeveelheid heeft er in de jaren negentig slechts drie keer gelegen. ,,Er kunnen dus geen 260.000 scholeksters van kokkels leven,'' aldus Rappoldt, ,,en dat is vroeger ook nooit het geval geweest, omdat de meeste scholeksters toen mosselen aten op de mosselbanken.’’
Volgens Rappoldt is het aantal scholeksters alleen te begrijpen als een langetermijntrend. ,,De kokkelstand varieert heel erg van nature'', stelt hij. Op de korte termijn is het aantal kokkels nauwelijks van invloed op de populatie scholeksters, omdat de vogels langlevende dieren zijn die zich niet snel voortplanten en ook niet massaal dood gaan. ,,Het werkt niet zoals met muizen op een zak tarwe.'' In sommige jaren kan er daarom best gevist worden. ,,Soms zijn er heel veel kokkels in de Waddenzee. Maar je moet wel zorgen dat er voldoende overblijft, zodat ook de vogels een goed jaar hebben.'' In de jaren negentig hadden vijftienduizend scholeksters meer in de Waddenzee kunnen leven als er geen kokkelvisserij was geweest.

Voedselstress
De kokkelvisserij is volgens Rappoldt niet primair verantwoordelijk voor de daling in het aantal scholeksters, maar zorgt wel voor voedselstress. Kokkels groeien op mosselbanken. ,,Zonder een grote bijdrage van stabiele mosselbanken ligt er bijna altijd minder dan tweehonderd kilo kokkelvlees per (kokkels etende) scholekster en daalt het aantal vogels'', aldus Rappoldt. ,,Voedselreservering is echter geen garantie voor het ecologisch behoud van het waddengebied'', stelt Rappoldt. Essentieel voor het behoud van de scholeksters is het herstel van stabiele mosselbanken. De kokkelbanken worden door de frequente mechanische bevissing in een continu verstoorde toestand gehouden. Maar de zeer langzaam terugkerende stabiele mosselbanken, waar mossels leven op een ondergrond van slik met dode schelpen, bevatten niet alleen mosselvlees. Ze vormen met hun rijke habitat een basis voor het hele ecosysteem van de Waddenzee.

Martin Woestenburg

Re:ageer