Student - 21 februari 2008

Zon, natuur en zure melk

Studente Internationale ontwikkelingsstudies Sabrina Samson twijfelde lang over haar stage. Uiteindelijk koos ze voor analytisch onderzoek met veel statistiek. Maar dan wel op het continent waar ze altijd al heen wilde: Australië.

1917_nieuws.jpg
1917_nieuws.jpg

Foto: .

‘Ik heb in Australië aardig wat vrienden en familie. Een goed excuus om daar te zoeken naar een stage. Ik vond een plek bij een milieuorganisatie en vertrok in periode één van dit academische jaar. Mijn onderzoek richtte zich op de schade die ratten aanrichten op kleine boerderijen in Vietnam. Het bureau waarvoor ik werkte had enkele van dit soort projecten lopen. Uit een hele grote dataset haalde ik de cijfers die belangrijk zijn voor dit probleem. Met mijn cijfers gaan onderzoekers kijken hoe ze de rattenplagen kunnen bestrijden. Ze gebruiken nu rattengif maar het probleem is dat de mensen daar ook ratten eten. Daarom zoeken ze andere oplossingen.
Mijn onderzoek bestond voornamelijk uit lekker spitten, databases opschonen en leren hoe je een echt onderzoeksvoorstel moet schrijven. Allemaal dingen die ik nog nooit had gedaan. Ik heb er erg veel van geleerd. Terwijl ik daaraan werkte plukte mijn vriendje, die ook mee was, meloenen bij een kweker. En in de vrije uurtjes ging hij kitesurfen.
We kwamen midden in de Australische winter in Sydney aan. Temperaturen lagen rond de twintig à vijfentwintig graden. Wonderbaarlijk genoeg liepen er mensen met handschoenen en dikke winterjassen rond. Later in het jaar schoof het maximum op naar boven de vijfendertig graden. Geen wonder dat ze het dan koud hadden in de winter. Het was er zo warm dat douchen haast geen zin leek te hebben. Het was non-stop zweten. Een ritje met de fiets om verse melk te halen resulteerde al na twintig minuten in zure melk.
Ik woonde in een studentenhuis met acht Australische studenten. Ze waren allemaal een stuk serieuzer dan we hier in Nederland zijn. Stappen doen ze wel maar dan zonder bier omdat het duurder is dan sterke drank.
Ik heb een autootje gekocht om te kunnen reizen. De dichtstbijzijnde stad lag op vier uur rijden afstand en in de tussentijd kwam je werkelijk niets tegen. Dat is best fascinerend vergeleken met Nederland. Ik heb ontzettend veel gezien: bossen, watervallen, beekjes waarin je kan zwemmen en veel slangen waarvan ik er ook één heb vastgehouden. Dat was dan wel in een dierentuin. Het hoogtepunt van de trip was het zwemmen onder de hoogste ononderbroken waterval van Australië.’

Re:ageer