Wetenschap - 7 januari 2016

Zoeken naar een betere banaan

tekst:
Rob Ramaker

Gert Kema wil de bananenplant beschermen tegen een oprukkende schimmelziekte. Afgelopen december werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar Tropische fytopathologie.

Zijn carrière begon met tarweonderzoek maar tegenwoordig staat Gert Kema vooral bekend om zijn werk aan bananen. Wereldwijd wordt de commerciële bananenteelt, die volledig leunt op één ras, bedreigd door een nieuwe variant van de schimmel Fusarium. Deze veroorzaakt de Panamaziekte die in de jaren vijftig de toen dominante bananensoort de das om deed. Kema zoekt naar oplossingen voor de korte, maar vooral, lange termijn. ‘Deze benoeming zie ik als erkenning voor het werk wat we afgelopen jaren hebben gedaan.’

Het is werk waarmee het makkelijker is geld aan te trekken dan voor zijn tarweonderzoek. Zo werkt hij samen met bananenbedrijven en overheden van landen met veel bananenexport. Geld vinden voor lange termijnoplossingen, zoals het maken van nieuwe of verbeterde bananenrassen, is echter lastig. ‘Je moet op zoek naar de geldstroom die bij je onderzoek past.’

Daarom richtte Kema enkele jaren terug met twee compagnons het bedrijf MusaRadix op. Hiermee zoekt hij in wilde banaansoorten naar genen die de plant beschermen tegen Fusarium. Ook test MusaRadix veelbelovende bestrijdingsmethodes die door bedrijven op de markt worden gebracht. Mogelijk kunnen deze de Fusarium-epidemie afremmen.

Als buitengewoon hoogleraar zal Kema samenwerken met Bart Thomma, hoogleraar Fytopathologie. Samen willen ze een cursus Tropische fytopathologie opzetten die studenten kennis laat maken met een scala aan ziekten in tropische gewassen. Kema wil hierbij zijn internationale netwerk in bijvoorbeeld Costa Rica inzetten.

Ik heb geen enkele Nederlandse PhD-student.
Gert Kema, buitengewoon hoogleraar Tropische fytopathologie

Verder hoopt Kema zijn werk uit te breiden naar de (schimmel)ziektes van koffie en cacao. Zo overlegt hij met de Ecuadoraanse overheid over een groot project met 27 PhD-studenten. ‘Dat gaat niet alleen over ziektes’, zegt Kema. Er zal bijvoorbeeld ook worden gewerkt aan cadmiumtolerante gewassen. ‘Het wordt een interdisciplinair programma waarin wordt samengewerkt met de leerstoelgroep plantenveredeling, en de bodem- en social sciencesgroepen van Wageningen UR.’

Het is internationaal werk, zegt Kema. Zonder overdrijving. ‘Ik heb geen enkele Nederlandse PhD-student.’ In zijn team werken onder meer Ecuadoranen, Oegandezen, Indonesiërs en Filipino’s. Mensen uit landen die direct met bananen te maken hebben, soms zelfs zijn opgegroeid op een plantage. Toch vindt hij het niet gek dit onderzoek in Nederland te doen. ‘Nederland heeft een toonaangevende veredelingsindustrie. Waarom dan niet aan bananen werken?’ zegt hij. ‘Uiteindelijk moet je gewoon die sprong in het diepe maken.’


Re:ageer