Wetenschap - 1 januari 1970

Zodiac ziet zijn poldermodel in rook opgaan

Zodiac ziet zijn poldermodel in rook opgaan

Zodiac ziet zijn poldermodel in rook opgaan


Interim-voorzitter Dierwetenschappen heft departementsoverleg op

Prof. Hans de Vries, algemeen directeur van de kenniseenheid Dier, neemt
het komend half jaar strak de leiding bij het departement
Dierwetenschappen. Hij is benoemd tot interim-voorzitter van het
departement en heeft aangegeven via ‘kortere lijnen’ te willen besturen.
Zijn eerste besluit, het opheffen van het departementsoverleg en het
departementsberaad, is veel medewerkers van Zodiac in het verkeerde keelgat
geschoten. De dierwetenschappers vrezen dat met name de stem richting
bestuur van het ondersteunende personeel en de studenten verloren zal gaan.

,,Ik wilde een duidelijk signaal afgeven dat het bestuurlijk moderner en
zakelijker moet’’, zegt De Vries. Zijn benoeming is mede een gevolg van
feit dat geen van de zittende hoogleraren bereid was de taak van
departementsvoorzitter op zich te nemen. De functie werd tot 1 februari
waargenomen door de hoogleraar Experimentele dierkunde prof. Johan van
Leeuwen. Ook externe kandidaten haakten af.
De Vries zal het voorzitterschap voor ongeveer een half jaar op zich nemen,
daarna draagt hij de functie over aan dr Egbert Egberts, hoofd van het
departementsbureau en nu benoemd tot vice-voorzitter. Volgens De Vries is
voor deze constructie gekozen om ‘een aantal zaken eerst goed op de rails
te zetten’. ,,Over een halfjaar mag Egbert voorzitter gaan spelen’’. De
Vries zal in de komende periode anderhalve dag per week op het departement
aanwezig zijn.
Hij vindt niet dat hij met het opheffen van het departementsoverleg en
–beraad een verkeerd signaal heeft afgegeven. ,,We zaten met oude
bestuurlijke vormen die van 1969 dateren. Ik denk dat het wel een beetje
moderner, misschien iets minder democratisch, maar functioneler en
efficiënter kan. We moeten even doorbijten’’, aldus De Vries. Hij benadrukt
dat het departementsberaad wordt opgevolgd door een managementteam waarin
ook het onderzoek en het onderwijs zijn vertegenwoordigd. In plaats van het
departementsoverleg komt er maandelijks een overleg met hoogleraren, die
een belangrijk functie krijgen in de ‘lijncommunicatie’ met hun
medewerkers. Opvallend is dat in de nieuwe structuren geen plaats is
ingeruimd voor vertegenwoordigers van het ondersteunend personeel en de
studenten.
,,Studenten komen er nu wel heel bekaaid af’’, zegt prof. Van Leeuwen. ,,De
Vries is duidelijk uit op een efficiënt bestuur, maar het gevaar is dat je
draagvlak verliest en een vergadercultuur in de wandelgangen krijgt. Ik
vind wel dat de huidige opzet de kans moet krijgen zich in de praktijk te
bewijzen.’’
Volgens de nieuwe vice-voorzitter Egberts is de aanpak ‘illustratief voor
de stijl van De Vries’. ,,Hij heeft meteen helder gemaakt dat hij een
sterke aansturing wil via de lijn. Het wordt de kunst het draagvlak te
behouden en besluiten efficiënter tot stand te brengen’’.
Volgens Jos van den Boogaart, medewerker bij de leerstoelgroep
Experimentele dierkunde, is ‘de eerste fout van De Vries dat hij denkt
iedere maand op een vast moment over alle hoogleraren te kunnen
beschikken’. ,,In de praktijk zal hij vaak met lege stoelen zitten, en hoe
worden de medewerkers dan geïnformeerd? Bovendien past een top-down-aanpak
minder goed bij de universiteit. Bij ons staat overleg van nature garant
voor een soort solidariteit en die hebben we nu juist extra hard nodig’’.
Ing. Egbert Urff, medewerker van het departementsbureau, vindt dat de
boodschap van De Vries ‘niet echt uitstraalt dat hij wil luisteren naar wat
er leeft onder het personeel’. ,,Het is de dood in de pot als je alleen
zegt dat de deur toch altijd openstaat. Als de drempel zo hoog is, schiet
je daar weinig mee op’’, aldus Urff. |
G.v.M.

Re:ageer