Wetenschap - 7 oktober 2015

Ziekmakende mossel ook te vinden zonder dierproef

tekst:
Rob Ramaker

Jaarlijks kunnen mogelijk honderdduizenden muizen worden gespaard dankzij een test om giftige mosselen op te sporen. De methode gebruikt gekweekte zenuwcellen in plaats van muizen.

Foto: Anjan Chatterjee

Dit stelt Jonathan Nicolas, onderzoeker van Rikilt en de leerstoelgroep Toxicologie in het proefschrift dat hij vandaag verdedigt.

Jaarlijks worden honderden mensen ziek van het eten van schelpdieren als mosselen. Zij krijgen last van bijvoorbeeld diarree, verlammingsverschijnselen en buikkramp. Die symptomen worden veroorzaakt door natuurlijke gifstoffen die de schelpdieren binnenkrijgen via de algen die ze uit het water filteren.

Om vergiftigingen te voorkomen worden mosselen getest voordat ze op de markt komen. Hiervoor bestaan verscheidene methodes, elk met hun eigen nadelen. Het meest omstreden is echter een muizenproef. Onderzoekers spuiten hierbij een schelpdierextract in de buik van het proefdier. Wanneer dit gifstoffen bevat, sterven de muizen binnen 24 uur.

Wereldwijd [worden] nog steeds meer dan een miljoen muizen per jaar gebruikt.
Peter Hendriksen

'Dat is een gruwelijke dood’, zegt Peter Hendriksen, onderzoeker bij Rikilt en één van Nicolas’ begeleiders. Bovendien is de test onnauwkeurig; muizen gaan regelmatig dood van mosselen waarmee niets aan de hand is. Sinds 1 januari is de test voor de meeste toepassingen dan ook verboden in Europa. In Nederland was hij sowieso al uit de gratie, zegt Hendriksen.  ‘Toch worden wereldwijd nog steeds meer dan een miljoen muizen per jaar gebruikt. En zelfs in Europa wordt het nog veel toegepast, als is het moeilijk daar een precieze schatting van te maken.’

Promovendus Jonathan Nicolas toont nu aan dat een alternatieve laboratoriumtest een breed repertoire aan gifstoffen kan opsporen. Niet alleen de stoffen die via de zenuwen zorgen voor verlamming, maar ook giffen die diarree veroorzaken. Nicolas bereikte dit door gekweekte zenuwcellen bloot te stellen aan natuurlijke gifstoffen, in combinatie met de bekende giffen ouabain/veratridine.

Bovendien lijkt de proef ook onbekende stoffen op het spoor; enkele monsters gaven een positieve uitslag terwijl analyses geen bekend gif konden ontdekken. Heel interessant, vindt Hendriken. ‘We zijn hier nu mee bezig.’ Het zal nog wel even duren voordat de proef breed wordt toegepast. Eerst moet er nog meer bewijs worden verzameld voor een officiële goedkeuring. Rikilt gebruikt hem daarom komende tijd naast de bestaande methode. Hendriksen: ‘Zo gaan we een dossier opbouwen.’


Re:ageer