Wetenschap - 29 november 2001

Zeventig procent Wageningse ingenieurs zou achteraf dezelfde opleiding kiezen

Zeventig procent Wageningse ingenieurs zou achteraf dezelfde opleiding kiezen

Afgestudeerde Wageninger verdient minder dan gemiddeld

Net afgestudeerde Wageningers zijn positief over hun studie. Dat blijkt uit de jaarlijkse WO-monitor. Achteraf gezien zou ruim zeventig procent dezelfde studiekeuze maken.

In de nieuwe WO-monitor geven afgestudeerden van het studiejaar 1998/1999 Wageningen een dikke voldoende. De keuzemogelijkheden in de studie krijgen een rapportcijfer van 8,4 tegen een landelijk gemiddelde van 7,2. De opleiding als geheel wordt beoordeeld met een gemiddelde van 7,3 tegen een landelijk gemiddelde van 7,1. De voorbereiding op de beroepspraktijk en de voorlichting over de arbeidsmarkt krijgen de laagste rapportcijfers.

Het toekomstperspectief van de Wageningers is redelijk. Het aantal banen die geschikt zijn voor Wageningers, is gemiddeld, evenals de instroom van afgestudeerden. Wageningers halen hun baan vaak uit de krant. Dertig procent van de Wageningse afgestudeerden reageert op een advertentie om aan een baan te komen. Slechts ??n procent van deze ingenieurs komt aan een baan via bedrijveninfodagen.

Wageningers verdienen zo'n vierhonderd gulden minder dan het gemiddelde loon van de afgestudeerden van het wetenschappelijk onderwijs. Dat bedraagt 4500 gulden bruto; het maandloon van een Wageningse ingenieur is 4100 gulden. Het zijn vooral de vele Wageningse aio's die dit maandloon omlaag halen. Zestien procent van de Wageningse afgestudeerden uit 1999 koos voor het aio-schap, tegen zeven procent landelijk. Sommige starters uit Wageningen verdienen meer. Met een startsalaris van vijfduizend gulden verdienen de plantentelers het meest van de beginnende Wageningse ingenieurs.

Onderwijsinstituut Levenswetenschappen

De meesten vinden werk in Wageningen

Wageningse biologen kunnen moeilijk een baan vinden. Meer dan tien procent is werkloos, tegen een landelijk gemiddelde van slechts twee procent. Bovendien heeft slechts tien procent van de biologen een vaste aanstelling en verdienen ze maar 3470 gulden bruto per maand. Dat is ruim duizend gulden minder dan het landelijk gemiddelde.

Biologen werken over het algemeen in het wetenschappelijk onderwijs. Velen van hen zijn wetenschappelijk onderzoeker. Bijna alle Wageningse biologen vonden werk in Wageningen. Tachtig procent vindt werk op niveau. Zeventig procent geeft te kennen in de eigen richting werkzaam te zijn. Achteraf vond krap veertig procent de opleiding Biologie te makkelijk.

De studie Plantenteeltwetenschappen komt erg goed uit de bus. Hier is geen werkloosheid te bespeuren. 75 procent heeft een vaste aanstelling en het gemiddelde bruto maandinkomen is hier maar liefst 5000 gulden. Dit is het hoogste startsalaris voor een Wageningse ingenieur.

Plantenteeltwetenschappers vinden dat ze een bijzonder goede aansluiting hebben van de opleiding op de functie. Iedereen zou bovendien dezelfde opleiding kiezen als ze daarvoor de kans kregen. 75 procent werkt op wetenschappelijk niveau.

Oudstudenten Plantenveredeling en gewasbescherming werken net als de biologen vooral in Wageningen. Bijna veertig procent heeft een baan op hbo-niveau. De ondervraagde afgestudeerden zeggen dan ook zelf, dat hun huidige functie niet goed aansluit op de opleiding.

Van de zo?techneuten vindt twee derde een baan op niveau. Bijna zeventig procent heeft werk gevonden in de eigen richting. Verder kent de opleiding Zo?techniek bijna dertig procent hbo-doorstromers, dat is erg veel.

Onderwijsinstituut Technologie en Voedsel

Veel bijscholing met communicatie- en managementcursussen

De moleculaire wetenschappers verdienen weinig, maandelijks slechts 2800 gulden. Qua uurloon verdienen ze met zeventien gulden tien gulden minder dan hun wetenschappelijke collega's. Ruim tachtig procent heeft een baan op niveau en verklaart voor honderd procent werkzaam te zijn in de eigen richting. Van de moleculaire wetenschappers is haast iedereen werkzaam in Wageningen. Opvallend is verder, dat van de moleculaire wetenschappers ruim veertig procent achteraf gezien niet dezelfde studiekeuze zou maken.

Een kwart van de moleculaire wetenschappers en voedings- en gezondheidsdeskundigen nam deel aan een cursus of bedrijfsopleiding. Voor de Wageninger is dit een relatief hoog percentage. De afgestudeerden van de studie Moleculaire wetenschappen interesseerden zich voornamelijk voor een cursus communicatieve vaardigheden. Oudstudenten Voeding en gezondheid namen veelal deel aan een cursus op het gebied van management en bedrijfskunde.

Levensmiddelentechnologen zijn erg jong bij het afstuderen. Met een gemiddelde van nog geen 24 jaar zitten ze een jaar onder het Wageningse gemiddelde en drie jaar onder het landelijk gemiddelde van ruim 27 jaar. Misschien verklaart dit ook waarom meer dan veertig procent van de levensmiddelentechnologen hun opleiding te makkelijk vond.

Het uitzendbureau is voor afgestudeerden van de studie Levensmiddelentechnologie overigens de plaats bij uitstek voor het vinden van een baan. Dit is opmerkelijk, omdat slechts tien procent van de Wageningse ingenieurs dit kanaal succesvol gebruikt.

Onderwijsinstituut Maatschappijwetenschappen

Sociale wetenschappers studeren laat af

Voor Wageningse begrippen zijn de ingenieurs van dit onderwijsinstituut bij het afstuderen oud - 27 jaar tegenover een Wagenings gemiddelde van nog geen 26 jaar. De rurale ontwikkelingsstudenten zijn de oudsten onder de Wageningers. Wanneer zij hun bul in ontvangst nemen, zijn ze al dertig.

Niet alleen door hun leeftijd valt deze groep ex-studenten op. Een kwart van de rurale ontwikkelingsafgestudeerden is werkloos en degenen met een baan verdienen slechts 2270 gulden per maand. Verder heeft maar twintig procent van hen een vaste aanstelling en 25 procent zou achteraf een andere wetenschappelijke opleiding kiezen. Bovendien vond veertig procent van de afgestudeerden deze opleiding te makkelijk. Dit verklaart misschien het hoge percentage studenten dat deze opleiding voortijdig verlaat. 25 procent van de rurale ontwikkelingsstudenten stopt voortijdig met hun Wageningse studie. Gemiddeld stopt vijf procent van de Wageningse wetenschappers met de studie.

Ook bij de economen van landbouw en milieu zitten opvallend veel studiestakers. Een kwart van de economiestudenten heeft voortijdig de universiteit verlaten. Met de Wageningse economen die wel afstudeerden, gaat het bijzonder goed. Bij deze groep is geen werkloosheid te ontdekken. Ze verdienen ook goed, hun bruto maandsalaris is 4350 gulden. Tweederde van hen heeft een vaste aanstelling bij een organisatie- of adviesbureau. Economen werken veelal in Wageningen of Den Haag. Zeventig procent heeft een baan op niveau.

Van de huishoud- en consumentenwetenschappers heeft iets minder dan zestig procent een vaste aanstelling. Van degenen die een baan hebben, werkt zestig procent op hbo-niveau. Toch is tachtig procent werkzaam in de eigen richting. Huishoud- en consumentenwetenschappers komen vaak terecht bij de gemeente of andere overheden en verdienen gemiddeld 3890 gulden bruto per maand.

Onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen

Behalve tropo's verdienen omgevingswetenschappers goed

De bos- en natuurbeheerders hebben het hoogste werkloosheidscijfer onder de Wageningse afgestudeerden, namelijk 36 procent. Slechts veertig procent vindt een functie op wetenschappelijk niveau. De bos- en natuurbeheerders vinden bijna allemaal hun studie te makkelijk, de score van 91 procent is daarmee ook al de hoogste Wageningse score op dit gebied. Achteraf zou meer dan de helft van deze ondervraagden een andere opleiding hebben gekozen. Het lichtpunt voor de bos- en natuurbeheerders is hun inkomen, namelijk een bruto maandsalaris van 4000 gulden.

De afgestudeerden van het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen verdienen gemiddeld goed, maar de tropisch landgebruikers krijgen slechts 2600 gulden bruto per maand. Deze ingenieurs blinken niet echt uit in het Wageningse wetenschappelijke landschap. Veel van de ondervraagde tropisch landgebruikers hebben nog geen werk, slechts twintig procent heeft een baan. Daarvan werkt slechts een kwart op wetenschappelijk niveau. Krap zeventig procent vond de studie in Wageningen te makkelijk.

In de groep oudstudenten Landbouwtechniek zitten geen werklozen. De afgestudeerden van Bodem, water, atmosfeer liggen ook goed in de markt, hoewel slechts veertig procent in de eigen richting werkt. Bij de ingenieurs Milieuhygi?ne heeft bijna zeventig procent een baan op niveau.

Van de landinrichtingswetenschappers vond bijna de helft de studie te makkelijk. Zestig procent werkt in de eigen richting.

De agrosysteemkundigen hebben allen een vaste aanstelling. Ze zijn zeer tevreden met de aansluiting van hun baan op hun huidige functie. Ze verklaren allen in de eigen richting te werken. Achteraf zouden de ondervraagde agrosysteemkundigen dezelfde opleiding hebben gekozen.

Monnique Haak

Wageningers halen hun baan vaak uit de krant. | Foto Guy Ackermans

Re:ageer