Wetenschap - 1 januari 1970

Zes studenten beproefd in de outback

Zes milieukundestudenten, vier nationaliteiten. Een huis in een mooi, maar afgelegen Australisch natuurpark. Twee te bestuderen rivieren in een gebied ter grootte van België. En een fonkelnieuw onderzoeksmodel dat getest moet worden. Hoe overleef je dat?
‘We hadden geen geschiedenis, verschillende nationaliteiten en kwamen op een plek die ons allen vreemd was. Je moet bereid zijn al die uitdagingen aan te gaan.’

De groep Wageningse studenten had één jeep ter beschikking. In een onderzoeksgebied zo groot als België./ foto Bas Verschuuren

Men neme een gebied in Noord-Australië vol eigenwijze cowboys, boeren, crocodile hunters en moeilijk te doorgronden aboriginals. Met daarin twee rivierengebieden met een hoog oplopende belangenstrijd. Stuur er zes Wageningse masterstudenten naartoe, om een nieuw academisch onderzoeksmodel te testen. Geef hen een woning, één jeep, en vier maanden de tijd. Het recept voor een nieuwe reality soap? Het had gekund.
Het onderzoeksmodel, door de studenten consequent ‘the framework’ genoemd, is ontworpen door begeleider dr Dolf de Groot van de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse. Het doel ervan is het complex van ecologische, economische en sociale waarden van een ecosysteem in kaart brengen en daarbij het relatieve gewicht van alle belanghebbenden meten. Het kan beleidsmakers een instrument geven dat hen een overzicht geeft van alle aspecten van een ecosysteem. De groep van zes interviewt hiertoe onder anderen boeren, vissers, toeristische organisaties, overheden, aboriginals en NGO’s. Vierentwintig uur per dag leeft en werkt de groep samen. Enkele momenten uit hun leven in Australië illustreren wat het project met hen doet.

31 augustus
Halverwege het onderzoek zit het zestal aan een tafel in een hostel in Katherine, het grootste stadje in hun onderzoeksgebied. Aan een andere tafel zit een clubje Britse backpackers lusteloos naar de tv te staren.
De zes hebben net gegeten. Het avondmaal was een allegaartje van ‘alles wat er nog in de koelbox zat’, zegt student Bas Verschuuren. De Wageningse groep is moe, maar ook enthousiasme en verwondering klinken door. ‘Alles is anders. In de spoelbak van onze wc in Jabiru wonen kleine boomkikkers. Heel normaal weten we nu, want ze zoeken een koele, vochtige plek op.’ Zelfs de Australiër in het gezelschap, Matt Zylstra, is met dit project in een ander Australië terechtgekomen dan het Australië dat hij kende: ‘Er heerst hier een mij onbekende rauwe pioniersmentaliteit. Maar wat het meest indruk heeft gemaakt was te zien onder welke omstandigheden de aboriginalbevolking leeft. Je kunt je dat niet echt voorstellen als je bent opgegroeid in een stad aan de oostkust. Het was een klap in mijn gezicht om te zien dat in mijn eigen land een derdewereldland verborgen ligt. Of noem het een wake-up call.’

'De besluitvorming ging vaak traag, maar dat heb je met een basisdemocratie van zes mensen'
Clément Mabire en Sophie Bachet, zij vormen het Franse stelletje in de groep, zitten aan een andere tafel en bereiden een interview voor. Ook hen heeft Aboriginal-Australië getroffen. ‘Ik wist alleen dat het een oud volk was dat hier al eeuwen woont’, zegt Sophie. ‘Ik had er een heel idyllisch beeld bij. Hier bleek dat ze pas sinds de jaren zeventig landrechten hebben.’
Clément voegt toe: ‘Je zou ze willen bijstaan in hun strijd om erkenning. Vaak komt die strijd moeizaam van de grond. Je krijgt dan het gevoel van: kom op jongens, als jullie je cultuur in perspectief willen houden, handel dan. Maar het is de cultuur zelf, hun handelswijze, die dat in de weg staat. We hebben een weekje mogen ruiken aan aboriginalcultuur. Gezien hoe ze vuur maakten, jaagden, kookten. Het voelt alsof je in de prehistorie staat.’
‘Nou, prehistorie,’ merkt Sophie op, ‘ze mogen dan geen bijbel of kerken hebben, maar hun verwantschapssysteem met totems en skinnames is minstens zo verfijnd. Net als bij de indianen in Noord-Amerika zijn wij over hen heen gewalst. Het is best droevig: ze kunnen niet terug naar hun oude levensstijl, maar worden ook niet geaccepteerd als deel van onze samenleving.’ Clément ziet het somber in: ‘Voor veel jongere aboriginals is het alcohol en Eminem wat de klok slaat. Ik denk dat de Westerse cultuur de traditionele levensstijl spoedig zal hebben vernietigd. Daar hebben we het onderling over gehad. We geven de cultuur nog vijftig jaar, net als de koraalriffen. Waarschijnlijk sterven ze gelijktijdig uit.’

25 oktober
Met nog slechts één week te gaan bivakkeert de groep in Darwin, de tropische hoofdstad van de Northern Territory. Matt is vertrokken naar zijn familie in Brisbane. De spanning van de wegtikkende tijd drukt al een maand op de vijf overgebleven leden. Sophie laat zich ontvallen dat ze inmiddels droomt van het onderzoeksmodel. ‘Al die belanghebbenden, al die producten en diensten, al die pijltjes die het hele systeem verbinden. Ik droom in pijltjes.’ Clément is kritisch over het project. ‘Het was te ambitieus. Het gebied te groot, wij te onervaren. Ik heb nu zo’n vijftig procent van mijn data. Als je het framework de volgende keer in een kleinere context zou toepassen, bijvoorbeeld in één aboriginaldorp, dan kun je álle belanghebbenden interviewen. Nu hebben we vaak maar een representant per belangengroep. Eén commerciële visser, één buffeljager. Dat brengt subjectiviteit in het onderzoek.’
Het groepsproces ging uitermate goed, voegt hij er meteen aan toe. ‘Mijn principe was: denk eerst aan de ander en dan aan jezelf. Adaptatie is belangrijk. Goed, de besluitvorming ging vaak traag, maar dat heb je met een basisdemocratie van zes mensen.’ Olga Ypma, die op haar verjaardag van de groep een rechtersbaret kreeg om haar kunde als conflictbeheerser te onderschrijven, is het daarmee eens: ‘Je wórdt een groep. We hadden geen geschiedenis met elkaar, hebben vier verschillende nationaliteiten en kwamen op een plek die ons allen vreemd was. Je moet bereid zijn al die uitdagingen aan te gaan.’

29 oktober, 13.25 uur
Pujan Shrestha uit Nepal maakt zich op voor de presentatie van de voorlopige resultaten aan haar Australische begeleiders. Ze is nerveus. ‘Vooral om de vragen achteraf.’ Zenuwen zijn er ook bij Olga en Sophie: de presentaties zijn onvindbaar. Verkeerde laptop, verkeerde memorystick. Ze hebben nog vijf minuten de tijd. ‘Gisteren hebben we Emma’s laptop gebruikt’, herinnert Clément zich. Hij komt even later het lokaal weer in met laptop, brede grijns en de Australische geenpaniekfrase: ‘No dramas!’
De begeleidster op locatie, Emma Woodward, heeft verbaasd gestaan over de groep. Over hun heilige vertrouwen in het onderzoeksmodel. Over hoe het groepsproces de efficiency van het onderzoek beïnvloedde. ‘Ik had het gevoel dat niemand de leiding durfde te nemen en knopen durfde door te hakken. Misschien is het iets cultureels. In Australië doe je je master in je eentje en word je verwacht compleet zelfstandig te denken en handelen. Deze groep opereerde als eenheid. Eigenbelang werd ondergeschikt gemaakt aan het groepsbelang, terwijl de studenten straks individueel beoordeeld worden op hun scriptie.’ Anderzijds zag ze een enorm enthousiasme en grote cohesie in de groep, hier en daar geholpen door een schoonmaakroostertje op de koelkast. ‘Ik heb aangeboden dat ze bij mij konden logeren als iemand even genoeg had van de groep. Ik had met name de dames wel een keer verwacht, maar niemand is gekomen.’

29 oktober, 16.30 uur
Na de presentatie laat de chaos in de organisatie van de vijf zich eventjes gelden. Bas vertrekt voor een interview. Clément moet in een buitenwijk nog wat cd-rom’s ophalen. Sophie kopieert een dik boek over vogelverspreiding. Olga en Pujan willen nog wat boodschappen doen voor ze vanavond wegvliegen. En over twee uur moet iedereen in de haven zijn voor het allerlaatste interview, met een visser van wie iedereen alleen de voornaam weet. Na tien hectische minuten lukt het ieder zijns weegs te gaan.
Op weg naar de haven betoont Bas zich blij en opgelucht. Hij heeft ook wat om naar uit te kijken: een maand door Australië reizen met zijn IJslandse vriendin. Daarna twee presentaties over het project in Darwin en op een prestigieus congres in Bangkok, met begeleider De Groot. Hij heeft grootse plannen en heeft al geïnformeerd naar de mogelijkheden om een promotieonderzoek te doen in de regio. Hij denkt nog na over de opmerkingen over de organisatie binnen de groep van begeleidster Woodward. ‘Een roterend leiderschap had gekund, maar daar wilde de groep niet aan. Het communicatieproces kon soms beter. En misschien had een extra auto geholpen. Maar ja, een secretaresse, een chauffeur en een schoonmaker ook. Toch heeft werken in een groep voordelen: de gedeelde interesse werkte geweldig motiverend.’ Als hij kritiek moet hebben, is het dat er niet zes mensen op het project gezet hadden moeten worden. ‘Ik snap het wel, want het framework heeft ook zes componenten. Maar voor de werkbaarheid, de logistiek en de diepgang was het minder goed.’
Bij de werf aangekomen is er geen spoor van de visser. Clément ijsbeert. Per telefoon heeft hij de afspraak gemaakt en ook hij weet niet hoe visser Dominique eruitziet. Bas draait een sjekkie. Pujan kijkt uit over de baai. Ze is weer ontspannen. ‘Het is een ontdekkingstocht geweest. Ik heb de tijd van mijn leven gehad en waarschijnlijk nieuwe beste vrienden gemaakt. Ik heb zowel mijn potentie als mijn valkuilen leren kennen. Niet alleen door persoonlijke ervaringen, maar ook door hoe de anderen zich gedroegen. Je leert veel door te zien hoe mensen zich presenteren – impliciet en expliciet.’
Na een kwartier dient Dominique zich aan. Met zwier houdt hij zijn betoog, terwijl de groep driftig pent. ‘Buffels hebben gezorgd voor de erosie aan rivierbeddingen, zeggen ze. Maar wie heeft die buffels hier gebracht? Milieuproblemen, dat is een zaak van mensenhanden.’ Als zijn keel te droog wordt, laat hij ongevraagd biertjes voor de heren en witte wijntjes voor de dames aanrukken – vissershoffelijkheid. Bas zoekt schalks oogcontact met Olga en Pujan. ‘Ze drinken bijna nooit’, legt hij op fluistertoon uit. Maar ach, het is af. Morgen vliegt iedereen uit over Australië.

'Je eigen belang najagen moest via de groep. Jouw belang was gekoppeld aan dat van de anderen'
3 november
Matt heeft de stress van de laatste maand niet van dichtbij meegemaakt. Misschien reageert hij daarom zo relativerend, denkt hij. Ook hij overdenkt de woorden van Woodward, over onafhankelijkheid versus groepsloyaliteit. ‘Je eigen belang najagen móest via de groep. Jouw belang was gekoppeld aan dat van de anderen. We worden straks dan wel individueel beoordeeld, maar wat doet het er toe of je een zeven krijgt waar het een acht had kunnen zijn als je een paar dagen je hoogstpersoonlijke agenda had doorgedrukt? De groepservaring is wat voor mij telt.’ Over het onderzoeksmodel voegt hij nog toe: ‘Als het ons lukt wat concrete aanbevelingen te doen, is dat een bonus. Een clubje masterstudenten kan niet in vier maanden wel eens even vertellen hoe het allemaal zit. We hebben het framework getest en dat heeft tot boeiende resultaten geleid.’ Voor Matt zijn de trage beslissingen en de vrolijke chaos slechts details. ‘Over een jaar denkt iedereen: wauw, we hebben gewoon met zijn allen onderzoek gedaan op een van de mooiste World Heritage Sites van de wereld!’

Geert Bors

Re:ageer