Organisatie - 13 augustus 2015

Zelf groene lessen geven

Groen mbo is vaak een onbekende wereld voor de universiteit. Maar voor Wageningse studenten van bos- en natuurbeheer of plant- en dierwetenschappen ligt er een kans. Bijvoorbeeld docent worden in een opleiding dierverzorging.

Dat Wageningse studenten hier les kunnen geven, is volgens haar nog weinig bekend. Er is nu een project gestart met Helicon Opleidingen, een aoc (een groene versie van een roc). Helicon heeft mbo- en vmbo-scholen in Brabant en Gelderland. Het aoc, waarvan de voorzitter van het bestuur, Ab Groen, twee jaar geleden nog werkzaam was bij Wageningen UR, kwam met de vraag hoe ze meer WU-alumni in het lerarenkorps konden opnemen. ‘We hebben sinds september 2014 contact daarover’, zegt Guido Voets, hr-manager bij Helicon. ‘We horen dat veel studenten die aanvankelijk hun vizier op wetenschap en onderzoek hadden, wel iets in het onderwijs zien. Ze vinden het een aantrekkelijk idee om er een paar jaar te werken.’

NETVLIES

Helicon hoopt dat met de bagage die Wageningse studenten inbrengen, het onderwijs op het aoc op een ‘nog hoger plan’ kan komen. ‘We verwachten een inhoudelijke verdieping’, zegt Voets. ‘De afgelopen jaren was er in het mbo veel aandacht voor de kwaliteit van taal en rekenen, maar daarmee verschoof de vakinhoudelijke kant wat naar de achtergrond.’ De educatieve minor is voor ECS een eerste stap om studenten voor groen mbo te enthousiasmeren. Runhaar: ‘We denken intussen wel na over hoe er ook in de masterfase een link naar dat groene mbo kan worden gelegd. Er zou bijvoorbeeld met Helicon een act-opdracht opgesteld kunnen worden.’ Act staat voor Academic Consultancy Training, een vak waarin Wageningse masterstudenten in multidisciplinaire groepjes een opdracht uitvoeren voor een opdrachtgever van buiten de universiteit. Ze ziet de opleiding van WU-studenten voor groen mbo als een aanvulling op wat Stoas Vilentum doet. Die hogeschool, gevestigd op de rand van de Wageningse campus, is al 35 jaar bezig met de opleiding van groene docenten voor de aoc’s. Het zou volgens haar best een ideale combi voor een groene mbo-school kunnen zijn: de pedagogisch-didactische bagage van Stoas-gediplomeerden en de inhoudelijke kennis van WU-alumni. ‘Hoe dan ook, het mbo is een bijzondere wereld’, besluit Runhaar. ‘Maar die wereld staat nog onvoldoende op het netvlies in Wageningen.’

SANNE VAN DEN BRINK (20) Dierwetenschappen

24_def_Sven Menschel--2.jpg

‘Ik ben twee keer op de school in Velp geweest, ik vond het erg leuk. Het is een kleinschalige school, heel overzichtelijk, en kleine klassen. Onderwijs is daardoor persoonlijker en je kunt meer energie besteden aan leerlingen. Ik denk dat dat goed bijdraagt aan hun ontwikkeling. Ze hebben op school niet heel veel dieren, maar die komen ze op stagebedrijven wel tegen. Ik verwacht er veel te leren. Ik heb speciaal voor het mbo gekozen omdat het vakinhoudelijk meer aansluit. Docent biologie in voortgezet onderwijs kan ook, maar mijn interesse ligt toch vooral bij de dieren. Ik heb geen concreet toekomstbeeld, maar als het goed bevalt, dit half jaar, dan wil ik misschien wel door in het docentschap.’ 

LARA OLDE BOLHAAR (20) Dierwetenschappen

24_def_Lara_Sven Menschel-.jpg

‘Ik ben toen ik in het basisonderwijs zat wel eens op een aoc geweest, een vmbo-school, en ik heb daar een dag lang rondgelopen. Ik was superenthousiast over de school, je kon er bloemschikken en dieren verzorgen. Geweldig, maar ik realiseerde me niet dat het niveau niet bij me paste. Het groene mbo ken ik via mijn zusje, een vriendin die dierverzorging doet en een medestageloper bij een biologische varkenshouder. Het lijkt me best lastig, lesgeven in het mbo, maar het praktische karakter spreekt me aan. Of ik echt docent word, weet ik nog niet, maar ik denk dat de skills van kennisoverdracht wel iets kunnen toevoegen. Ik ga in september naar de school van Helicon in Velp. Ik kijk ernaar uit.’

DE EDUCATIEVE MINOR
Binnen Wageningen University begon ruim 50 jaar geleden (in 1964) een afdeling Pedagogiek & Didactiek, een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs. Tot begin jaren 80 konden studenten er een pedagogisch-didactische aantekening halen. In 1983 vroeg de overheid universiteiten om zich meer te concentreren en werd de lerarenopleiding stopgezet. De leerstoelgroep Educatieen competentiestudies (ECS) startte later een oriëntatieprogramma, met theorie en een onderwijsstage, waaraan jaarlijks 20 studenten uit verschillende bacheloropleidingen deelnamen. Daarna konden ze elders een lerarenopleiding voor een onderwijsbevoegdheid volgen. In 2009 startte de educatieve minor. Het ministerie van OCW, dat een tekort aan docenten vreesde, wilde dat studenten sneller een onderwijsbevoegdheid konden halen. De educatieve minor groeide tot een van de grotere WU-minoren (25-30 studenten per jaar). De minor draait sinds 2011-2012 zelfs twee keer per jaar. Veel studenten willen echt leraar worden en voor anderen is het een manier om te onderzoeken of het leraarschap een goed alternatief is. Studenten kunnen er een tweedegraads onderwijsbevoegdheid halen voor de schoolvakken biologie, aardrijkskunde, natuurkunde, scheikunde en economie en lesgeven in de onderbouw van havo, vwo en vmbo-tl. Er is een verwantschapstabel opgesteld: zo komen bijvoorbeeld studenten van Bodem, water en atmosfeer in aanmerking voor natuurkunde. Voor studenten uit andere opleidingen is na de minor een aanvullend programma van inhoudelijke vakken nodig. Het gebeurt nog niet of nauwelijks, maar met de educatieve minor kunnen ze ook lesgeven op een groen mbo. ECS verwacht dat de instroom in de educatieve minor, die zich nu lijkt te stabiliseren, hiermee weer zal groeien. Studenten van bijvoorbeeld bos- en natuurbeheer of plant- en dierwetenschappen kunnen als ze de minor succesvol afsluiten eenvoudig in verwante vakken op het mbo aan de slag. ‘We hebben nog niet alle opleidingen onder de loep genomen, want je moet ergens beginnen’, zegt Piety Runhaar. ‘Maar ik verwacht dat bijvoorbeeld ook voor bachelors van levensmiddelentechnologie, die niet zomaar scheikunde kunnen geven in het voortgezet onderwijs, er na de minor kansen zijn in groen mbo.’

Illustratie: Eva van Schijndel Foto: Sven Menschel


Re:ageer