Wetenschap - 1 januari 1970

Zeldzame papegaai eet energiearm voer

Wil je de kuikens van de uiterst zeldzame Nieuw-Zeelandse papegaaiensoort kakapo bijvoeren dan kun je dat het beste doen met laagwaardig voer. Dit blijkt uit analyses van het voer dat de kuikens van nature van hun moeder krijgen.

De kakapo of uilpapagaai (Strigops habroptilus) van Nieuw-Zeeland is een van de meest bedreigde diersoorten ter wereld. Er zijn op dit moment nog maar 86 individuen van deze niet-vliegende vriendelijke reus over, en er worden miljoenen dollars per jaar uitgegeven aan zijn redding.
Een recente uitgave van Notornis, het lijfblad van de ornithologenvereniging van Nieuw-Zeeland, is geheel gewijd aan maatregelen om de kakapo van zijn ondergang te redden. De Wageningse hoogleraar Diervoeding prof. Wouter Hendriks publiceerde daarin de resultaten van een gedetailleerde analyse van het natuurlijke dieet van kakapojongen, die hij in samenwerking met de vermaarde vogelbeschermer Don Merton en Yvette Cottam van Massey University heeft uitgevoerd.
De kakapo is een wonderlijke vogel, waarvan de volwassen exemplaren voornamelijk leven van de bladeren van bomen. ‘Dat is een dieet dat eerder geschikt is voor herkauwers. De papagaai heeft geen pens en sabbelt daarom langdurig op het materiaal om er voedingstoffen uit te halen’, aldus Hendriks. Kakapo’s voeren hun jongen vooral met vruchtjes van bomen, met name van de rimuboom (Dacrydium cupressinum), en hun voortplantingscyclus is met de weelderig bloei van deze bomen gesynchroniseerd. Alleen tijdens deze zogeheten mastjaren van de bomen, die zonder schijnbare regelmaat eens in de twee tot vijf jaar optreden, broeden de vogels. Ze proberen dan één, soms twee jongen groot te brengen. Hendriks: ‘Wij hebben onderzocht wat de nutriëntenopname van jonge wilde kakapo’s is, door het voer uit hun krop te analyseren. De jongen worden gevoerd met piepkleine vruchtjes van 0,1 gram, waarvan de moedervogels er in één nacht wel zo’n 6000 van bij elkaar moeten sprokkelen om één jong te voeden’.
Het aantal kakapo’s is mede zo dramatisch gedaald doordat de oudervogels bij het voedsel zoeken hun jongen alleen laten. Die zijn dan een gemakkelijke prooi van geïntroduceerde roofdieren. In het nationale reddingsprogramma zijn daarom nu hele eilanden van roofdieren ontdaan en hebben nesten camerabewaking gekregen’, aldus Hendriks. ‘Als een oudervogel langer dan een aantal uren wegblijft, wordt het jong opgehaald en door medewerkers met de hand gevoerd. De samenstelling van het dieet was gebaseerd op kennis van andere diersoorten, en kan nu worden gebaseerd op de natuurlijke behoefte van het jong.’
Uit de analyse van het natuurlijke kuikenvoer blijkt dat de jongen grote hoeveelheden grotendeels onverteerbare koolhydraten binnenkrijgen en relatief weinig eiwitten en vetzuren. ‘Je kunt de jongen wel snel handmatig te vet maken door voer te verstrekken dat te goed verteerbaar is, maar dit kan leiden tot problemen op latere leeftijd, waaronder mogelijke voortplantingsproblemen. Het klinkt niet zo aardig, maar als je kakapo’s wilt bijvoeren kun je dat het best doen met laagwaardig voer met een relatief laag gehalte aan verteerbare bestanddelen. Hieraan zijn deze vogels van nature gewend en wanneer ze weer worden uitgezet in het ecosysteem zijn ze goed voorbereid op het consumeren van laagwaardig voer’, zegt Hendriks.
Zijn betrokkenheid bij het project stamt nog uit de tijd dat hij als hoofd diervoeding en fysiologie verbonden was aan de Massey University, maar als het aan hem ligt krijgt dit nog een staartje. ‘Ik denk dat een bepaalde voedingscomponent mogelijk als trigger fungeert voor kakapo’s om zich succesvol voort te planten. Dat willen we samen met onze Nieuw-Zeelandse partners gaan onderzoeken.’ / GvM

Re:ageer