Wetenschap - 1 januari 1970

Zeenaalden in opmars

Met veel vissoorten in de Atlantische Oceaan gaat het slecht. Maar de zeenaald lijkt bezig aan een opmars. Visserijonderzoekers ontdekten dat ze in groten getale op volle zee zwemmen, terwijl ze voorheen vooral in kustgebieden werden gezien.

Zeenaalden zijn nauw verwant aan zeepaardjes en hebben dezelfde pipetsnuit. Ze hebben benige platen in plaats van schubben en een lang, aalachtig lichaam. Onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek (Rivo), die nu behoren tot Imares, waarin Rivo, Alterra Texel en TNO Den Helder zijn gefuseerd, hebben tijdens routineonderzoek ontdekt dat zeenaalden nu algemeen voorkomen in onder meer de Golf van Biskaje en de Atlantische Oceaan ten westen van Ierland, tot aan de mid-Atlantische richel en tot ongeveer zeventig graden noorderbreedte in de Noorse zee.
Projectleider Bram Couperus: ‘Het is intrigerend dat we zoveel zeenaalden aantreffen op het moment dat andere vispopulaties instorten. In de noordelijke Noordzee bijvoorbeeld is de aanwas van zandspiering en haring, die een belangrijke voedselbron zijn voor veel consumptievissen, zeezoogdieren en vogels, nog nooit zo laag geweest als in de afgelopen drie jaar.’
Het is vooral de adderzeenaald (Entelurus aequoreus) die nu massaal voorkomt op volle zee. Dit is één van de zes zeenaaldsoorten die normaliter dicht bij de Noordzeekust te vinden zijn. ‘We hebben grote hoeveelheden adderzeenaalden aangetroffen in de vangst van trawlers die op open zee vissen.’ Aan boord van trawlers die ten westen van Ierland op makreel visten, zagen waarnemers van Imares bijvoorbeeld soms duizenden zeenaalden in de netten. ‘We vonden de dieren ook in de magen van bemonsterde makreel en in de maag van een dolfijn die helaas in de netten verstrikt was geraakt.’ Schotse onderzoekers hebben verder aan de kust opvallend veel vogelkolonies gezien die hun kuikens voerden met zeenaalden. Couperus: ‘Dit zijn allemaal indicaties dat zeenaalden met een opmars bezig zijn.’
Het is nog maar de vraag of de aanwezigheid van zeenaalden in de magen van andere zeedieren een goed teken is. Mogelijk worden ze gegeten bij gebrek aan betere prooien. De magere zeenaald heeft weinig voedingswaarde ten opzichte van andere prooisoorten als zandspiering en haring.
Waarom zeenaalden in aantal toenemen is onduidelijk. Uit beschrijvingen uit het begin van de vorige eeuw blijkt wel dat zeenaalden toen ook ver van de kust in de Atlantische Oceaan voorkwamen. Het is alleen niet bekend of het om vergelijkbare hoeveelheden gaat. Mogelijk profiteren de zeenaalden van veranderde zeestromen en een groter aanbod aan plankton waarmee ze zich kunnen voeden. De adderzeenaald is niet voor menselijke consumptie geschikt. / HB

Re:ageer