Student - 6 december 2007

Zand happen op het wad

Babeth van der Weide, derdejaars Milieukunde aan VHL in Leeuwarden, onderzoekt de invloed van de mosselzaadvisserij op de mosselbanken in de Waddenzee. Over twee weken sluit ze haar stage bij Wageningen Imares op Texel af. Als het weer het toelaat gaat ze nog een laatste keer met het LNV-bootje de zee op om bodemmonsters te ‘happen’.

1647_nieuws.jpg
1647_nieuws.jpg

Foto: .

‘Eigenlijk zouden we deze week al uitvaren, maar de zee was te ruw. We gebruiken namelijk een kraantje om de bodemmonsters naar boven te halen en hoe harder het waait, hoe meer dat apparaat heen en weer zwiept. Dan wordt het te gevaarlijk aan dek. Ik hoop dus dat het weer wat bedaart zodat ik mijn stage kan afsluiten met een tochtje buitengaats.
Ik werk mee aan Produs, dat staat voor Project Duurzame Schelpdiervisserij en is een onderzoeksprogramma van Imares. Wij bekijken wat voor effecten de mosselzaadvisserij heeft op het bodemleven in de gebieden die altijd onder water staan. Daarvoor zijn veertig gebiedjes aangewezen van elk ongeveer vier hectare, die weer zijn onderverdeeld in een open vak waar gevist mag worden en een gesloten vak dat onberoerd blijft.
Ik heb de afgelopen maanden een van die plekken onder de loep genomen. Voor en na de mosselvangsten speur ik met de sonar de zeebodem af en neem hier en daar een hap modder uit het open en gesloten vak. Aan boord zeef ik de beestjes eruit en zet ze in de formaline. Terug in het lab ga ik de vangst onderzoeken. Ik stel de leeftijd vast aan de hand van de jaarringen op de schelpen en kijk naar de verhouding tussen de hoeveelheid mosselzaad, halfwasdiertjes en consumptiemosselen.
Het onderzoek ligt gevoelig want de vissers zijn er niet gelukkig mee dat delen van de visgronden voor hen gesloten zijn. Maar de Waddenzee valt onder de Europese habitatgebieden en die status verplicht het ministerie van LNV om de natuurwaarden vast te stellen. Sommige vissers beweren dat door de vangsten de aanwas juist toeneemt. Ik kan daar geen uitspraken over doen, mijn bevindingen vormen maar een klein onderdeeltje van het onderzoeksprogramma. Het eindrapport verschijnt pas in 2015.
Ik ben niet de enige stagiair die bij Produs betrokken is, ook studenten uit Wageningen en uit het buitenland doen mee. We zitten met z’n allen in De Potvis, een studentencomplex van het oceanografisch instituut NIOZ aan het haventje van Den Hoorn. Net nieuw, dus hartstikke luxe. Laatst hebben we er met elkaar Thanksgiving gevierd.
Van de zomer ben ik met het garnalenteam mee geweest naar Rottum. Sliepen we een week lang op een omgebouwd kokkelschip. Ik kon toen mooi de mosselbanken bekijken die bij eb boven water komen te liggen. Daar heeft de wind vat op, dus die zijn weer anders van samenstelling. Dat was trouwens wel een heftig weekje met af en toe windkracht zeven, maar sindsdien heb ik geen last meer van zeeziekte.’

Re:ageer