Wetenschap - 1 januari 1970

Zakken vol dode vogels

Mond- en klauwzeer, varkenspest. Ze zijn wel wat gewend bij het Centraal Instituut voor Dierziektecontrole (CIDC). Toch is de oprukkende vogelgriep reden genoeg voor extra alertheid op het hyperbeveiligde complex in Lelystad. Een gepensioneerde onderzoeker is zelfs teruggekeerd uit Spanje om zijn collega’s bij te staan.

Een medewerker van CIDC Lelystad controleert eieren op vogelpestvirussen. / foto CIDC Lelystad, Wageningen UR

Het complex van CIDC ligt aan de noordkant van Lelystad, direct aan het IJsselmeer. De gebouwen zijn oorspronkelijk neergezet voor onderzoek aan mond- en klauwzeer. Binnen een straal van drie kilometer mogen geen dieren aanwezig zijn die gevoelig zijn voor deze ziekte, om het besmettingsgevaar tot een minimum te beperken. Alles zit potdicht op het terrein; laboratoria, de vaccinfabriek, het kantoor.
Zeven dagen in de week brandt er licht. En geregeld komt het witte busje van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) voorrijden, beladen met zakken dode vogels. Eenden, reigers, zwanen, ganzen, buizerds, je kunt het zo gek niet bedenken. Het zijn er gemiddeld honderd per dag.
Binnen houden de onderzoekers het hoofd koel, ook al is er een ‘aandachtsfase’ afgekondigd sinds 13 februari. Of misschien wel juist daarom. De vogelpest is al doorgedrongen tot Duitsland en Frankrijk, en het lijkt een kwestie van tijd voor het virus ook Nederland bereikt. Dr. Guus Koch, lid van het crisisteam: ‘Tot nu toe hebben we meer dan vierduizend vogels gecontroleerd. Vogelpestvirussen hebben we niet gevonden. Er is geen reden tot paniek, wel moeten we elk moment alert blijven.’
De vogels die binnenkomen, worden met de nieuwste DNA-technieken gecontroleerd op het vogelpestvirus. Dit gebeurt meestal binnen zesendertig uur. Om dat te halen is het team sinds januari uitgebreid tot zeventig mensen. Zelfs enkele oud-medewerkers die met vervroegd pensioen waren gegaan, zijn weer aan het werk. Leo Hartog zat bijvoorbeeld al in Spanje te genieten van zijn welverdiende rust. Toen de vogelpest weer werd gesignaleerd in Europa, begon het bij de oud-medewerker te kriebelen. Hij werkt nu mee aan de lopende diagnostiek, en in tegenstelling tot nieuwkomers heeft hij geen training meer nodig.

Gebogen nek
‘Oktober vorig jaar, toen ik in Roemenië was en vogelpest bij wilde zwanen werd aangetoond, belde ik meteen naar Lelystad, want dit zou zeker gaan leiden tot meer bezorgdheid in Nederland, wat extra veel werk betekent’, vertelt Koch. ‘Normaliter zijn er net zoveel dode vogels te vinden, maar letten mensen niet zo op een dode eend bij een slootje of onder een heg. We krijgen dan minder meldingen. Door de grotere alertheid zijn er nu echter zo’n zeshonderd meldingen per dag.’
Daar zitten veel dubbele meldingen bij. Ongeveer driehonderd dode vogels worden uiteindelijk opgehaald door de GD en bekeken door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Uiteindelijk gaan er honderd tot honderdvijftig naar CIDC Lelystad. Bij de rest van de vogels is meteen al vast te stellen dat ze dood zijn gegaan door ouderdom, voedselgebrek of een aanrijding.
Koch en zijn collega’s hebben tot nu toe geen opmerkelijke gevallen gezien. Koch: ‘Aan dode vogels is het eigenlijk niet te zien of ze door vogelpest zijn getroffen. Wel als ze nog in leven zijn. In de Donau delta in Roemenië zag ik zwanen die hun nek vreemd naar achter hadden gebogen. Deze zwanen werden uiteindelijk positief bevonden op vogelpest. Hun vleugels stonden een tikje naar boven, ook al rustten ze. En wat vooral opviel was dat ze doelloos rondjes zwommen. Dit komt door ontstoken zenuwen als gevolg van het virus. Ook vlogen ze niet weg als je ze een steentje toewierp.’
Koch laat een grafiek zien met daarop de verschillende vogelsoorten die dit jaar zijn aangeleverd. Opvallend veel eenden en reigers zitten er bij, respectievelijk 22 en 20 procent. Buizerds maken 6 procent van het totaal uit, meeuwen 12 procent en zwanen ook 12. Het is vooral uitkijken naar besmette, levende eenden, als het aan Koch ligt. Die worden vaak niet ziek van het virus, maar kunnen het wel overdragen op andere vogels.
Zwanen zijn gevoeliger voor het virus en zullen daardoor snel ziek worden. Koch: ‘Maar als je een enkele zieke zwaan ziet temidden van een groepje gezonde zwanen, is er een kleine kans dat het om vogelpest gaat. Het vogelpest virus is zeer besmettelijk, dus als een zwaan zou zijn geïnfecteerd, zou meteen een heel groepje zwanen ziek moeten worden.’

Tijgers
Ook katachtigen kunnen besmet raken met het vogelpestvirus. In Thailand zijn bijvoorbeeld tijgers aan de ziekte bezweken en op het Duitse eiland Rügen is een besmette kat gevonden. ‘Maar zolang er geen uitbraak is geconstateerd in Nederland, controleren we geen zieke of dode katten’, zegt Koch.
Het CIDC heeft alle nodige veiligheidsmaatregelen getroffen. Een vogelgriepvirus kan namelijk overslaan op mensen. In het verleden heeft dit grote epidemieën veroorzaakt: de Spaanse Griep in 1918, de Aziatische griep in 1957 en de Hong Kong griep in 1968.
Laboranten die in contact komen met verdachte vogels, krijgen daarom eerst een medische screening. Getest wordt of ze indien nodig wel een antiviraal middel kunnen verdragen. Mensen met verminderde weerstand en zwangere vrouwen mogen zo’n middel bijvoorbeeld niet nemen. De medewerkers worden ook allemaal ingeënt tegen humane influenza. Dit om te voorkomen dat ze twee influenzavirussen tegelijkertijd onder de leden krijgen. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Koch: ‘Dan kan er namelijk een virus uit ontstaan dat beter is aangepast aan de mens.’
Mocht er een uitbraak komen in Nederland, dan is het CIDC gereed, zegt Koch. ‘We zijn er klaar voor. We hebben verschillende teams geformeerd, bijvoorbeeld voor de ontvangst van vogels, registratie van de monsters, het opwerken van de monsters, het uitvoeren van de test en voor communicatie met onder meer LNV. Goede communicatie is essentieel. We hebben nu al dagelijks op vaste tijden vergaderingen om de voortgang en problemen door te spreken.’

Formaline
De medewerkers moeten goed voorbereid zijn op het werken in een omgeving met mogelijk levensbedreigende virussen. De laboratoria bestaan uit high-containment units. Koch: ‘Hier kan niets uit zonder dat het gedesinfecteerd is. Al het materiaal wordt eerst in de formalinedamp gezet. Het formaldehyde bindt aan eiwitten en verandert het virus zodanig dat het niet meer besmettelijk is.’
Sommige laboranten werken in speciale wegwerpkleding. Alle andere bedrijfskleding wordt op hoge temperatuur gewassen met een speciaal wasmiddel. Ze hoeven zich nauwelijks zorgen te maken, zegt Koch. ‘Onze veiligheidsmaatregelen zijn strenger dan eigenlijk noodzakelijk is. Wie misschien wel een beetje benauwd zijn, zijn diegenen die de vogels verzamelen in het veld en naar het CIDC toe brengen. Zij vragen ons vaak of de testen niet positief zijn uitgevallen.’
En voor mensen die een dode, besmette vogel in de natuur aantreffen heeft Koch ook een geruststellende mededeling: de kans op besmetting met vogelgriep is miniem, zolang je niet met het beest gaat zwaaien. ‘De virusdeeltjes op mestresten zouden dan via de lucht in je mond kunnen komen.’

Hugo Bouter

Re:ageer