Student - 8 november 2007

Zaken doen in China

Joran Klingeman doet twee masterprogramma’s: Management, Economics and Consumer Studies (MME) in Wageningen en Food and Resource Economics in Bonn. Als onderdeel van beide studies ging hij voor zeven maanden naar China waar hij marktonderzoek heeft gedaan voor een bedrijf dat tropische kamerplanten veredelt, en zich heeft ondergedompeld in de zakenwereld.

1510_nieuws.jpg
1510_nieuws.jpg

Foto: .

‘Voor deze opdracht wist ik nog niks van planten of kassen, ik wilde vooral veel veldwerk doen in China. Je hoort toch dat China helemaal booming is, daar gebeurt het.
Twee jaar geleden heeft het bedrijf Anthura een vestiging in China geopend, in de provincie Yunnan. De proviniciehoofdstad Kunming, met zes miljoen inwoners, is de Stad van de Eeuwige Lente en dus ideaal voor bloementeelt.
Mijn opdracht was om een beeld te krijgen van de totale Chinese markt. Daarvoor reisde ik naar een gebied toe om informatie in te winnen over lokale bedrijven, markten en prijzen.
Ik was steeds twee weken op reis en twee weken in Kunming. Binnen China heb ik 26 duizend kilometer afgelegd in die zeven maanden. Daardoor heb ik ontzettend veel gezien: woestijn, bergen, de zee en het een na laagste punt ter wereld.
Ik spreek geen Chinees, dus ik heb de hele tijd samen gereisd met mijn assistent Wu Yuting, met de engelse naam Sarah. Zij studeerde Engels en het was haar afstudeeropdracht om voor mij te vertalen. Ondanks haar studie was haar Engels toch niet zo goed als het mijne. Chinees en Engels liggen echt heel ver uit elkaar.
Sarah verdiende voor lokale begrippen echt heel goed, namelijk honderdzestig euro per maand. Ze had wel heel weinig ervaring in het bedrijfsleven, wat best moeilijk was in het begin. Daar moesten we echt in groeien, ook in onderlinge communicatie.
De manier van zakendoen in China is heel ingewikkeld. Soms werd ik opeens onthaald in een dikke Lexus, kreeg ik een rondleiding met zeven man van het bedrijf. Daarna werd dan terloops gevraagd of ik nog wat wilde eten. Dat kon ik dan niet weigeren en er werden de meest dure en exotische gerechten besteld, zoals hertenbottensoep met schildpad voor zestig euro per bord.
Je wordt ook geacht veel te drinken. Proosten met baijiu, een vieze sterke drank van vijftig procent, hoort er echt bij. Een keer zeiden ze dat je met een gast drie borrels moest drinken. Zij waren met z’n vieren, en binnen een kwartier had ik er dus twaalf op. Ze hopen je ook echt onder tafel te drinken. Als je je kunt laten gaan, ben je betrouwbaar. Alle zakenmannen hebben het boek The Art of War van Sunzi gelezen, en doen zaken volgens die principes. Het is net schaken. Wij vinden dat moeilijk te begrijpen, zouden het als onbetrouwbaar zien, maar het is hun manier.
Behalve die gekke soep heb ik nog veel bizarre dingen gegeten, vaak omdat ik ze niet kon weigeren. Chinezen eten alles, vooral kippenklauwen vinden ze lekker, en vissenkoppen. Gegrilde schorpioenen, gefrituurde wespen en schapenaderen. Een keer stond er een pot hele hete pepersaus. Opeens zag ik dat het bewoog en er bleken levende garnalen in te zitten. Daar bijt je dan gewoon de staart vanaf.’

Re:ageer