Wetenschap - 1 januari 1970

Zachte dood voor kippen

‘Als er weer een epidemie als de vogelpest uitbreekt dan zal het weer nodig zijn om kippen of kalkoenen massaal af te maken’, zegt Marien Gerritzen van de Animal Sciences Group. ‘Ook als we dieren zouden gaan vaccineren ontkom je er niet aan. In Lelystad onderzoeken we nu op welke wijze we dat het meest humaan kunnen aanpakken.’ Voor zover Gerritzen dat nu kan overzien, is dat door te vergassen met zuiver kooldioxide.

Bij gevaarlijke epidemieën als de vogelpest moesten ruimers grote partijen kippen snel doden. Dat gebeurde op de boerderij zelf. De ruimers lieten de stallen vol gas lopen nadat ze die hadden dichtgeplakt. ‘Bij zulke massale ruimingen is er altijd lijden voor het dier’, zegt Gerritzen. ‘Ik heb ook niet de illusie dat het zonder kan. Maar ik wil het wel minimaliseren.’
In Poultry Science beschrijft de onderzoeker zijn proeven met verschillende gasmengsels. Kooldioxide doodt dieren, maar uit proeven met menselijke vrijwilligers weten onderzoekers dat hoge concentraties kooldioxide pijn in de keel, neus en borst veroorzaken. De dood door vergassing met kooldioxide is dan ook misschien niet humaan. Daarom onderzocht Gerritzen de effecten van alternatieve gasmengsels die niet uitsluitend uit kooldioxide maar ook voor een deel uit stikstof bestaan. Uit Gerritzens proeven bleek echter dat die mengsels allerminst garant staan voor een humane dood. Ze verlengden de doodsstrijd van de kippen.
‘Als de atmosfeer voor zeventien procent uit koolzuur bestaat werkt het verdovend’, zegt Gerritzen. ‘Daarom hebben artsen vroeger koolzuur als verdovingsmiddel bij operaties gebruikt. Wij vinden dat je bij vergassing de concentratie koolzuur daarom geleidelijk moet opvoeren, zodat je de kippen eerst verdooft. Dan voelen ze niet meer wat er daarna gebeurt.’
Gerritzens onderzoek wordt betaald door LNV, dat al voor de uitbaak van de vogelpest in 2003 had besloten dat er een aanvaardbare ruimingsmethode moest komen. Al een jaar voordat de vogelpest uitbrak startte het onderzoek. Gerritzen, werkzaam als assistent-onderzoeker, heeft van dat project zijn promotieonderzoek gemaakt en probeerde de verschillende gasmengsels uit in speciale ruimten met videocamera’s. Ook registreerde hij van sommige kippen de hersenactiviteit als ze werden vergast. De onderzoeker kent echter ook de praktijk van de ruimingen. ‘Ik heb wel eens met een gasmasker rondgelopen in een stal die vol gas werd gespoten’, vertelt hij. ‘Ik probeerde te observeren wat er gebeurde. Hoe lang probeerden vogels te ontsnappen of hapten ze naar adem, dat soort dingen. Dat lukte trouwens niet goed. Daarvoor gebeurde er te veel om me heen.’ / WK

Re:ageer