Organisatie - 2 april 2009

ZWIJGEN OVER ILLEGAAL DIERENACTIVISME?

Activisten van het Animal Liberation Front hebben gebouwen van Wageningen UR beklad en medewerkers bedreigd. Omwille van de veiligheid is de organisatie terughoudend met berichtgeving hierover. Aandacht zou immers kunnen leiden tot meer acties. Maar zwijgen heeft ook een keerzijde. Als alle instituten die met proefdieren werken zich stil houden, kan een onvolledig beeld ontstaan van de ernst van dieractivisme.

De ingang van het Bestuurscentrum werd eind januari beklad.
De ingang van het Bestuurscentrum werd eind januari beklad.

Foto: Bart de Gouw

Verschillende medewerkers van Wageningen UR willen hun mening niet met naam en toenaam geven, uit vrees voor acties. Een anonieme onderzoeker: ‘Ik vind dit best heel moeilijk. Openbaarheid is in bijna alle gevallen het beste. Maar deze dieractivisten zijn best gevaarlijk. Dat heeft te maken met het ondemocratische karakter van deze groep, het ontbreekt er aan tegenkrachten. Deze groep trekt mensen aan die psychisch niet helemaal sporen. Ik ben er wel een beetje bang voor. Nu het vizier op Wageningen gericht is, ben ik het er mee eens om hier geen ruchtbaarheid aan te geven. Wel vind ik dat Wageningen UR zich meer bewust moet zijn van dit thema. Ze zou zich hierop zelfs kunnen profileren. De relatie tussen mens en dier is aan het veranderen. Dierenwelzijn is in de afgelopen tien jaar een belangrijke culturele beweging geworden, die in de sector zelf vaak wordt onderschat. Nu is het geen goed moment, maar in de komende jaren moet Wageningen de rol van productie- en proefdieren bespreken met stakeholders zoals de vleesindustrie en dierenbeschermingsclubs.’
De voorlichtster van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) ‘Op deze vraag is geen pasklaar antwoord te geven. Daarnaast is het ook niet aan de AIVD om hier een uitspraak over te doen. De AIVD onderzoekt mogelijke dreigingen voor de democratische rechtsorde, zoals bijvoorbeeld gewelddadig dierenrechtenactivisme. Door de juiste dreigingsinformatie te geven, stellen we anderen in staat te handelen. Het daadwerkelijk beveiligen van organisaties of personen is geen taak van de AIVD. Behalve het geven van dreigingsinformatie, werken we ook aan het verhogen van het veiligheidsbewustzijn. Door bijvoorbeeld presentaties aan bedrijven en organisaties te geven, ontstaat er een realistisch beeld van de werkwijze van de activisten. We geven ook tips hoe organisaties en personen zich daar het beste tegen kunnen beschermen. Door bijvoorbeeld geen privégegevens van medewerkers open en bloot op internet te zetten. Transparantie is een groot goed, maar aan de andere kant willen organisaties niet te veel aandacht op zichzelf vestigen, want daarmee kunnen ze activisten juist aantrekken.’
Marja Zuidgeest, directeur van Vereniging Proefdiervrij ‘Dat is een heel moeilijke vraag. Proefdiervrij is niet blij met dit soort acties. Wij willen ook graag dat dierproeven worden afgeschaft, maar wel op de democratische manier. Dankzij onze democratische aanpak daalt het aantal dierproeven in Nederland nog steeds. Onze motivatie om op te komen voor proefdieren halen we uit het respect voor het leven. De mens is ook een diersoort, dus daar moet je zorgvuldig mee omgaan. De illegale methodes van sommige groepen staan ons absoluut niet aan. Als er geen maatschappelijke aandacht zou zijn voor proefdieren, kan ik me voorstellen dat mensen zo gefrustreerd raken dat ze naar rare middelen grijpen. Ook dan is het nog steeds niet goed te praten. Maar dat is helemaal niet het geval. Proefdieren staan al hoog op de agenda. Ik denk dat zulke acties het maatschappelijk debat geen goed doen. Je krijgt dan precies de tegengestelde reactie. Bedrijven en mensen die open over dierproeven zijn, worden kopschuw gemaakt. Maar de media spelen het soms wel in de kaart. Het is makkelijker om met brandstichtingen op tv te komen dan met zorgvuldig geplande legale acties.’
Dr. Martje Fentener van Vlissingen, directeur van het Erasmus Dierexperimenteel Centrum (EDC) ‘De laatste jaren hebben we er weinig last van, maar er zijn in het verleden weleens acties gericht op Erasmus MC. Zelf stond ik op een website voor de uitverkiezing van dierenbeul van de maand. Ik ben naar de civiele rechter gegaan en die heeft me in het gelijk gesteld. Uiteindelijk is de website opgeheven. De manier waarop onze instelling achter de medewerkers staat, betekent veel op zo’n moment. Als instelling zijn we expliciet bereid om maatschappelijke verantwoording af te leggen over ons onderzoek. Bovendien willen we ons niet laten manipuleren door de activisten. Wij voeren dus een open beleid, maar de sfeer van dreiging hindert het publiek debat over dierproeven wel. Het blijft daarmee een duivels dilemma. Wat opvalt is dat de aangiftebereidheid van slachtoffers heel laag is. Als er bedreigingen in de huiselijk sfeer plaatsvinden, met haat en vernielingen, heeft dat enorme impact. Terughoudendheid van de pers is daarbij belangrijk, zodat mensen niet ongevraagd nog verder in beeld komen. De stem van het slachtoffer is doorslaggevend, want media-aandacht kan een escalerend effect hebben. Aan de andere kant hebben dergelijke acties nieuwswaarde en betreft het een maatschappelijk en politiek issue. Als niemand het erover heeft, ontstaat er geen getrouw beeld van de omvang en betekenis van dit soort acties. Pas sinds de acties zijn verhard, met brandstichtingen en dergelijke, staat het dierenactivisme echt op de politieke agenda. Maar de activisten kunnen ook uit zijn op aandacht van de pers en als je die geeft, wordt dat beloond. Daarnaast kan media-aandacht voor instellingen of personen, die echt zijn getarget door activisten, veel reacties losmaken en tot sociaal isolement leiden. Het is een veelkoppig monster en activisten weten dat heel goed. Dat is waarom ze doorgaan met het belagen van mensen in de privésfeer.’ / Alexandra Branderhorst, Gaby van Caulil

Re:ageer