Organisatie - 19 maart 2009

‘ZWERFKAT HOORT NIET IN DE NATUUR’

Zwerfkatten vormen een groot probleem in Nederland. De dierenbescherming pleit voor het onvruchtbaar maken van verwilderde katten. Maar je kunt je afvragen of er in de natuur überhaupt wel plaats is voor deze jager met Rode Lijstsoorten op zijn menu. Dat was een van de discussiepunten op het Studium Generale over zwerfkatten bij VHL in Leeuwarden op 18 maart.

Landelijke cijfers zijn er niet. Alleen in de regio Rijnmond zouden al zo'n dertigduizend verwilderde katten zijn. Over de omvang, aanpak en beleid van de zwerfkatten in Nederland organiseerden het lectoraat Welzijn van Dieren en Van Hall Larenstein in Leeuwarden het Studium Generale ‘Wat een ellende, die kattenbende'.
Volgens Elly von Jessen, programmamanager van de Dierenbescherming, zou het vangen, steriliseren of castreren en terugplaatsen van zwerfkatten het probleem beheersbaar maken. ‘De overheid zou deze methode moeten omarmen vanwege deze positieve effecten voor mens en dier', vindt ze. Als je een populatie verwilderde katten weghaalt, vormt zich een nieuwe populatie. Bij terugplaatsing van onvruchtbare katten in de vaste populatie komen er geen nieuwe katten meer bij, verdwijnt het overlastveroorzakende paargedrag en houdt de populatie op lange termijn op te bestaan.
Evengoed pleit ze voor een betere preventie. ‘We moeten met elkaar voorkomen dat er zoveel dieren op straat terecht komen. Het gaat over katten die eens een baasje hadden, en waarvoor de samenleving verantwoordelijk is. Daarom moeten overheden een rol spelen in het beleid, zodat de zwerfkattenproblematiek niet alleen op ons bordje ligt', benadrukt Von Jessen.
‘We hopen het probleem van het kattenoverschot ook bij katteneigenaren aan te kaarten', zegt Petra Wallenaar van de gemeente Emmen. Daar kwamen in 2007 364 katten - niet verwilderde exemplaren - in het asiel terecht. Slechts vier procent daarvan werd opgehaald. Dat is één van de redenen waarom de gemeente het chippen van huisdieren subsidieert, en voorstander is van een landelijke chipverplichting voor katten. Emmen is één van de eerste gemeentes met een zwerfkattenbeleid. De gemeente geeft subsidie aan de Dierenbescherming en hanteert na een succesvolle pilot de terugzetmethode als vaste aanpak.
‘Maar moeten we de dieren wel terugzetten?' vraagt Berend van Wijk, docent Wildlife management bij VHL zich af. ‘De huiskat hoort hier niet thuis, het is een exoot die invloed heeft op ecosystemen. Volgens onderzoek vangt een kat veertien tot honderd prooidieren per jaar. Daar zitten ook Rode Lijstsoorten bij.'
Het aantal vogels dat slachtoffer wordt van windmolens, hoogspanningskabels, het verkeer en aanvaringen met ruiten is samen minder dan de helft van het aantal vogels dat ten prooi valt aan katten, schetst hij. ‘Het is strafbaar als een hond stroopt, maar als jouw kat een patrijs pakt is er niks aan de hand. Ik denk dat we erg inconsequent zijn met ons beleid. Wat is het doel? Voor het welzijn van de duizenden spreeuwen die piepend in een kattenbek terecht komen, is er minder aandacht.'
 

Re:ageer