Wetenschap - 1 januari 1970

Ypie Meijer, vijfdejaars student Rurale ontwikkelingsstudies

Ypie Meijer, vijfdejaars student Rurale ontwikkelingsstudies

Ypie Meijer, vijfdejaars student Rurale ontwikkelingsstudies


‘In Vietnam heb ik met de uitgestotenen van de samenleving geleefd’

Ypie Meijer liep een half jaar in Ho Chi Min stad op straat op zoek naar
straatkinderen en hun verhalen. Veel mensen beschouwen de kinderen als
‘afval’. Zeker in het begin moest ze af en toe even uithuilen van wat ze
zag en hoorde. ,,Ik heb de wetenschap verfoeit.’’

,,Als ik eerder had geweten dat ik me met kinderen en ontwikkeling bezig
had willen houden was ik niet in Wageningen komen studeren’’, zegt Meijer
(25). Ze begon vijf jaar geleden met Rurale ontwikkelingsstudies, maar
volgt inmiddels een vrij doctoraal. Het onderwerp kinderen trekt Meijer
omdat ze vindt dat kinderen tot een bepaalde leeftijd machteloos zijn. ,,Er
is kinderenhandel, kinderarbeid, kinderprostitutie. Je kunt wel allerlei
ontwikkelingsprojecten opzetten, maar als veel problemen ontstaan doordat
er van jongs af aan iets verkeerd gaat kun je beter daar aan werken.’’ Om
meer over het onderwerp te leren volgde ze daarom vier vakken in Amsterdam.
Voor een afstudeeronderzoek ging Meijer naar Vietnam, waar ze een half jaar
rond liep bij een lokale organisatie voor straatkinderen, Thao Dan. ,,De
organisatie is opgericht door een man die na twintig jaar verslaving is
afgekickt en vond dat er wat moest gebeuren voor de straatkinderen. Omdat
hij niet op de regering wilde wachten is hij een inloophuis en twee
opvanghuizen gestart.’’
Ze bezocht aan het begin van haar verblijf verschillende opvanghuizen. Dat
was emotioneel zwaar. ,,Soms voelde ik me zo machteloos. Wat kun je nou
voor verschil maken in één dag of één uur. Ik heb ook de wetenschap
verfoeit: weg met dat onderzoek. Ik kan hier beter als vrijwilliger aan de
slag gaan en kinderen gaan helpen. Daarnaast kon ik alleen met een tolk
uitgebreide verhalen in het Vietnamees volgen.’’
Toch wende de ellende. ,,Straatkinderen worden in het Vietnamees vaak met
bui doi aangeduid, wat in het Engels dust betekent. Ze zijn echter geen
eenduidige groep. Sommigen vluchten de straat op omdat ze problemen hebben
met een stiefouder, anderen omdat hun ouders niet voor ze kunnen zorgen
vanwege schulden of andere ellende.’’
Om er achter te komen hoe kinderen hun leven op straat beleven liep ze veel
op straat om praatjes met ze te maken. Na een tijdje gingen ze haar
herkennen. ,,In één centrum gaven de jongens elkaar een dierennaam als
bijnaam. Mij noemden ze giraf omdat ik overal bovenuit stak’’, vertelt ze
lachend. Met kinderen op straat praten was niet zonder risico’s. ,,Ik kon
opgepakt worden als ik met een groepje stond te praten. De politie heeft
sinds de communistische tijd namelijk een hekel aan samenscholingen.’’ Eén
keer werd ze verrast door politie maar gelukkig wist ze zich er uit te
praten.
Meer van de politie merkte ze tussen kerst en het Vietnamse nieuwjaar begin
februari. De straatkinderen waren toen ineens uit het centrum van de stad
verdwenen. ,,Omdat de stad er dan netjes uit moet zien pakt de politie
straatkinderen op. Ik heb kinderen die ik de dag ervoor gesproken had
hardhandig een bestelbus in gesleept zien worden. Anderen vluchtten naar de
buitenwijken.’’
De opgepakte kinderen belanden in wat ze ‘school number three’ noemen. Ze
krijgen in deze gevangenis karig te eten en moeten hard werken. Meijer
mocht als buitenlander geen kijkje nemen. ,,Als ze er uit komen zien die
kinderen eruit! Ze zitten onder de schurft en andere huidziekten. Sommigen
ontsnappen door naar beneden te springen en hebben dan ook nog eens overal
kneuzingen.’’
Ondanks alles hebben de kinderen nog toekomstdromen. ,,Kinderen zijn zo
veerkrachtig’’, zegt Meijer met lichte bewondering. De cultuurschok bij
terugkomst in Nederland was daarom misschien wel groter dan na aankomst in
Vietnam. ,,Ik heb daar een aantal maanden met de uitgestotenen van de
samenleving geleefd. Ik ben in een conflict tussen straatbendes beland dat
met stokken werd uitgevochten Ik heb een meisje van dertien gesproken dat
in Cambodja in een hoerenkast had gezeten. Als je dan ziet wat kinderen
hier hebben en dan zeuren ze nog.’’
Meijer wil na haar Vietnamese ervaringen nu in Nederland vrijwilligerswerk
gaan met mensen aan de rand van de samenleving, met zwerfjongeren
bijvoorbeeld. Na haar afstuderen ziet ze zichzelf niet direct als
ontwikkelingswerker aan de slag gaan. ,,Het ontwikkelingswerk is veranderd.
Mensen moeten het werk zelf doen. Ik zou hen wel op gang willen helpen of
begeleiden. Maar ik zou niet de eindverantwoordelijkheid voor een project
in het buitenland willen dragen. Ik kan namelijk wel dingen willen maar als
mensen dat zelf niet zien zitten gaat het niet door.’’

Yvonne de Hilster

Fotobijschrift:
Ypie Meijer: ,,Soms voelde ik me zo machteloos. Wat kun je nou voor
verschil maken in één dag of één uur’’ | Foto Guy Ackermans

Re:ageer