Wetenschap - 28 maart 2019

Wormenpoep verbetert de bodem

tekst:
Roelof Kleis

Regenwormen vergroten de vruchtbaarheid van de bodem. Met hun poep zorgen ze letterlijk voor een betere bemesting, laat onderzoek van promovendus Mart Ros zien.

© Shutterstock

Ros promoveert op 29 maart op zijn studie naar manieren om fosfaat in de bodem beter beschikbaar te maken voor planten. Zo’n studie doet op het eerste gezicht vreemd aan: door langdurige en overvloedige bemesting zit er juist teveel fosfaat in de Nederlandse bodem. Dat klopt, zegt Ros. ‘Maar veel van dat fosfaat is niet beschikbaar voor de plant, omdat het gebonden is aan bodemdeeltjes en organische stof.’

Raaigras
Door milieu- en landbouwwetgeving mag bovendien steeds minder kunstmest worden gebruikt. Er is dus ‘vraag’ naar manieren om de buffer aan gebonden bodemfosfaat vrij te maken voor de plant. Ros deed verschillende proeven naar het effect van regenwormen op de fosfaatbeschikbaarheid. Aan potten met Engels raaigras op fosfaatarme grond werden drie verschillende soorten wormen toegevoegd.

Uiteindelijk heb ik grond gevonden bij een boertje in Joppe
Mart Ros

Om in Nederland aan fosfaatarme grond te komen viel overigens niet mee. Ros: ‘Uiteindelijk heb ik grond gevonden bij een boertje in Joppe. Die grond bevat ook wel fosfaat, maar in gebonden vorm. De grond ziet rood van het ijzer. Dat ijzer bindt fosfaat, zodat het in niet-beschikbare vorm aanwezig is.' Ros gebruikte wormen van soortgroepen die op de bodem leven, in de bodem of tussen beide op en neer pendelen.

proefschrift Mart Ros.jpg

Alle drie groepen regenwormen zorgen volgens Ros met hun poep voor een grotere beschikbaarheid. Maar de op de bodem levende strooiseleters en pendelaars hebben het grootste effect. De poep bevat gehaltes aan vrij beschikbaar fosfaat die wel tot duizend keer hoger zijn dan in de omringende bodem. De wormen zorgen dus voor goede mest. De pendelaars laten zien dat dit onder fosfaatarme omstandigheden ook tot betere groei leidt en meer biomassa.  

Langere wortels
Ros onderzocht ook welke grassen het beste omgaan met een gebrek aan fosfaat. Hij testte acht grassoorten op hun groeiopbrengst en wortelontwikkeling in fosfaatarme en –rijke omstandigheden. Bemesting blijkt geen effect te sorteren op de wortelgroei. Maar grassen met langere wortels doen het aanzienlijk beter dan die met kortere wortels.

Volgens Ros moet je voorzichtig zijn met algemene conclusies te trekken. ‘Dit zijn nog maar eerste stapjes. Maar deze studie laat wel zien dat er oplossingen voorhanden zijn als er minder fosfaat mag worden gebruikt. ‘Deze studie laat zien dat het belangrijk is de wormdichtheid van de bodem hoog te houden. En als er minder fosfaat mag worden gebruikt, dan helpt het om grassoorten met lange wortels te zaaien.’


Re:ageer