Wetenschap - 26 april 2001

Wordt waddengebied werelderfgoed dankzij Alterra?

Wordt waddengebied werelderfgoed dankzij Alterra?

Historisch geograaf De Bont wil cultuurhistorische kaarten met elkaar laten praten

LanceWad inventariseert terpen, gemalen, kanalen, wielen en agrarische verkavelingspatronen in de wadden van Nederland, Duitsland en Denemarken om het gebied als internationaal cultuurlandschap op de kaart te zetten. Letterlijk, want er worden digitale kaarten gebruikt met historisch-geografische, archeologische en historisch-bouwkundige gegevens. Historisch geograaf drs. Chris de Bont van Alterra wil de Nederlandse gegevens onderbrengen in ??n cultuurhistorische kaart.

Het waddengebied moet werelderfgoed worden. Dat is de ultieme ambitie van Dr? van Marrewijk van LNV-directie Noord, tevens projectleider van het Nederlandse deel van het project LanceWad. Met het project wordt het cultuurlandschap van de wadden in kaart gebracht. Internationaal, want het waddengebied zwiert als een parelsnoer van het Noord-Hollandse Wieringen langs de kusten van de Nederlandse provincies Friesland en Groningen, de Duitse L?nder Nedersaksen en Sleeswijk-Holstein en de Noord-Friese Eilanden van Denemarken naar de stad Esjberg.

Ook al zijn de wadden bekender van de zeehondjes en het water-, zon- en biertoerisme, qua cultuurlandschap is het gebied uniek. Van Marrewijk: "Je hebt wel wat wadachtige landschappen in de wereld, maar het feit dat mensen er in de zesde eeuw voor Christus introkken, heuveltjes optrokken, dijken bouwden en rond het jaar duizend massaal land gaan winnen; dat is uniek."

Vooralsnog is LanceWad vooral een inventarisatie van cultuurhistorische landschapselementen, zoals terpen, gemalen, kanalen, wielen, agrarische verkavelingspatronen en dorps- en stadsgezichten. Er is ook aandacht voor historische plaatsen (zoals de bedevaartplaats Bonifatiusbron in Dokkum), gedenkstenen, standbeelden en plekken die zijn verbonden met historische gebruiken of volksverhalen. "Ik schat dat er tussen de 25.000 en 30.000 elementen zijn beschreven", vertelt Van Marrewijk.

Op waarde schatten

Eind oktober moet de eerste inventarisatieronde van LanceWad afgerond zijn. Dan zullen de drie betrokken ministers van Nederland, Duitsland en Denemarken confereren over hoe de cultuurhistorie in het waddengebied kan worden behouden, beheerd en eventueel toeristisch ge?xploiteerd. Voor die tijd moeten wetenschappers alle verzamelde elementen op hun waarde schatten. Uiteindelijk kunnen gemeentelijke of provinciale beleidmakers die gegevens gebruiken bij bestemmingsplannen, ontpolderingen, enzovoorts.

Een van de leveranciers van gegevens aan Van Marrewijk is de groep historisch geografen van Alterra onder leiding van drs. Chris de Bont. Voor hem betekent LanceWad de derde toetsing van het historisch-geografische GIS (geografisch informatiesysteem) Histland, na exercities voor de Natuurbalans 2000 en de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. In Histland worden bodemkundige en landschapshistorische gegevens als gecomputeriseerde lagen op de topografische kaart van Nederland gelegd. Voor LanceWad werden twee lagen gebruikt: een laag met elf soorten historisch-geografische ontginningslandschappen en een laag met landschapsveranderingen sinds 1850. Alterra is druk bezig om nieuwe kaartlagen te maken. Zo komen er dit jaar onder andere nog kaartlagen voor de landschapsdynamiek voor 1850, de bewoning, landgoederen en voor eendenkooien.

LanceWad veegt de elektronische historisch-geografische gegevens van Histland samen met de bestaande archeologische en bouwkundige informatie. Zo heeft de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) een kaart met archeologische monumenten (de Archeologische Monumentenkaart), een kaart met potentieel archeologisch waardevolle plekken (de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden), en de database Archis met zo'n 50.000 archeologische vindplaatsen en ongeveer 12.000 terreinen. De Rijksdienst Monumentenzorg (RDMZ) houdt een lijst bij van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten die ouder zijn dan vijftig jaar.

Praten

De Bont wil naar een meer structurele combinatie van de gegevens van de drie disciplines die zich met cultuurhistorie bezighouden. Dat beide rijksdiensten hun gegevens elektronisch actualiseren, biedt volgens De Bont mogelijkheden om zaken structureel aan te pakken. "Je kunt de drie GIS'en uitbouwen en van toeters en bellen voorzien, zodat ze met elkaar kunnen praten." Zo ontstaat een cultuurhistorische GIS, waarin de historisch-geografische gegevens van Histland worden gecombineerd met de archeologische gegevens van de ROB en de bouwkundige informatie van de RDMZ.

Sinds in 1999 de cultuurhistorie met de nota Belvedere op de politieke agenda werd gezet, zijn er veel projecten gestart om de grotendeels in de bodem verborgen cultuurhistorie zichtbaar te maken. De meeste provincies tekenen met eigen gegevens en met materiaal van de ROB en de RDMZ cultuurhistorische waardenkaarten, al dan niet digitaal. LanceWad is een eerste internationaal inventarisatieproject.

Er is een markt voor kaarten met historisch-geografisch, archeologisch dan wel bouwkundig interessante elementen. In de toekomst is het 'de verstoorder betaalt'. Dit jaar zal de Nederlandse overheid namelijk de wetgeving aanpassen aan het in 1992 getekende Europese Verdrag van Malta. Daarin worden ook de aanwezige elementen in de bodem beschermd. Nu al worden bij grote bouwprojecten zoals de Betuwelijn en de Leidsche Rijn archeologen ingeschakeld om archeologisch onderzoek te doen en het gevonden materiaal te conserveren.

Begrijpen

Dat de historische geografen het voortouw nemen, is volgens De Bont begrijpelijk, want het gaat bij cultuurhistorie vaak om ooit bewoonde plekken. De historische geografie is bij uitstek de wetenschap die middels archief-, oorkonde- en bodemonderzoek kan bepalen waar bewoning het meest waarschijnlijk is, vindt De Bont. "Wil je begrijpen waarom groepen mensen op een bepaalde plek zijn gaan wonen en waarom ze dingen deden, dan moet je iets over het landschap zeggen. Je moet je afvragen wat de dynamiek was van het landschap, hoe het is veranderd door menselijk ingrijpen en hoe de mens daarop heeft gereageerd. Het is een dynamiek tussen landschap en technologie."

Daarom is bijvoorbeeld de kaartlaag met eendenkooien zo interessant. "Een eendenkooi sluit bewoning uit. In een cirkel rondom een eendenkooi mocht niet gebouwd worden. Ken je de verspreiding van eendenkooien, dan heb je een minimale maat waar bewoning mogelijk was."

Lijm

Historische geografie kan volgens De Bont heel goed als lijm dienen om de cultuurhistorisch GIS tot een geheel te smeden. Niet alleen kan de historisch geograaf archeologen en bouwkundigen tonen waar er in het landschap waarschijnlijk relicten in de bodem zitten, ze kunnen beleidmakers een gebied leren kennen via de landschapsgeschiedenis. "En als je zo'n gebied kent, kun je als beleidsmaker ook goed meepraten over dat gebied."

Het ambitieuze idee van Van Marrewijk om via Lancewad het waddengebied als werelderfgoed genomineerd te krijgen, kan wellicht de springplank zijn voor een cultuurhistorisch GIS. Er is een substanti?le subsidie aangevraagd om het samenwerkingsproject van de grond te krijgen.

Martin Woestenburg

Wieringen lezen

Kijken naar de elektronische Histland-kaarten is als het lezen van het landschap. De Bont tovert op zijn computer telkens andere kaartbeelden naar voren, door naar believen lagen aan en uit te zetten en in en uit te zoomen. Zo blijkt Wieringen een erg dynamisch landschap, terwijl het in de kop van Noord-Holland nog steeds sterk herkenbaar is als oud cultuurlandschap naast de strakke kavels van de ingepolderde Wieringermeer. "Wieringen is behoorlijk strak ruilverkaveld", legt De Bont uit. "Het was net als Texel een keileemkop met daarop kleine akkertjes met erfafscheidingen. Die structuur is na 1950 rechtgetrokken."

Wieringen is een voorbeeld van de grote invloed die ruilverkavelingen in de loop van de twintigste eeuw hebben gehad op het Nederlandse landschap. De harde keileembulten van Wieringen en ook Texel overleefden de eeuwenlange aanslag door de zee, terwijl de boeren het gebied alleen op kleinschalige manier konden ontginnen. Pas met de grote machinerie van de twintigste eeuw kon de grond grootschalig bewerkt worden. Naast de ruilverkavelingen zijn ook woningbouw en recenter natuurontwikkelingsprojecten belangrijke landschapsverstoorders.

Drakenschepen

Dat Wieringen in de kop van Noord-Holland nog steeds te herkennen is als een oud waddeneiland komt ook door de oude kerkjes, de soms wat kronkelige weggetjes en niet te vergeten de vorig jaar gerestaureerde wierdijk, een relikwie van de wierwinning als matrasvulsel en geluidsisolatie.

Hoe dynamisch het landschap van Wieringen ook voor 1850 is geweest, blijkt als De Bont een landschapsreconstructiekaart laat zien van rond 800. Meer dan de helft van Nederland ligt onder een veenlaag, ook het stuk Waddenzee tussen Wieringen en Terschelling. De zee sloeg stukken veen af die zeewaarts wegdreven. Het schijnt dat Vikingen de plaggen aanzagen voor drakenschepen, waardoor ze hun stevens afwendden voor andere dan Nederlandse plunderbuit.

De levendige Wieringse cultuurhistorie is tegenwoordig vooral goed zichtbaar door de promotie van cultuurhistorisch toerisme. "Wieringen is zeer actief", vindt Dr? van Marrewijk. Je vindt er wel geen strand, maar qua cultuurhistorie is er enorm veel te zien." Met de gegevens van LanceWad kunnen andere waddengemeenten wellicht vergelijkbare initiatieven ontplooien.

Re:ageer