Wetenschap - 29 november 2001

Wisselend succes biologische aardappelteelt

Wisselend succes biologische aardappelteelt

Aardappelen biologisch telen blijft moeilijk. De ene boer heeft dat beter in de vingers dan de andere, merkte ing. Arjan Dekking van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO). Het grootste knelpunt is de schimmelziekte Phytophthora, ofwel aardappelziekte.

"Phytophthora staat met stip op ??n", vertelt Dekking. Het belangrijkste wat de telers hiertegen kunnen doen is preventief, bijvoorbeeld door aardappel als onkruid in een volgend gewas of op de afvalhoop onmiddellijk te verwijderen. Slaat de schimmel eenmaal toe, dan kunnen telers weinig meer doen dan de haard volledig wegbranden. Wel lijken er aanwijzingen dat een zwaar gewas eerder last heeft van de schimmel. Dat betekent dat telers met rassenkeuze en bemesting wat kunnen sturen. Probleem met de rassenkeuze is dat de afnemer soms eisen stelt. Rassen die goed biologisch te telen zijn, zijn vaak weer moeilijk te verwerken. En juist die verwerking is essentieel voor een verdere uitbreiding van de afzet. Vroeger ging de biologische aardappel als tafelaardappel direct naar de consument. Tegenwoordig wil die ook wel eens chips, schijfjes of patat.

Naast Phytophthora is ook Rhizoctonia een gevreesde ziekte. Sommige telers geven aan net zoveel last van deze ziekte te hebben als van Phytophthora. Deze ziekte slaat vooral toe tijdens de bewaring en ook hier is weinig tegen te doen op wat preventieve maatregelen na, waaronder een goede afwisseling van opeenvolgende gewassen. Die vruchtwisseling is niet altijd optimaal omdat de teler zich laat leiden door wat de markt vraagt. Er is al wel een biologische bestrijder in ontwikkeling, maar die is nog niet toegelaten.

Arjan Dekking volgt het project biologische landbouw en omschakeling (BIOM) en het bedrijfssystemenonderzoek (BSO). Bij BIOM begeleiden de onderzoekers 220 biologische bedrijven, bij BSO staat onderzoek op bedrijfsniveau op de diverse proefaccommodaties centraal. | L.N.

Re:ageer