Organisatie - 10 juni 2010

Winkel voor nimby's

Met je voeten in de klei, onderzoek in de haarvaten van de maatschappij. Wat Wageningen UR wil, doet de Wetenschapswinkel al vijfentwintig jaar: Wageningse wetenschap naar de maatschappij brengen. Maar niet volgens het principe u-vraagt-wij-draaien. Al is dat voor een klant soms even slikken.

18-scource-wetensch.w_.jpg
De eerste Wetenschapswinkels werden in de jaren zeventig opgericht door Nederlandse studenten die kennis gratis beschikbaar wilden maken. Wie geen geld heeft maar wel een vraag, kan er aankloppen voor onderzoek. Op 17 juni viert de Wageningse winkel haar vijfentwintigste verjaardag, en de idealen zijn nog springlevend. Ze doen tot de verbeelding sprekend onderzoek. Wat is een gezond streefgewicht voor kleine mensen? Hoe kunnen vleeskuikens een beter leven hebben en wat kost dat? Moet de N340 wel verbreed worden? De vragen komen van groepen burgers die zelf geen toegang hebben tot onderzoek.
Gekleurde vragen
Wat opvalt aan de verzoeken is dat het behoorlijk gekleurde vragen zijn. Dat is logisch, vindt Gerard Straver, coördinator van de Wageningse Wetenschapswinkel. 'We hebben vaak te maken met boze nimby's.' Die zeggen: Not in my back yard. 'Ze komen met een probleem dat voor hen dichtbij is, en verwachten dat ons onderzoek hun ideeën bevestigt. Maar het is juist onze taak om het grotere plaatje te onderzoeken en de praktijk te combineren met goede wetenschap.
Dat Wetenschapswinkelonderzoek problematiek eenzijdig belicht klopt dan ook niet volgens Straver. 'Toen we op bezoek gingen bij opdrachtgever Erp alert! die in het dorp Erp geen rondweg wilde, bleek er ook een groep te zijn die de rondweg wel wilde. Beide groepen betrek je dan bij het onderzoek. Dan zoom je uit om tot een wetenschappelijke vraagstelling te komen.'
Pittige gesprekken
Over die onafhankelijke rol als onderzoeker kunnen Andries Middag en Matthijs Timmermans meepraten. Ze zijn inmiddels alumni van Wageningen Universiteit, en onderzochten samen of de provinciale weg N340 wel moest worden verbreed. Middag: 'Onze opdrachtgever was Stichting Duurzaam door het Vechtdal, een groep bezorgde burgers uit het gebied. Zij wilden de plannen van de provincie onder de loep nemen en onderuit halen. Maar wij vonden het beter om verder te kijken en met constructieve oplossingen te komen.' Dat leverde pittige gesprekken op. Duurzaam Vechtdal was aanvankelijk ook niet blij met hun keuzes. 'Maar we hadden ons voorgenomen om te doen wat wij het beste vonden', vertelt Middag.
'Tijdens het hele onderzoeksproces bleven we in gesprek en legden we uit waarom we bepaalde keuzes maakten. Dat houdt je scherp.' Die spanning tussen lokale belangen en wetenschappelijke theorie vond Middag juist interessant. 'Ik zie het als toets van bekwaamheid. Je hebt kennis opgedaan in een wetenschappelijke omgeving met haar eigen paradigma's, maar je moet het ook uit kunnen leggen in de echte wereld.'
Projectleider van het Vechtdalonderzoek was Hugo Hoofwijk van communicatiebureau de Groene Link. Ook hij benadrukt de onafhankelijkheid van Wetenschapswinkelonderzoek. 'Bij commerciële bureaus kun je daar misschien over twijfelen, want die zijn financieel afhankelijk van de opdrachtgever. Bij de Wetenschapswinkel betalen klanten niks en hebben ze dus geen hefboom om het onderzoek te sturen. De uitkomst van het onderzoek kan de opdrachtgever dus ook wel eens onwelgevallig zijn.'
Empowerment
Het onderzoek van Middag en Timmermans was wetenschappelijk in ieder geval wel goed, want het is genomineerd voor de Interlandse Wetenschapswinkelprijs. Dertien steden in Nederland en Vlaanderen hebben een Wetenschapswinkel, en elke twee jaar belonen ze samen het beste onderzoek.
Voor burgergroepen met een belang is het vaak moeilijk zich echt te organiseren. Hugo Hoofwijk was de projectleider van het Vechtdal onderzoek. Hij werkt vaker voor de Wetenschapswinkel. 'Dit soort burgerinitiatieven hebben normaal te weinig power, want ze hebben geen onderzoek om hun standpunten te onderbouwen. Een onderzoek leidt weer tot helderdere standpunten, waardoor ze serieuzer genomen worden. Het verbreed hun instrumentarium.' Empowerment noemt Gerard Straver dat: 'Gemeentes kunnen adviesbureaus inhuren. Door ons onderzoek hebben burgergroepen ook een rapport van een expert. Dat is fantastisch.'
Low budget
Een onderzoek van de Wetenschapswinkel is bovendien goedkoop. Straver praat niet graag over geld, maar benadrukt dat met een klein budget maximaal resultaat behaald wordt. 'Studenten krijgen betaald in studiepunten en onderzoek doen in de praktijk is heel leerzaam. En uit de praktijk is er behoefte aan onderzoek. Daarin spelen wij een rol.' Ook voor betrokken onderzoekers zijn er voordelen. 'Dat zit hem niet in wetenschappelijke publicaties, maar in media-aandacht en artikelen in vakbladen', zegt Straver. 'Maar vooral omdat je je begeeft in de haarvaten van de maatschappij.'
Wat Wetenschapswinkelprojecten extra meerwaarde geeft, is dat er veel actieve mensen bij betrokken zijn. Elk onderzoek heeft een begeleidingscommissie met onderzoekers en betrokkenen. Oud-student Middag: 'We hebben onze plannen gepresenteerd in een dorpshuis met meer dan driehonderd mensen. Er kwamen veel kritische vragen waardoor we onze keuzes goed konden uitleggen.' Straver ziet publiciteit en media-aandacht dit als duidelijke meerwaarde van de onderzoeken. 'Alleen zichzelf verkopen, dat kan de Wetenschapswinkel niet zo goed.'
Invloed in Europa
De Europese Unie heeft in april 2,7 miljoen subsidie toegekend aan het programma PERARES waaraan de Wageningse en Groningse Wetenschapswinkels actief meewerken. Coördinator Henk Mulder: ‘Met het geld gaan we kenniscafés en debatrondes organiseren. Daarbij nodigen we verschillende maatschappelijke organisaties uit en proberen als het ware de onderzoeksvragen uit de mensen te trekken. Met die vragen gaan verschillende Wetenschapswinkels aan de slag. De resultaten presenteren we weer tijdens debatten. Zo krijgen organisaties meer invloed op de onderzoeksagenda, en dat is wat Europa wil.'
Incubator
Het Centrum Landschap van de Environmental Sciences Group heeft plannen voor een Incubator Burgerinitiatief. Initiatiefnemer Roel During: ‘We willen een beter overzicht van wat er leeft onder burgers. De incubator kun je zien als een voorportaal van de Wetenschapswinkel, die niet genoeg capaciteit heeft om alles aan te nemen. Door de bezuinigingen organiseren burgers allerlei nieuwe vormen van nabuurschap. Dat is een maatschappelijke transitie waar wij bij betrokken willen zijn. Als we beter weten wat er leeft kunnen we beleidsmakers beter adviseren. Zo zijn we de smeerolie tussen wetenschap, beleid en burger.'
Symposium
Op 17 juni viert de Wageningse wetenschapswinkel haar vijfentwintigjarig bestaan met een symposium. Oud-minister Jacqueline Cramer van VROM en de Wageningse hoogleraar Arjen Wals geven hun visie op de toekomst en het nut van Wetenschapswinkels. Ook wordt de Interlandse Wetenschapswinkelprijs uitgereikt. Zie www.wetenschapswinkelwageningen.nl

Re:ageer