Wetenschap - 17 april 2008

Windturbines geen Hollands glorie

Windturbines maken grote wateren onaantrekkelijker. Ze hebben na boorplatforms de grootste negatieve invloed op de beleving van zeeën en meren. Dit blijkt uit onderzoek dat Alterra deed in opdracht van de WOT Natuur en Milieu. De studie levert input voor de Natuurbalans 2008, een jaarlijkse rapportage van het Milieu- en Natuurplanbureau dat dit jaar het thema water heeft.

Een foto uit het onderzoek naar de invloed van onder meer windmolens op de beleving van water.
Een foto uit het onderzoek naar de invloed van onder meer windmolens op de beleving van water.

Foto: Alterra

‘Dat windturbines zo negatief beoordeeld worden valt me eigenlijk wel tegen’, zegt onderzoeker dr. Sjerp de Vries. Op basis van het milieuvriendelijke imago had hij zich een minder negatief oordeel kunnen voorstellen. ‘De uitkomst was wellicht anders geweest als we hadden gevraagd of windmolens acceptabel zijn in de grote wateren. Maar het onderzoek richtte zich expliciet op de belevingswaarde.’ Hoewel gewenning zeker een rol speelt, is het volgens De Vries nog maar de vraag of windturbines over honderd jaar net zoals de traditionele molens behoren tot de Hollandse glorie.
Dat windturbines zelfs lelijker gevonden worden dan flats aan het water heeft volgens De Vries te maken met de context. ‘Een windmolen in open zee is iets anders dan een gebouw aan de kust, waar al meer menselijke invloed zichtbaar is. De impact van het gebouw is daardoor kleiner.’
Naast de aan- of afwezigheid van de onderzochte elementen is ook de invloed van de grootte, nabijheid en aantallen op de beleving onderzocht. Voor boorplatforms, windturbines, hoogbouw en jachthavens geldt dat de aanwezigheid de grootste negatieve impact heeft. Meer gebouwen, platforms of turbines op dezelfde plek maken minder uit, net als de nabijheid en grootte van de elementen. ‘Als je de belevingswaarde zo min mogelijk wilt aantasten, kun je dus het beste alle ellende concentreren in een minder mooie omgeving.’
Het enige dat positief werd beoordeeld in het onderzoek is de vooroever, een extra oeververdediging voor de hoofdoever waardoor een strook natuur ontstaat. Dat had De Vries ook wel verwacht aangezien vooroevers bedoeld zijn om de omgeving natuurlijker maken. Het oordeel over blauwalg, het enige natuurlijke element, was licht negatief. ‘Ik vraag me wel af hoeveel mensen blauwalg herkennen op een foto.’
In het onderzoek zijn in totaal 120 foto’s getoond aan 2300 mensen. Verdeeld over vier groepen kregen ze 30 foto’s te zien met de vraag: hoe aantrekkelijk vindt u deze omgeving om naar te kijken? Sommige foto’s waren echt, anderen gemanipuleerd.

Re:ageer