Wetenschap - 16 juni 2010

Windmolens bundelen in grote parken

Nederland moet zijn windmolens bundelen in grote windparken langs de kust en in de polders. Dan kunnen elders molenvrije gebieden komen. Dat staat in een verkennende beleidsstudie van VROM.

iStock_000003398012Medium.jpg
Het huidige beleid leidt tot een grote spreiding van windmolens. Elke provincie houdt er zo zijn eigen beleid op na. Van sturing op rijksniveau is nauwelijks sprake. En dat moet anders, liet Directeur-Generaal Ruimte Chris Kuijpers van VROM de verzamelde windhandel weten tijdens de Winddag in Lelystad. VROM is bezig de laatste hand te leggen aan een verkennende beleidsstudie naar de perspectieven voor windenergie op land.
Weerstand
De Winddag werd gehouden bij Acrres, het praktijkcentrum voor duurzame energie en biobrandstoffen van Wageningen UR. Dat is niet toevallig. Wageningen UR is eigenaar van het grootste windmolenpark van Flevoland. Bij Lelystad staan 26 windmolens (52 MW) die samen genoeg stroom leveren om zo'n 30.000 huishoudens van electriciteit te voorzien. Landelijk gezien is het overigens maar een schijntje. In ons land staat zo'n 2000 MW aan windmolens. 
Maar dat is veel te weinig. Volgens doelstellingen van het Rijk moet er in 2020 6000 MW windenergie zijn aan land. Dat is drie keer zoveel als er nu is. ' We lopen dus flink achter', constateert Kuijpers. Stroperige procedures en maatschappelijke weerstand zijn daarvan de grootste oorzaken. Om beide het hoofd te bieden wil VROM dat windmolens geconcentreerd worden in grote windparken op een klein aantal locaties.
Langs de randen
VROM heeft een tiental gebieden aangewezen waar zulke windparken het meest kansrijk zijn. Het gaat om grote agrarische gebieden langs de randen van het land. Daar waar het 't hardste waait en geen vliegvelden (vanwege de radarverstoring) in  de buurt zijn. Naast Zeeland, de kop van Noord-Holland, Friesland en Groningen gaat het ook om gebieden als de polders en West-Brabant. Op deze plekken kunnen veel en vooral hoge windmolens komen. Daar staat tegenover dat er ook molenvrije gebieden komen: de Waddenzee, Natura-2000 gebieden, Nationale Landschappen en gebieden met vliegverkeer. Wat overblijft zijn gebieden waar windmolens wel kunnen, mits ze niet te hoog zijn en zorgvuldig worden ingepast. Bijvoorbeeld in combinatie met bedrijventerreinen. De voorgestelde driedeling lijkt veel op het beleid dat is ingezet voor de intensieve veehouderij.   
Draagvlak
Of de windmolenhandel daarmee wordt vlotgetrokken is overigens maar de vraag. Demissionair minister Van der Hoeven (Economische Zaken)  wees de aanwezigen op het grote belang van maatschappelijk draagvlak. 'De uitdaging is om burgers erbij te betrekken. Windenergie moet het echt hebben van maatschappelijke draagvlak.' Als voorbeeld haalde ze het kersverse besluit aan om minder windmolens toe te staan bij Urk. Zij schrapte zeven (van de ruim tachtig) windmolens die te dicht bij het dorp staan. Bovendien kunnen Urkenaren deelnemen in de exploitatie van het windmolenpark.
 
 
 
 
 
 

Re:ageer