Organisatie - 8 februari 2011

Wind mee op Test Site Lelystad

Op het terrein van Wageningen UR bij Lelystad is dinsdag het grootste windlab van Europa van start gegaan. Bedrijven uit binnen- en buitenland kunnen er hun nieuwste types windmolens testen.

 
Eigenlijk mag er geen molen meer bij in Flevoland, zegt gedeputeerde Anne Bliek. Het turbinebos in haar provincie is met zeshonderd exemplaren wel zo'n beetje vol. Sinds 2005 is er dan ook een moratorium op nieuwe molens. Maar voor de plannen van Wageningen UR is een uitzondering gemaakt. Een belangrijk argument daarbij is de werkgelegenheid. Want de Test Site Lelystad, zoals het windlab officieel heet, levert banen op. Lelystad en Wageningen UR profiteren daarvan.
Spin-off
De nieuwe Test Site is een ontwikkeling van Acrres, het Wageningse toepassingscentrum voor duurzame energie en groene grondstoffen dat ook op het terrein aan de Runderweg in Lelystad is gevestigd. Wageningen verdient geld aan de verhuur van ruimte. RvB-lid Tijs Breukink benadrukt daarnaast de spin-off die de komst van de windmolenbedrijven veroorzaakt. Niet alleen in de vorm van werkgelegenheid en de verhuur van kantoorruimte op het terrein, maar ook de contacten en samenwerkingsprojecten die een en ander op kan leveren. 'Daarnaast kiezen we voor wind omdat dat goed past bij ons imago.' Wageningen UR heeft zelf 26 windmolens staan in de polder. Sinds begin dit jaar draait de hele instelling bovendien op windenergie.
Ecofys
De eigenlijke Test Site valt onder verantwoordelijkheid van Eneco-dochter Ecofys, dat er een speciaal bedrijf (Ecofys Wind Turbine Testing Services) voor heeft opgericht. De twaalf locaties op het terrein van twee bij drie kilometer zijn verhuurd aan zeven binnen- en buitenlandse bedrijven. De eerste molen is inmiddels in aanbouw en is van STX Windpower. Dit van oorsprong Koreaanse bedrijf is al een paar jaar in Lelystad gevestigd. STX huurt ruimte voor veertig mensen.
De twaalf molens op het hele terrein zijn straks goed voor dertig MW. Voor Wageningen UR is het zaak dat de molens vooral veel draaien. Dat levert namelijk geld op, zegt Breukink. De vergoeding is gekoppeld aan de mate waarin het testpark zal worden gebruikt. Het verdiende geld vloeit volgens Breukink 'grotendeels' terug in het onderzoek op gebied van plant en dier.
In de weg
Komende zomer start het Nederlandse bedrijf Lagerweij met de bouw van een molen. 'Wij willen een nieuw type molen certificeren, een zogeheten direct drive die draait zonder tandwielen', legt directeur Henk Lagerweij uit. Tot nu toe was Lagerweij op het buitenland aangewezen voor dit soort testen en certificering. Lagerweij is blij met de nieuwe mogelijkheden, maar heeft ook wel een punt van kritiek. 'Maar een deel van de metingen is bruikbaar voor certificering. Dat komt door de nabijheid van de andere molens. De molens zitten bij wind uit bepaalde hoeken elkaar in de weg.'

Re:ageer