Organisatie - 27 mei 2010

Wildgroei. Zijn er te veel studies?

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) pleitte er dit voorjaar voor slechte opleidingen te sluiten. De Commissie Veerman, die het hoger onderwijs onderzocht, wil dat studies een duidelijker profiel kiezen. Te veel eenheidsworst?

22-veldwerkprakticum-%C2%A9ANP.jpg
Edwin Kroese, Studieadviseur en opleidingsdirecteur Economie en Beleid (WU):
'Ik denk dat er een goed aantal wetenschappelijke bachelors is. Wel vind ik het aantal bedrijfskundige en economische hbo-opleidingen heel erg groot. Voor beide opleidingen geldt dat er zo'n dertig min of meer hetzelfde zijn. Misschien dat daar in gesneden kan worden. Ik ben echter onvoldoende op de hoogte om dat te beoordelen. Het masteraanbod is ook groot, met enorme verschillen in studentaantallen. Zolang een opleiding maatschappelijk wat toevoegt - en er geen grote overlap is - vind ik dat geen probleem.
'Met Economie en Beleid hebben we een kleine nicheopleiding die gericht is op de domeinen van Wageningen UR. De visitatiecommissie vindt dat we op deze schaal, zo'n 35 studenten een grote meerwaarde bieden, andere Life Science-universiteiten willen dan ook graag met ons samenwerken. Neem onze hoogleraar Erwin Bulte. Volgens de Economisch Statistische Berichten zit hij in de top drie van Nederlandse economen. Wij zijn goed in ons eigen vakgebied, meer moet je ook niet willen. Op sommige thema's, bijvoorbeeld rondom de euro en Griekenland, hebben we geen expertise.'
Evert-Jan Ulrich, Opleidingsdirecteur van onder meer Levensmiddelentechnologie (HAS Den Bosch):
'Ik vind niet dat er te veel hbo-opleidingen zijn in de groensector. Onze twee food-opleidingen trekken behoorlijk aan. Bovendien doen afgestudeerden het goed op de arbeidsmarkt. Voedingsmiddelentechnologie heeft een instroom van boven de vijftig en food design zit zelfs rond de tachtig studenten per jaar. Genoeg om een goede opleiding neer te zetten.
'Wij richten ons op de zuidelijke markt. We hebben geen last van andere agrarische hogescholen en ook niet van de voedingsopleidingen van Wageningen Universiteit. Ik zie geen eenheidsworst van opleidingen in de groene sector. Opleidingen zijn toegespitst op de lokale omstandigheden. Je merkt nu wel dat anderen zich op de voedingsmarkt storten. In mijn ogen is dat geen probleem, al vind ik wel dat er een kritische massa nodig is. Een opleiding van minder dan vijftien studenten, daar moet je niet aan beginnen.'
Dick Vreugdenhil, Voorzitter opleidingscommissie biologie, was tot 1 april tevens opleidingsdirecteur biologie (WU):
'Biologie is een breed vakgebied, daarom mag een opleiding niet te klein zijn. Als er maar een klein potentieel aan docenten is, kan de opleiding niet goed worden aangeboden. Of je biologie nu op te veel plaatsen kunt studeren en wat een minimum studentenaantal is, vind ik moeilijk te beoordelen. Ik denk dat we qua bachelors in Nederland op een mooi aanbod zitten, maar er is wel een wildgroei aan nieuwe masteropleidingen. Bij sommige universiteiten zijn er zes MSc's die allemaal iets met biologie te maken hebben. Onderling lijken zulke opleidingen vaak sterk op elkaar. Ik zou liever zien dat dit specialisaties worden binnen één MSc. Binnen Wageningen Universiteit zijn er zo'n dertig masters. Daar moeten we eens kritisch naar kijken. Te veel versnippering is niet goed. De kwaliteit van universiteiten zit hem juist in het brede. Accentverschillen zijn natuurlijk wel goed, maar dat mag niet ten koste gaan van een breed basisaanbod.'
Jan van der Valk, Opleidingsdirecteur van onder meer. bedrijfskunde en agribusiness, tuin- en akkerbouw en dier- en veehouderij (VHL Leeuwarden):
'Groene hbo-opleidingen onderscheiden zich voldoende en ze leiden op voor een duidelijk onderscheidend beroepsprofiel. Dat geldt zowel voor onze bestaande als onze nieuwe opleidingen. In het niet-agrarisch onderwijs ligt dat anders. In economische studies is een wildgroei ontstaan. Vroeger was er bedrijfseconomie; nu zijn er opleidingen als international business & languages, international business and management studies en management, economie en recht. De verschillen tussen veel van die opleidingen zijn doorgaans onduidelijk.
'Concurrentie van andere agrarische hogescholen en Wageningen Universiteit hebben we bij bijvoorbeeld voedingsmiddelentechnologie nauwelijks. Wij hebben weinig instroom van vwo'ers en havisten zoeken een opleiding in de buurt. Wel merken we dat klassieke hbo's zich op onze markt gaan begeven. Dat is frustrerend omdat wij meer knowhow op die gebieden hebben, maar minder bekend zijn bij de scholier. Ik zou liever zien dat we bekostigd worden op basis van kwaliteit en relevantie, nu bestaan daarvoor nauwelijks mogelijkheden. Op dit moment kunnen studenten van andere hogescholen wel een minor bij ons volgen, maar krijgen wij daarvoor geen geld.'
Geartsje Oosterhof, Opleidingsdirecteur alle opleidingen van VHL Wageningen:
'Voor internationale studenten is het aanbod beperkt, bovendien zoeken ze heel gericht. Nederlandstalige hbo-opleidingen zijn er in overvloed. Voor veel Nederlandse scholieren wordt het er niet gemakkelijker op. Havisten gaan een schifting maken: Wat ligt in de buurt, is het iets wat ik ken vanuit de middelbare school? Mbo'ers weten vaak wel wat ze willen, maar zoeken een studie in de buurt. Kleine onbekende hogescholen, zoals VHL, komen daarom maar moeilijk op de shortlist van scholieren. Erg jammer, want de arbeidsmarkt heeft juist meer mensen van deze opleidingen nodig.
'VHL Wageningen heeft zeven Engelstalige opleidingen; wat mij betreft een prima aantal. Misschien kunnen we het aantal specialisaties bij VHL wel wat terugdringen. Opleidingen met een kleine instroom vind ik geen probleem. In de accreditatie en de keuzegids scoren ook deze opleidingen goed. Voedingsmiddelentechnologie bijvoorbeeld, is onze kleinste, maar ook best beoordeelde opleiding.'
Daan van Soest, Hoogleraar milieueconomie (Vrije Universiteit Amsterdam, tevens Universiteit van Tilburg):
'In de jaren negentig was er in het hoger onderwijs een wildgroei aan nieuwe opleidingen met aansprekende titels. Daarbij was het onduidelijk op welke manier die opleidingen verschilden van bestaande opleidingen. Dat is een onwenselijke situatie voor zowel aankomend studenten als voor werkgevers. Economie is een breed vakgebied, op zich is het goed dat daar meerdere opleidingen in zijn. Om de keuze voor scholieren gemakkelijker te maken, moeten bacheloropleidingen breed zijn, terwijl de masteropleidingen specifiek kunnen zijn.
'Ten opzichte van economische faculteiten als die van Tilburg, VU, Erasmus of UvA is de economietak in Wageningen een kleine groep. Door hun focus op landbouw, milieu en ontwikkeling zitten ze in een specifieke niche, die uniek is in Nederland. Er zijn andere kleine opleidingen die minder uniek zijn. Op die manier bekeken zijn andere economiestudies, zoals bijvoorbeeld die van Nijmegen, minder levensvatbaar dan die in Wageningen.'

Re:ageer