Wetenschap - 1 april 2019

Wilde bananen leveren bescherming tegen verwoestende schimmelziekte

tekst:
Albert Sikkema

De schimmel TR4, veroorzaker van de Panama-ziekte, heeft veel bananenplantages in de wereld besmet. Dus zijn er resistente bananenplanten nodig. Promovendus Fernando Garcia-Bastidas testte ruim 200 bananenvariëteiten en kan nu resistente bananen ontwikkelen.

© Shutterstock

De bananenteelt is een van de grootste monoculturen ter wereld. De teelt werkt met genetisch identieke planten op grote plantages die alleen Cavendish-bananen produceren. De bananenplanten zijn resistent tegen de Panama-ziekte (race 1), maar een nieuwe variant van deze schimmel wint terrein: Tropical Race 4. TR4 heeft bananenplantages aangetast in vrijwel alle landen in Zuidoost-Azië en is ook al waargenomen in landen als Jordanië, India en Mozambique. Er zijn nog geen chemische en biologische middelen gevonden om de schimmel te doden. Als TR4 de grote bananenplantages in Latijns-Amerika zou infecteren, kan de globale bananenteelt in gevaar komen.  

Resistentiegenen gevonden
Fernando Garcia verzamelde 245 verschillende bananenvariëteiten uit verschillende landen, ging ze verbouwen in een kas in Wageningen en infecteerde de planten met TR4. Hij vond verschillende planten die niet ziek werden en was in staat om de resistentiegenen te vinden, zowel in Cavendish als wilde bananensoorten. Deze wilde soorten produceren geen geschikte bananen, omdat de vruchten vol zaden zitten, maar ze kunnen wel worden gebruikt in een veredelingsprogramma.

Transgene banaan
Tijdens zijn promotieonderzoek werkte Garcia samen met Australische onderzoekers, die een transgene banaan met resistentie tegen TR4 ontwikkelden. ‘Ze vonden een resistentie-gen in een wilde banaan en plaatsten die in een commerciële banaan’, verklaart Garcia. ‘Deze banaan komt vermoedelijk nooit op de markt vanwege de gmo-wetgeving, maar het onderzoek toonde aan dat we resistente bananen kunnen telen.’

5 tot 12 jaar
Garcia is een traditionele veredelaar en moet dus andere technieken, zoals kruising en selectie, gebruiken om bananenplanten resistent te maken tegen TR4. Dat is een stuk complexer, zegt Garcia. Consumptie-bananen zijn triploïde, wat betekent dat ze geen zaden produceren en steriel zijn, terwijl de wilde bananensoorten diploïde zijn; die produceren wel zaden en kunnen zich seksueel voortplanten. Het kruisingsproces om een gen uit een wilde in een eetbare banaan te krijgen, is complex, vergt veel veredelingsstappen en kost 5 tot 12 jaar, zegt Garcia.

Oranje en rode bananen
Hij is aan dit proces begonnen nadat hij op 19 maart in Wageningen promoveerde. Garcia werkt nu voor veredelingsbedrijf Keygene in een samenwerkingsproject met MusaRadix, een spin-off van WUR. Zijn eerste doel is om een Cavendish te ontwikkelen met resistentie tegen TR4, zijn tweede doel is om de variatie aan eetbare bananen te vergroten. Zo wil Garcia oranje en rode bananen ontwikkelen met resistentie tegen TR4 en andere schimmelziekten. Hij hoopt zowel resistente als nieuwe bananenrassen op de Europese markt te introduceren.