Wetenschap - 1 januari 1970

Wil Wageningen probleemgestuurd onderwijs?

Wil Wageningen probleemgestuurd onderwijs?

Wil Wageningen probleemgestuurd onderwijs?

Het onderwijs van de Landbouwuniversiteit moet fors op de schop - minder hoorcolleges, meer probleemgericht onderwijs. Wb vroeg de uit Maastricht afkomstige onderwijskundige Cita van Til wat daar bij komt kijken. Wat ontbreekt is een visie; de bestuurders moeten snel duidelijk maken of ze het onderwijs ingrijpend willen veranderen.

Het bestuur van de Landbouwuniversiteit heeft aangegeven dat dertig procent van het onderwijs na de herprogrammering moet bestaan uit probleemgericht en -gestuurd onderwijs. Momenteel bewaakt een co├Ârdinatiegroep de programmering, heeft elk onderwijsinstituut een projectgroep ingesteld en trachten kleinere groepjes per opleiding de structuur van de studierichtingen vast te stellen, waarna het programma door de onderwijsinstituten wordt ingevuld

Er zijn dus structuren en cijfers, maar wat ontbreekt is een visie waarom de universiteit probleemgericht en -gestuurd onderwijs wil invoeren. Belangrijke elementen in die visie zijn de vragen: vindt de LUW het belangrijk dat het onderwijs aan een praktische context wordt gekoppeld? En geeft de LUW de studenten meer eigen verantwoordelijkheid in het leerproces? Als die vragen met ja worden beantwoord, heeft dat gevolgen voor de programmering van het onderwijs

Tijdens het lopende proces wordt per opleiding de structuur bepaald, waarbij de doorgaans disciplinaire vakken de puzzelstukjes van de opleiding vormen. Pas aan het eind van de programmering komt de werkvormen van de vakken aan bod: wordt het een hoorcollege, werkgroep of zelfstudie?

Probleemgestuurd onderwijs werkt niet vanuit de disciplines, maar stelt het in kaart brengen van problemen en praktijksituaties centraal. Zo ontstaan vakken waarin meerdere disciplines aan bod komen. Als voorbeeld: het onderwerp verpakken van voedsel raakt in de praktijk aan voedselbederf, temperatuur, materiaalkennis, kosten en marketing. Aan de hand daarvan kun je de bijpassende disciplines vaststellen en komt aan bod wat studenten moeten kunnen en weten

Als je het onderwijs aan praktijksituaties ophangt, krijg je een andere onderwijsstructuur. In probleemgestuurd onderwijs hebben studenten meer eigen verantwoordelijkheid voor het leerproces; ze moeten actief op zoek gaan naar kennis. Dat vereist een andere houding van docenten, die van experts veranderen in begeleiders. Het vereist zelfstudie van de studenten, waardoor de onderwijsroostering veel vrije ruimte moet plannen. En dat vereist weer algemene richtlijnen voor het onderwijs: kunnen er twee pgo-vakken naast elkaar in oon onderwijsperiode en plannen we die 's morgens of 's middags? Dergelijke LUW-brede afspraken over een doorzichtige roostersystematiek zijn snel nodig, want ze bepalen de ruimte van de docenten voor de opzet van pgo-onderwijs

De onderwijsbestuurders moeten daarom snel duidelijk maken of ze het LUW-onderwijs ingrijpend willen veranderen. Als ze alleen meer projectonderwijs willen, dan kunnen ze dat realiseren met de huidige procedure, maar dan krijg je niet echt andere vakken dan nu en verandert de rol van de student en docent niet wezenlijk. Als ze het in Maastricht gebruikte probleemgestuurde onderwijs willen invoeren, gebeurt dat wel

Waarom nu zo moeilijk doen over dat onderscheid probleemgestuurd-probleemgericht onderwijs. Toen ik ruim een jaar geleden uit Maastricht kwam, begreep ik een groot gedeelte van de discussie over pgo niet. Ik kwam er pas na enige tijd achter dat het Wageningse pgo een heel andere opzet en doelstelling heeft. Het Wageningse probleemgerichte onderwijs bestaat uit projectgroepen die samenwerken en een gezamenlijk product afleveren. Het onderwijskundig doel is het leren toepassen van kennis en vaardigheden opdoen in projectmanagement

Bij probleemgestuurd onderwijs bespreekt een groep studenten gezamenlijk een probleem of praktijksituatie, formuleert gezamenlijk de vragen en leerdoelen, maar gaan de studenten daarna individueel op zoek naar de antwoorden. Na oon of twee dagen zelfstudie bespreken de studenten in de groep of de gevonden antwoorden kloppen. Iedere student is gericht op kennis opdoen en zo kun je de kennis van de studenten ook individueel toetsen. De werkgroep is een middel om zelfstandig te leren, in plaats van een doel op zich, zoals in de Wageningse situatie

Zo'n onderwijsopzet stelt niet alleen andere eisen aan de docent, student en onderwijsroostering. De universiteit moet nadenken of er voldoende kleine onderwijsruimtes zijn (zie het bouwplan voor een onderwijsgebouw). Zelfstudie stelt eisen aan de bibliotheek - studenten moeten de keuze hebben uit boeken, waarvan meerdere exemplaren aanwezig moeten zijn. De computerfaciliteiten moeten toenemen en de examinatoren moeten goed nadenken over de wijze van toetsing

Als de huidige onderwijspraktijk van veel disciplinaire vakken, veel hoorcolleges en dictaten intact blijft, zijn dit soort randvoorwaarden minder urgent. Maar als de universiteit een andere onderwijsopzet wil, dan moet ze er nu over nadenken. Daarom moeten de bestuurders een heldere visie etaleren: willen ze nu wel of niet, wat willen ze op termijn bereiken met het pgo-onderwijs?

Het is duidelijk dat een totaal probleemgestuurd curriculum op korte termijn niet realiseerbaar is, en ook niet per se het beste. Maar de universiteit kan in de huidige onderwijsvoorstellen wel duidelijkheid geven hoe ver ze wil gaan met multidisciplinaire werkvormen. Willen ze echt probleemgestuurd onderwijs of is een aantal extra probleemgerichte vakken of monodisciplinaire vakken met probleemgestuurde elementen voldoende? Als de onderwijsvoorstellen op een studentgerichte wijze worden vormgegeven, met meer verantwoordelijkheid voor de student en een andere rol voor de docent, dan kan de universiteit deze onderwijsvernieuwing ook gericht faciliteren met trainingen voor docenten en hen de tijd geven de nieuwe onderwijsvorm te ontwikkelen


Onderwijsondersteuning LUW (OLU)

Re:ageer