Wetenschap - 1 januari 1970

Wij kijken hoe een ziektekiem zich verspreidt tussen groepen dieren

Wij kijken hoe een ziektekiem zich verspreidt tussen groepen dieren

Wij kijken hoe een ziektekiem zich verspreidt tussen groepen dieren


Ik heb echt geluk gehad. Na ik mijn opleiding - de hbo-opleiding Klinische chemie in Leeuwarden en het doctoraalexamen Gezondheidswetenschappen, toxicologie en epidemiologie - werkte ik hier en daar als vrijwilliger en in bijbaantjes. Toen ik toevallig hier een bijbaantje had bij Productie kwam er een vacature vrij en kreeg ik deze baan. Ja, dat was echt geluk!

Haar werk bestaat voornamelijk uit het organiseren, opzetten en analyseren van proeven. Dat is leuk werk. Wij zijn bezig met het bestrijden van salmonella- en campylobacterinfecties bij groepen dieren. We krijgen daarvoor meestal opdrachten van LNV, maar ook vanuit de industrie. Wij werken samen met onder andere de bacteriologen van ons instituut. Wij, dat is een ploegje van zo'n twaalf mensen. Binnen onze afdeling vormen wij de groep ESM, dat staat voor Epidemiologie, Statistiek en Modelbouw. We werken met wiskundige modellen; de andere afdelingen van het instituut zijn veel meer medisch-biologisch gericht. Wij hebben geen eigen labs. Wat dat betreft zijn we dus afhankelijk van de andere afdelingen, maar de samenwerking is goed.

Een van de onderzoeken is erop gericht een vaccin te testen tegen salmonella-infecties bij kippen. Ze werkt met twee groepen: kippen die wel behandeld zijn met het vaccin en de onbehandelde controlegroep. Je kijkt of het verschil in het aantal contactinfecties significant is binnen de controle- en de behandelde groep. En na analyse van de onderzoeksdata via je model, kijk je of je model klopt. Dat model is tenslotte gebaseerd op aannames; soms moet je het aanpassen.

Er is verschil in benadering van het infectieprobleem tussen de onderzoekers van het ID. Katsma: De virologen en de bacteriologen kijken naar het individuele dier. Wij kijken hoe zo'n kiem zich verspreidt tussen dieren binnen een bepaalde groep: in stallen, tussen groepen dieren, tussen bedrijven. Net als bij de varkenspest zijn wij geïnteresseerd in het aantal bedrijven dat besmet raakt, en in het risico dat een bedrijf loopt om geïnfecteerd te raken. En in hoe je via je model kunt verklaren wat het effect van die risicofactor is op de verspreiding. Bijvoorbeeld: is het wel verstandig om te gaan ruimen? Of buurtcontact: vormt het drinken van een kop koffie bij de buurman een verhoogd risico? Het is triest voor de boeren, maar voor ons levert onderzoek hiernaar belangrijke gegevens op. Maar ik geef dit als voorbeeld, hoor. Want met de varkenspest had ik zelf niets te maken.

Bij het onderzoek naar een goed werkend vaccin tegen salmonella-infectie worden de kippen individueel bemonsterd. Dat betekent dat er met een swab, een grote wattenstok, door de cloaca van de kip wordt geveegd. Je veegt dus even rond in de kip d'r kont, om het zo maar uit te leggen, zegt Katsma. Via die swab kun je de aanwezigheid van de salmonellabacterie aantonen. De kip krijgt dus een soort uitstrijkje? Daar moet ze om lachen. Ja, daar lijkt het wel een beetje op.

Bij een wandeling over het terrein wijst Katsma naar de stallen. Daar zitten dus allemaal proefdieren in. Om besmetting met salmonella te voorkomen moeten alle medewerkers wat voorzorgsmaatregels in acht nemen. Ze moeten zich voortdurend omkleden, want binnen de stallen geldt een heel streng regiem, legt Katsma uit. Iedereen die de stallen in gaat, moet eerst douchen. En als je eruit komt, weer douchen. Ze moeten mondkapjes voor en worden van hoofd tot voeten ingepakt in wegwerpoveralls. Op het lab moet je heel netjes werken, want salmonella overleeft bij kamertemperatuur. Je moet schoon werken, voor jezelf en voor de proeven.


foto Guy Ackermans

Willem van der Veen (59) ontfermt zich bij de leerstoelgroep Bedrijfskunde over studenten. Hij is een van de studiecoördinatoren van de opleiding Economie van landbouw en milieu en studiementor van zijn leerstoelgroep. Ik help studenten bij het bepalen van hun studiepakket, regel afstudeervakken en onderhoud contacten met het bedrijfsleven, zodat de studenten op stage kunnen. Verder begeleid ik de buitenlandse studenten die met een Erasmus- of een Socratesbeurs een tijdje bij ons komen studeren. Door zijn contacten met studenten blijft hij op de hoogte van wat er speelt in hun leven. In de regel zijn studenten nu mondiger dan vroeger. Maar doordat het systeem wat schoolser is geworden, vanwege de verkorting van de studieduur, stellen studenten zich tegenover de studiecoördinator weer afhankelijker op. Mede daardoor neemt het regelwerk voor mij toe.

Mariska van der Veen (28) is chemisch analist bij het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten. Ze werkt voornamelijk met zuivel: melk, melkpoeder, kaas, enzovoort. Ik kijk hoe de samenstelling is en of die aan de eisen van de opdrachtgever voldoet. Veel werk doen we voor de AID, de Algemene Inspectiedienst van LNV. Maar we krijgen ook opdrachten van de Consumentenbond. En de laatste tijd onderzoeken we veel interventiemonsters, dat zijn monsters van zuiveloverschotten die de overheid opkoopt. Die wil dan eerst weten of zo'n berg of plas wel aan de eisen voldoet. Het is afwisselend werk. Er zijn veel verschillende soorten bepalingen bij verschillende zuivelproducten. De ene keer moet je een product bewerken met traditionele chemische analyses, de volgende keer met geavanceerde apparatuur. Het werk is zelden twee dagen achter elkaar hetzelfde. De tijd vliegt hier.

Sonja

:Tijdens mijn afstudeervak in Malawi sliep ik samen met mijn counterpart in een kamer van drie bij vier. Ik dacht 's nachts de hele tijd ik iets vreemds hoorde. Ik vroeg haar of ze ook iets hoorde, maar ze zei van niet. Dus ik dacht: ik hoor spoken. Maar op een nacht viel er iets op mijn gezicht. Op de een of andere manier was een rat aan de binnenkant in mijn muskietennet geklommen en naar beneden gevallen. Gillend heb ik me uit het net gewerkt

Ons onderzoek ging over zekerheden en onzekerheden van mensen. De volgende dag zei mijn counterpart dan ook over het voorval met de rat: Did you feel insecure?

Mijn counterpart en ik waren steeds bij elkaar en woonden in een kleine ruimte, zonder elektriciteit of stromend water. Ik heb me snel aangepast. Het kon me op een gegeven moment niets meer schelen dat ik niet veel privacy had. We kregen wel oon of twee keer ruzie, maar we hadden ook veel lol samen. Nederland miste ik ook niet. Wel mijn boterham met kaas, en natuurlijk mijn vrienden en familie. Maar Nederland zelf niet

Terug in Nederland had ik tegenslagen. Op weg van Schiphol naar huis reden we op de snelweg, toen we ineens een enorme knal hoorden. Het was nog donker en ik wist niet waar het vandaan kwam. Toen we stopten, bleek de auto total loss. De bestuurder achter ons was in slaap gevallen en had ons keihard geramd

Niet lang daarna werd ik ziek. Het bleek dat ik bilharzia had, een worm die huist in de bloedvaten rond de darmen. In september was ik in Malawi even tussendoor op vakantie geweest en was gaan zwemmen in lake Malawi bij het plaatsje Cape Madear. In een reisboek heb ik gelezen dat ongeveer 75 procent van de mensen die daar gaan zwemmen bilharzia oploopt

Met de behandeling van bilharzia moet je wachten tot een bepaalde waarde in het bloed heel laag is. Ik had een lage infectiegraad en dan duurt dat langer. Gelukkig mag ik morgen - driekwart jaar later - met mijn kuur beginnen: drieëneenhalve pil na het eten. Dan twee dagen hoofdpijn, zwak, ziek en misselijk, waarna ik me weer goed moet voelen

Of ik een cultuurshock heb gehad? Daar had ik gewoon geen tijd voor: door het auto-ongeluk en mijn ziekte stond ik meteen weer met beide beentjes op de grond. Ik miste de eerste twee maanden Malawi wel erg, de vriendelijkheid van de mensen

In de anderhalf jaar die ik nog studeer, wil ik graag naar Zuidoost-Azië. Volgens mij is het goed om ervaring op te doen in verschillende werelddelen. India trekt me, maar eigenlijk vind ik alles leuk. Als het maar warm is



Terug in Nederland stond ik door het auto-ongeluk en mijn ziekte meteen weer met beide beentjes op de grond

Directeuren LUW dreigen met opstappen


Het college van bestuur heeft wekenlang met de studenten- en ondernemingsraad onderhandeld over het verdeelmodel. Het bestuur wilde elke vakgroep in eerste instantie een vast budget geven, ongeacht hun onderwijsbelasting. De ondernemings- en studentenraad zagen dat echter niet zitten. Zij willen leerstoelgroepen die veel onderwijs verzorgen extra capaciteit geven. Na onderhandelingen sprak het college met de raden af dat een deel van het onderwijsbudget verdeeld wordt op basis van het aantal vakken dat de leerstoelgroepen leveren. Van de 7,5 ton die elke leerstoel als basisfinanciering zou krijgen, zou 122 duizend gulden op die manier herverdeeld worden

De departementsdirecteuren zijn tegen dit voorstel. Zij vrezen dat het voorstel de onderlinge concurrentie tussen leerstoelgroepen aanwakkert - het verzorgen van meer onderwijs levert leerstoelgroepen immers meer geld op. Bovendien zijn ze bang dat het nieuwe budgetmodel de reorganisatie vertraagt, omdat het budget van leerstoelgroepen pas duidelijk wordt als de onderwijsprogramma's definitief duidelijk zijn

De raad van bestuur heeft de hoogleraar-directeuren echter laten weten dat hij vasthoudt aan het compromis met de studenten- en ondernemingsraad. Alleen als de medezeggenschapsraden zich laten overtuigen, wil de raad van bestuur het model alsnog wijzigen

Op 23 juni presenteerden departementsdirecteur prof. dr Lijbert Brussaard en onderwijsdirecteur dr Kees de Gooijer een compromisvoorstel aan de studenten- en ondernemingsraad. Om de onderwijsinstituten meer sturingsmogelijkheden te geven, zouden ze zeggenschap krijgen over een deel van het strategisch budget van de departementen. Een commissie van de raden liet zich echter niet overtuigen door de argumenten van Brussaard. Zij stellen dat de reorganisatie geen onnodige vertraging oploopt, omdat de departementen ook in hun eigen voorstel moeten wachten met het opstellen van bezuinigingsplannen tot duidelijk is welke onderwijstaken de verschillende leerstoelgroepen houden. De commissie adviseert de studenten- en ondernemingsraad dan ook om op 24 juni bij het voorstel te blijven

Hoogleraar-directeur Brussaard wil nog niet speculeren over de uitkomst van die discussie. Hij wil na de uitkomst overleggen met zijn collega-directeuren. K.V

Re:ageer