Student - 14 september 2010

Wielrennen

Mijn broer (Freek heet hij) is een fanatieke amateurwielrenner. Onze vader weliswaar niet, maar in een kortstondige, doch hevige drang om jong te blijven heeft de vijftiger ook zo'n racefiets gekocht. Het plezier bleek van korte duur.

Stijn
Na twee valpartijen  - wielrenschoentjes klikken vast in de pedalen, maar dat vergeet mijn vader wanneer hij moet afstappen -  staat de fiets werkloos thuis. Deze zomer ben ik daarom met mijn broer gaan fietsen. Hij voor de kilometers, ik voor het landschap. Het werd beslist geen succesformule. Toen ik zijn bidon - een collector's item - per ongeluk liet vallen en er vervolgens zelf overheen reed, bleef het bij gefronste wenkbrauwen. Echt geïrriteerd werd hij pas toen ik tijdens de sprint een noodstop maakte om in de verte een familie patrijzen te bekijken. Met agressieve kracht sloeg hij zijn arm naar beneden. Wat hij naar me riep, heb ik niet kunnen verstaan, maar hij zal ongetwijfeld flink gevloekt hebben.
Onze fietsrondes werden een bron van wederzijdse ergernis, tot ik plotseling een geheim ontdekte: door heel dicht achter mijn broertje te rijden, ging ik harder. Sindsdien ben ik fanatiek. Met gemak halen we snelheden van 38 kilometer per uur en met genoeg zelfovertuiging weten we andere amateurrenners te passeren. Het is fantastisch, alleen het landschap ontgaat me sindsdien geheel. Het enige wat ik vanaf de fiets nog zie is mijn broers achterwerk met daarop de woorden 'Rabo Doelsparen'.
Levensgevaarlijk is het. Ik ga zo dicht achter hem rijden dat ik regelmatig bijna z'n achterwiel raak. Zelfs duidelijk rood wit gestreepte paaltjes op het fietspad signaleer ik pas het laatste moment. Hevig slingerend weet ik tot op heden bloederige incidenten te voorkomen. Eén keer miste ik een bocht en kwam  ik midden in een dennenbos tot stilstand. Gelukkig werd mijn mislukking alleen opgemerkt door een luid krijsende groene specht en kon ik een moment later gewoon weer doorrijden.
Het kan me ook niets schelen. Alleen het fietsen telt nog. Ik studeer bos- en natuurbeheer, maar als ik op de pedalen sta, beperkt het maatschappelijk nut van bos zich tot het tegenhouden van wind, een voordeel dat het absoluut verliest van al die irritante boomwortels tussen het asfalt. De afgelopen weken is fietsen het belangrijkste in mijn leven geworden, maar wie dacht dat ik voortaan het stuk van Rheden naar Wageningen fietsend ga afleggen, heeft het mis. Mijn gewone fiets staat met twee lekke banden in de schuur. Tja, daar had ik natuurlijk geen tijd voor met al dat wielrennen.

Re:ageer