Wetenschap - 1 januari 1970

Wieg van nanohap staat in Wageningen

Synthetische celblaasjes voor gezonde stofjes, nano-ijs en zuivelbouwpakketten. De voedingsindustrie staat aan de vooravond van het nanotijdperk, vermoedt dr. Frans Kampers. Met een project van twaalf miljoen in zijn zak kijkt hij in de toekomst.

De nanoman, zoals hij in Wageningen inmiddels bekend staat, heeft de wind mee. Het ministerie van Economische Zaken en de provincies Gelderland en Overijssel zijn met vier miljoen over de brug gekomen voor het door Kampers gecoördineerde project ‘Nanotechnology for Food&Health’. Eenzelfde bedrag is door de universiteiten van Wageningen, Nijmegen en Twente op tafel gelegd, en bedrijven zullen met nog eens zo’n bedrag op de proppen komen.
Het geld is bedoeld voor nanotechnologische onderzoeksvoorstellen voor de medische sector en de voedingsindustrie, die Oost-Nederland economisch verder moeten helpen. De voorstellen moeten dan ook van de bedrijven komen, maar het is wetenschappelijke onderzoekers niet verboden om hun partners in de particuliere sector suggesties in te fluisteren.
‘Voor de zomer kunnen bedrijven en onderzoekers projectvoorstellen indienen’, zegt Kampers. ‘En aan het einde van dit jaar komt er een tweede ronde. Waarover die projecten moeten gaan is nog niet precies bekend. We overleggen nog over de thema’s.’
Wie buiten de prijzen valt krijgt een tweede kans, want ergens in de loop van 2006 gaat er een groter initiatief van start, ‘Nano4Vitality’. Ook daar doet Wageningen aan mee. Kampers’ kleinere project is de voorloper van het grotere Vitality-project, waar in totaal vijftig miljoen in zal omgaan.
Ingewijden in het Haagse beleidscircuit denken dat er misschien nog meer in de koker zit. De rijksoverheid is er van doordrongen dat de Nederlandse economie met spoed op een hoger technologisch plan moet komen. Nanotechnologie, het manipuleren van moleculen op een schaal van enkele honderden miljoenste centimeters, kan die impuls leveren.
Bovendien is er geld. Den Haag zet het geld dat het verdient met de verkoop van aardgas apart in het Fonds Economische Structuurversterking, en betaalt daarmee belangrijke investeringen in de economie en de infrastructuur.
‘De verkoop van aardgas is de laatste jaren toegenomen’, zegt Kampers. ‘In 2006 heeft Den Haag ongeveer een kwart miljard extra in kas. In de Tweede Kamer ligt een motie, die de regering vraagt om een deel van dat geld in nanotechnologie te investeren.’
Wat Den Haag daarvoor terug hoopt te krijgen illustreert de poster die in Kampers’ werkkamer hangt. In het oog springt een groen bolletje. ‘Het is een rudimentaire synthetische cel’, vertelt Kampers. ‘Het is eigenlijk alleen een blaasje met een synthetische celwand die lijkt op die van echte cellen.’
Voor de industrie en de medische wetenschap zijn de blaasjes interessant omdat ze nuttige stoffen kunnen vervoeren. In de farmacie werken Nederlandse nanotechnologen nu aan eiwitjes die ze in de celwand kunnen bouwen, en die fungeren als sluisjes. ‘In een omgeving die wat zuurder is dan normaal gaan de eiwitjes open, en lozen de blaasjes hun inhoud’, zegt Kampers. ‘Kankercellen zijn zuurder dan normale cellen. Daardoor kun je via de blaasjes agressieve medicijnen in kankercellen brengen zonder dat je gezonde cellen beschadigt.’ De blaasjes moeten geïnjecteerd worden.
Voedingstechnologen bestuderen of ze de blaasjes, wellicht in vereenvoudigde vorm, kunnen gebruiken om dure maar gezonde voedingsstoffen beter opneembaar te maken. ‘Campina heeft al zoiets gedaan’, zegt Kampers. ‘Het is nu niet meer op de markt, maar in Calcimel was extra calcium ingebracht in een nanotechnologische constructie.’ In interviews hebben Campina-topmensen gezegd dat de nanoconstructie zowel de smaak als de opname van het calcium verbeterde.
Een andere nanotoepassing is de ‘dubbele emulsie’-technologie waar de Wageningse hoogleraar prof. Remko Boom aan werkt. Die zal misschien in de niet zo verre toekomst een nieuwe generatie beter smakende lightproducten opleveren.
‘Margarine is een voorbeeld van een emulsie’, zegt Kampers. ‘Dat houdt in dat margarine bestaat uit water, waarin kleine vetdruppeltjes zweven. Een dubbele emulsie houdt in dat je door nanotechnologie vetdruppeltjes maakt waarin weer kleine waterdruppeltjes zweven.’
Voor het mondgevoel of de smaak maakt dat weinig uit. Maar de hoeveelheid calorieën in een reeks producten – margarines, spreads, ijs, desserts – kan daardoor drastisch omlaag.
Een andere toepassing ligt in de microzeven die Wageningse procestechnologen ontwikkelen. Die moeten op een dag een grondstof als melk in zijn bestanddelen kunnen splitsen.
‘De industrie roomt nu al vet van melk’, zegt Kampers. ‘Maar de zuivelbedrijven willen verder, veel verder. Het liefst willen ze melk opsplitsen in een bouwpakket van tientallen componenten, en die dan per toepassing weer bij elkaar brengen. Voor het ene product gebruik je component A en B, voor het andere C en D.’
Het klinkt allemaal prachtig, maar er zijn groepen die zich zorgen maken over de veiligheid van nanotechnologie. ‘Die zorgen zijn reëel’, zegt Kampers. ‘Daarom zullen we ook proberen om toxicologisch onderzoek van de grond te krijgen. Je kunt bijvoorbeeld van nanozilverdeeltjes een antibacteriële coating maken, die micro-organismen doodt. De voedingsindustrie hoopt dat verpakkingen met die coatings levensmiddelen langer goed kunnen houden. Maar als nanozilverdeeltjes micro-organismen kunnen doden, wat veranderen ze in levensmiddelen dan nog meer? En wat gebeurt er als ze in het milieu komen? Dat zijn ook vragen waarop we graag een antwoord willen geven.’

Willem Koert

Re:ageer