Organisatie - 18 januari 2007

Wie verdient de Spinozaprijs?

Wageningen grijpt al tien jaar mis bij de verdeling van de hoogste Nederlandse onderzoeksprijs, de Spinozapremie van NWO. Daar moet verandering in komen, staat in het nieuwe vierjarenplan van de raad van bestuur. De komende vier jaar moet tenminste één Wageninger schitteren bij NWO. Tips?

75_opinie_0.jpg
Prof. Maarten Koornneef, lid van de selectiecommissie voor de Spinozaprijs
‘Ik mag natuurlijk niet uit de school klappen over kandidaten. Ik kan wel zeggen dat het er in de commissie erg correct aan toegaat. De afspraak is dat vriendjespolitiek vermeden wordt. Ik houd daarom mijn mond als er een Wageningse kandidaat wordt besproken. Anderen doen dat bij hún universiteit ook. Wij kijken onder meer naar publicaties in Nature en Science en het aantal citaties. Verder zijn er afspraken over de verdeling over de vakgebieden, zodat er een zekere spreiding is over bèta-, gamma- en alfawetenschappen.
Wageningen en Maastricht zijn de enige universiteiten die nog geen Spinoza hebben gekregen. Eén factor is misschien dat sommige Wageningers werken op een klein vakgebied. Het is altijd appels met peren vergelijken. Als je erg goed bent in een klein vakgebied is het moeilijk om vast te stellen of je je ook kan meten met mensen in een competitiever wetenschapsgebied. Maar er zijn aan de andere kant voldoende algemeen biologen bij wie de vergelijking met de rest van Nederland wel mogelijk is. Ik kan geen speciale reden bedenken waarom Wageningen tot nu toe buiten de prijzen is gevallen. Nee, zelf maak ik geen kans. Ik werk het grootste deel van de tijd in Duitsland, dan kom je niet meer in aanmerking.’

Ir. Wouter Gerritsma, citatiespecialist bibliotheek[img]
‘Op basis van de citaties zou je zeggen dat Martijn Katan onze beste kandidaat was, maar die is net vertrokken. Verder staan Peter Holmann en Harry Kuiper van het Rikilt hoog in de citatielijstjes. Ton Bisseling? Cajo ter Braak. Nee, te methodologisch. Zo uit de losse pols zou ik zeggen dat Bisseling onze beste troef is.
Het is eigenlijk vreemd dat Wageningen nog niet in de prijzen is gevallen. Ik heb toevallig vorige week een artikel op mijn weblog gezet waaruit blijkt dat Wageningen in Nederland op de tweede plaats staat als het gaat om highly cited wetenschappers. Je bent highly cited als je tot de half procent meest geciteerde wetenschappers op een vakgebied hoort. Alleen Leiden heeft er eentje meer. Utrecht heeft er net zo veel als Wageningen. Dus het kan er niet aan liggen dat onze wetenschappers het zo slecht doen. Oh ja, vergeet ook Scheffer niet. Die gaat erg hard de laatste tijd.’
Zie het weblog van Gerritsma voor informatie over citaties: www.wowter.nl

Prof. Ton Bisseling, hoogleraar moleculaire biologie[img]
‘Ik weet dat Pierre de Wit en Maarten Koornneef ooit zijn voorgedragen. Pierre is heel goed, maar er zijn nog betere in de wereld. Maarten Koornneef wordt zeer gewaardeerd door collega’s omdat hij aan de wieg heeft gestaan van arabidopsis. Maar misschien was hij iets te faciliterend en hebben anderen de echte doorbraken bereikt.
Vorig jaar heeft Ton Scheres de prijs gekregen, een oud-promovendus van mij die nu in Utrecht werkt. Ik weet dat hij hem ook één keer niet heeft gekregen. Toen vond de commissie dat hij onvoldoende publicaties had. Maar toen hij vier Nature- en Science-publicaties per jaar had, konden ze niet meer om hem heen. Dat spettert eraf, hè. En zulke kandidaten hebben wij nog niet gehad.
Ik vind dat we het over het algemeen niet goed doen bij NWO. Ik weet niet wat de raad van bestuur kan doen om dat te veranderen. Ik denk dat het vooral een zaak is van goede hoogleraren. Die moeten tijdig de echte excellente onderzoekers zien, en die de tijd geven zich te ontwikkelen. Scheres heeft bijvoorbeeld in Utrecht vijf jaar de tijd gekregen om aan de slag te gaan. Die vrijheid is voor echte toppers heel belangrijk.
Ik heb zelf ook het geluk gehad dat Ab van Kammen mij de ruimte heeft gegeven. Hij hield me vrij van administratieve taken en deed erg zijn best om telkens nieuw geld voor me te vinden. Ik denk dat je zo op de lange termijn de toppers kweekt. Dus ik denk niet dat de raad van bestuur veel kan betekenen. Die moeten juist een beetje uit de buurt blijven.’

Prof. Just Vlak, directeur onderzoeksschool PE&RC[img]
‘Poeh, je overvalt me. Ik zit net een college voor te bereiden. Maar zo even uit de losse pols wil ik er wel wat over zeggen. Het lijkt mij een gezonde ambitie van de raad van bestuur. Mijn inschatting is dat wij het misschien wat moeilijker hebben bij NWO omdat toepassingsgericht onderzoek daar niet zo makkelijk scoort. Wij hebben bijvoorbeeld uitstekend voedingsonderzoek, maar dat valt niet zo snel in de prijzen bij NWO. Net als ons ecologisch onderzoek.
Maar goed, het zou toch een keer moeten lukken de komende jaren. Marcel Dicke of Martin Scheffer schieten mij als eersten te binnen. Die doen al jaren uitstekend onderzoek.
We moeten misschien ook wat meer investeren in het overlegcircuit bij NWO. Dat is belangrijk. Je kunt niet verwachten dat je met een goede kandidaat altijd in de prijzen valt. Je ziet dat ook bij Nobelprijzen. Dit jaar ging de prijs naar de Amerikanen Craig Mello en Andrew Fire, terwijl de Engelsman David Baulcombe hem ook had moeten krijgen. Amerikanen steken elkaar eerder omhoog dan Europeanen en vallen daardoor vaker in de prijzen. Ik vind lobbyen niet het goede woord, dat klinkt zo bedriegerig, maar we moeten wel zorgen dat zichtbaar is wie wij in huis hebben.’

Re:ageer