Organisatie - 5 juni 2014

Wie redt het praktijkonderzoek?

tekst:
Albert Sikkema

Het praktijkonderzoek van Wageningen UR maakt zware tijden door. De financiering van de praktijkcentra voor land- en tuinbouw is onzeker nu de productschappen zijn opgeheven. Komen er nieuwe organisaties in de land- en tuinbouw die willen investeren in praktijkonderzoek en innovatie?

Het varkensinnovatiecentrum Sterksel van Wageningen UR had op 12 mei staatssecretaris Sharon Dijksma te gast. Zij nam daar de toekomstvisie van de varkensvleessector in ontvangst en sprak over de innovatie-agenda voor deze varkenshouderij met boerenorganisaties, de vleesverwerkende industrie en diervoederfabrikanten. Normaal geen spannende kost voor de praktijkonderzoekers, maar dit keer wel. De gesprekspartners van Dijksma hadden namelijk net daarvoor de Vereniging van Varkenshouders en het Ketenplatform Varkenshouderij opgericht. En die clubs gaan mede het lot van het praktijkonderzoek bepalen.

Nieuwe ideeën
Want de toekomst van het praktijkonderzoek is ongewis, sinds de Tweede Kamer enkele jaren geleden besloot om de productschappen op te heffen. De Kamerleden vonden het niet meer van deze tijd dat boeren en tuinders een verplichte heffing moesten betalen aan deze publiekrechtelijke organisaties die de productieketens van zuivel, vlees, akkerbouw en tuinbouw vertegenwoordigden. Die verplichte heffing besteedden de productschappen aan voedselveiligheid en promotie, maar ook aan praktijkgericht onderzoek. Nu de productschappen en de heffingen eind dit jaar verdwijnen, hebben de praktijkonderzoekers van Wageningen UR een probleem. Wie gaat hun onderzoek nu betalen? De Plant Sciences Group kondigde dit jaar al een reorganisatie aan bij het plantaardig praktijkonderzoek waarbij zo’n vijftig arbeidsplaatsen op de tocht staan.

Toch dienen zich op verschillende plekken in de landen tuinbouw nieuwe ideeën aan. Zo richtten de melkveehouders en zuivelbedrijven samen ZuivelNL op, een ketenorganisatie die onder meer gaat investeren in kennis en innovatie. Verder heeft ook de aardappelsector al een nieuwe club in de steigers staan die de innovatie moet gaan aanjagen. En dan zijn er nog de in Sterksel gepresenteerde initiatieven van varkenshouders. Deze organisaties kunnen de productschappen vervangen bij het financieren van onderzoek dat door de Wageningse praktijkcentra uitgevoerd kan worden.


Praktijk centra Wageningen UR

Sterksel – varkenshouderij

Dairy Campus Leeuwarden – melkveehouderij

Hengelo – milieuonderzoek in melkveehouderij

Lelystad – akkerbouw en vollegrondsgroenten, groene ruimte

Bleiswijk – glastuinbouw Lisse – bloembollen en bomen

Randwijk – fruit en bomen

Westmaas – akkerbouw (klei)

Vredepeel – akkerbouw en vollegrondsgroenten (zand)

Valthermond – akkerbouw (veen)


Eigenzinnig
Nu de boeren en tuinders opnieuw het wiel moeten uitvinden om de innovatiekracht en concurrentiepositie van de Nederlandse land- en tuinbouw te versterken, komt het DNA van de verschillende sectoren weer bloot te liggen. De eigenzinnige tuinders bijvoorbeeld moeten niets van collectivisme weten. Het productschap Tuinbouw financierde altijd zo’n 10 miljoen in het praktijkonderzoek in Lisse en Bleiswijk, maar veel tuinders keerden zich tegen de verplichte heffing. Nico van Ruiten, voorzitter van LTO Glaskracht, denkt dan ook niet dat alle tuinders een opvolger van het productschap gaan ondersteunen. ‘Ik verwacht dat er ondernemerscollectieven komen die op vrijwillige basis onderzoek aan tomaat, paprika en chrysant financieren. Maar het wordt een stuk lastiger om gewasoverstijgend onderzoek te organiseren, bijvoorbeeld onderzoek naar plantgezondheid, water- en energiegebruik. Dat strategische onderzoek komt niet van de grond met een vrijwillige bijdrage van de tuinders.’

De Nederlandse melkveehouders en akkerbouwers daarentegen zijn wel coöperatief ingesteld. Akkerbouwers willen een branche-organisatie oprichten, waarbij alle bedrijven – net als bij de productschappen – een verplichte bijdrage leveren aan onderzoek en innovatie. Die mogelijkheid bestaat, zegt Mathé Elema van het productschap Akkerbouw. ‘Wetgeving van de EU biedt de mogelijkheid om een branche-organisatie op te richten, met algemeen verbindende voorwaarden, zodat niet alleen de akkerbouwers die lid zijn van deze organisatie een heffing betalen, maar ook de niet-leden.’ Dit is echter een ingewikkelde route die allereerst om draagvlak vraagt bij de akkerbouwers. Een groot deel van hen moet lid worden van de branche-organisatie. Verder moet het ministerie van EZ de organisatie erkennen. ‘Het wachten nu is op de brief van het ministerie van EZ’, zegt Elema. ‘Die moet de kaders aangeven voor de erkenning van zo’n vereniging en welke onderwerpen de vereniging mag regelen. De verwachting is dat onderzoek en innovatie op dat lijstje staan. Ook verwacht ik dat het ministerie vraagt om een draagvlaktoets bij de ondernemers.’

Minder geld
De spelregels moeten snel duidelijk zijn, want eind dit jaar komt er geen geld meer van de productschappen. Rond die tijd moeten de opvolgers eigenlijk al in de startblokken staan. ‘De grote zorg voor het praktijkonderzoek is: hoe overbruggen we 2015?’, zegt Geert van der Peet, themaleider Duurzame Veehouderij bij Livestock Research. Dit jaar is er al minder geld voor praktijkonderzoek van de productschappen, die feitelijk hun spaargeld opmaken. Volgend jaar kan de opdrachtenportefeuille voor de praktijkcentra instorten als er niet snel nieuwe onderzoekfinanciers komen.

In elk geval zal het praktijkonderzoek dan nog dichter op de markt moeten kruipen, zegt Nico Van Ruiten. ‘Alle praktijkonderzoek wordt niet alleen vraaggestuurd maar ook kostenefficiënt, want telersgroepen gaan de opdrachten geven en bovenop het onderzoek zitten’, verwacht Van Ruiten. Ook in de akkerbouwsector is de komende jaren minder geld voor praktijkonderzoek dan vroeger, verwacht Elema. En ook hij verwacht dat de onderzoeksvragen meer van onderop, door de ondernemers, worden opgesteld. Bij Livestock Research anticipeert Van der Peet al op de nieuwe bekostiging van het praktijkonderzoek in Sterksel. MKB-bedrijven als stallenbouwers, slachterijen, toeleveranciers en afnemers van de varkenshouders kunnen voor 500 euro per jaar partner worden van Sterksel. In ruil daarvoor krijgen ze een serie netwerkbijeenkomsten, waardoor ze van elkaar kunnen leren. Van der Peet: ‘Want de innovaties in de varkenssector komen niet meer alleen uit het onderzoek, die komen vooral van de MKB-bedrijven. Bedrijven leren van elkaar bij de vermindering van het antibioticagebruik, nieuwe staltypen of een ketennetwerk voor duurzaam varkensvlees.’ Door hen te verbinden, kan Van der Peet hen bovendien helpen om gezamenlijke onderzoeksprojecten in te dienen.

Er blijft altijd risicovol onderzoek nodig naar complexe problemen die varkenshouders niet op het eigen bedrijf gaan uittesten

En dan komen de Wageningse praktijkonderzoekers weer in beeld. Want er blijft altijd risicovol onderzoek nodig naar complexe problemen die varkenshouders niet in het eigen bedrijf gaan testen. Zo loopt er nu een project over staartbijten in Sterksel. ‘Dat doen we met innovatiemanagers van Sterksel, maar ook met onderzoekers van de universiteit, DLO en de HAS Den Bosch. Staartbijten is een lastige kwestie. Bij experimenten kan het snel fout gaan, dan kun je niet zo even experimenteren op een varkensbedrijf. Dan hebben ze VIC Sterksel nodig.’

Illustratie: Henk van Ruitenbeek


Re:ageer