Wetenschap - 7 juli 2010

Wie let voortaan op de insecten?

Het ministerie van LNV wil komend jaar de financiering beëindigen van het project 'Invasies, ziekten en plagen'. Daardoor komt waarschijnlijk een eind aan een biologische dataset van 65 jaar. 'Het stoppen van dit project is vragen om een heleboel trammelant. Voor 65 duizend euro kun je een hoop ellende afkopen.'

14-processierups-%C2%A9Leen-Mora.jpg
Het kantoor van insectenplaag-expert Leen Moraal van Alterra laat aan duidelijkheid niets te wensen over: hier huist een entomoloog. Tussen de talloze door insecten aangevreten takken en stammetjes staan glazen potjes met levenloze, bleekwitte larven. Moraal houdt zich bezig met insecten in levend en dood hout en is gespecialiseerd in plaaginsecten. Hij pakt een bastloos stammetje en wijst op een netwerk van gangen in het hout. 'Dit is het werk van de essenbastkever', legt hij uit. 'Het moederdier maakt een hoofdgang en legt al knagend haar eitjes op regelmatige afstand van elkaar. De uitgekomen larfjes maken dunnere gangen die loodrecht op de moedergang staan.' Het gangenstelsel oogt fraai, maar voor de boom is de kever minder goed nieuws: tienduizenden knagende larfjes betekenen meestal zijn ondergang. 'De moederkever kan dit alleen maar in een verzwakte boom doen', zegt Moraal. 'Gezonde bomen kapselen de eitjes in door de vorming van callusweefsel.'
Vroegtijdige signalering
Moraal is hét aanspreekpunt voor insectenplagen in Nederland. Sinds 1946 worden plagen op bomen en struiken in Nederland bijgehouden en gemeld door een netwerk van honderden vrijwilligers. 'Dat netwerk moet je vitaal houden', zegt hij. 'Het functioneert goed omdat we een gratis dienst zijn. Mensen kunnen insecten of foto's van insecten naar ons opsturen en wij determineren ze.' Volgens Moraal is het heel belangrijk dat nieuwe plagen op tijd worden gesignaleerd. De laatste vijftig jaar is het goederentransport enorm toegenomen. Hierdoor is de kans toegenomen op onwelkome zespotige verstekelingen, die zich bijvoorbeeld in houten verpakkingsmaterialen ophouden.  
Zo vreest de entomoloog de komst van de Aziatische essenprachtkever. Dit fraaie insect kwam in Noord-Amerika terecht via verpakkingsmateriaal en heeft een ware slachting aangericht onder essen in de Verenigde Staten en Canada: dertig miljoen essen legden het loodje. 'Als dit dier in Europa komt en we nemen hem niet op tijd waar dan raken we al onze essen kwijt', stelt Moraal. 'Door een vroegtijdige signalering van zo'n nieuwe plaag is er wellicht nog wat aan te doen.'  
Ongerustheid
Het stoppen van de subsidie om plagen te monitoren, heeft volgens Moraal veel negatieve consequenties. 'Zaken als wateronttrekking, verstikstoffing en klimaatverandering hebben effect op de vitaliteit van bomen en dus op plaaginsecten. Die zijn vaak afhankelijk van verzwakte bomen', aldus Moraal.  'Zo is van de eikenprocessierups vastgesteld dat dit dier door de opwarming regelmatig tot een plaag wordt.'
Door beheerders en het publiek te informeren over plagen - vaak gebeurt dat via de media -  haal je volgens de entomoloog veel ongerustheid weg. Hierdoor is het voor mensen bijvoorbeeld duidelijk dat een kaalgevreten boom geen ramp hoeft te zijn. 'Met de kennis die we decennialang hebben verzameld,  kunnen we voorspellingen doen over welke plagen de kop op zullen steken, wat de oorzaak is, en wat er eventueel aan te doen valt', legt Moraal uit. Zo voorspellen klimaatwetenschappers drogere zomers. Door de optredende droogtestress zullen er meer verzwakte bomen ontstaan die vatbaar zijn voor plaaginsecten. Moraal: 'We hebben in 2003 een voorproefje gehad van de gevolgen van zo'n droge zomer. Toen vergreep de eikenprachtkever zich massaal aan door droogte verzwakte eiken. Uiteindelijk ging 4 procent van de Nederlandse eiken dood.'
Geschokt
Ook Henk Siepel, hoogleraar toegepaste dierecologie en hoofd van het Centrum Ecosystemen bij Alterra, is niet gelukkig met de bezuiniging. 'Onbegrijpelijk en eeuwig zonde als dit wordt gestopt', zegt hij. 'Als er één project is dat veel oplevert, is het dit wel.' Siepel is vooral geschokt over de motivatie om de subsidie te stoppen: 'Het project kan niet relevant zijn, want het loopt al zo lang. Dat werd letterlijk gezegd', aldus Siepel. Volgens hem is een tijdreeks van meer dan 65 jaar uniek in Ne,derland en buitengewoon relevant voor het herkennen van patronen en verschuivingen in het voorkomen van plagen in Nederland. Sommige plagen zijn verdwenen terwijl andere juist de kop op steken. 'Het project behelst niet alleen monitoren en kennis verzamelen', vertelt Siepel. 'Het is ook een helpdesk waar burgers met hun vragen terecht kunnen.' Daarnaast gebruiken de onderzoekers de verzamelde informatie om adviezen te geven aan groenbeheerders: welke bomen moeten ze wel of juist niet aanplanten.
 LNV vindt desondanks dat het project geen prioriteit heeft. 'Bezuinigingen slaan ook neer in de kennishoek. We moeten steeds kritischer worden op waar we de schaarse onderzoeksmiddelen voor inzetten', stelt Jan Willem van der Ham, beleidsmedewerker van de afdeling Natuur, Landschap en Platteland van LNV. 'Er  moeten prioriteiten worden gesteld.'
Eikenprocessierups
De gegevens die het project oplevert, zijn volgens Siepel vaak het startpunt van  verder onderzoek. Zo stelden onderzoekers op basis van de dataset vast dat plagen van insecten die zichzelf moeilijk verplaatsen, zoals de eiekenprocessierups, tussen 1946 en 2005 met een factor drie zijn toegenomen. Siepel: 'Als je foto's van vroeger en nu bekijkt, zie je dat het landschap enorm is veranderd. Er is tegenwoordig veel meer groen. Door overal boompjes langs wegen en lanen te planten, hebben we het probleem van de verspreiding voor deze groep insecten opgelost. Ongewild hebben we die plagen in de hand gewerkt.'
Siepel noemt de bezuiniging penny wise, pound foolish. 'Voor 65 duizend euro kun je een hoop ellende afkopen, en er is ook nog een wetenschappelijk belang', zegt de hoogleraar. 'Je krijgt een hele hoop trammelant en onrust doordat de helpdesk wegvalt. Er is dan niet iemand die binnen vijf minuten op de radio kan zeggen of er wel of niet iets aan de hand is.' Ondanks de sombere vooruitzichten blijft Siepel knokken voor het plagen-netwerk: 'De laatste jaren hebben we het project al een paar keer voor de poorten van de hel weggesleept. Niets is zeker totdat het doek is gevallen.'    

Re:ageer