Wetenschap - 13 juni 2002

Wie is de slimste student van Nederland?

Wie is de slimste student van Nederland?

De Grote Universiteitsbladenquiz

Bestaan ze nog? Breed geori?nteerde studenten die eigenlijk overal in ge?nteresseerd zijn en van alles iets afweten. Die niet alleen de grondbeginselen snappen van economie, natuurkunde of aardwetenschappen maar ook mee kunnen praten over politicologie, rechten en kunstgeschiedenis? Ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van weekblad De Groene Amsterdammer gaan alle universiteitsbladen op zoek naar de slimste student van Nederland. De quiz op deze pagina moet uitmaken wie zich de slimste student van deze universiteit mag noemen, een ware homo universalis. In het najaar komen alle plaatselijke slimmeriken naar Amsterdam om uit te vechten wie de slimste van het land is.

Twee rondes

De quiz is opgebouwd uit twee rondes. De eerste ronde bestaat uit twintig meerkeuzevragen die alle universiteitsbladen publiceren. De antwoorden worden 20 juni bekendgemaakt. Elke universiteit mag maar ??n winnaar (student) afvaardigen naar de finale in Amsterdam. Als de voorronde meerdere winnaars heeft opgeleverd, wordt er geloot. De winnaar van elke universiteit mag naar de finale in september in De Balie in Amsterdam. Wie daar wint, mag zich een jaar lang de slimste student van Nederland noemen. We denken er nog over of we de studenten alleen moeten afvaardigen of dat ze een hoogleraar van hun eigen universiteit mee mogen nemen.

De quizvragen zijn door deskundigen gemaakt. De collega's van VU-weekblad Ad Valvas vroegen twintig wetenschappers uit verschillende disciplines om een meerkeuzevraag die beantwoord moet kunnen worden door een student uit die discipline aan het eind van zijn tweede jaar. Van een homo universalis mag je verwachten dat hij veel weet van veel verschillende terreinen, maar niet dat hij op al die terreinen echt een deskundige is.

Extra prijzen

De redactie van Wb looft voor de drie beste inzendingen van Wageningse studenten prijzen uit van 100, 50 en 20 euro.

Oplossing insturen

Mail de oplossing voor 19 juni naar quiz@cereales.nl of stuur hem naar Wb, postbus 357, 6700 AJ Wageningen.

De vragen

1. Een stijging van de koers van de euro ten opzichte van de dollar heeft in de visie van het Centraal Planbureau (CPB) de volgende effecten voor de Nederlandse economie:

a) verslechtering van de concurrentiepositie en blijvend nadelige effecten voor het re?el Bruto Binnenlands Product (BBP).

b) een daling van de inflatie en blijvend voordelige effecten voor het BBP.

c) tegengestelde effecten met nauwelijks invloed op het BBP.

d) aanvankelijk nadelige effecten maar na verloop van tijd neutrale tot voordelige effecten voor het BBP.

2. In de discussie over de gezondheidszorg in Nederland wordt vaak gezegd dat de behandelende artsen moeten werken volgens de principes van 'evidence-based medicine'. Welke van de onderstaande antwoorden heeft betrekking op dit principe:

a) Het voorschrijven van goedkope generieke geneesmiddelen in plaats van dure specialit?'s.

b) Een door de arts voorgestelde therapie is gebaseerd op door hem/haar zelf waargenomen evidentie (effectiviteit bij een andere pati?nt).

c) De door de arts voorgestelde therapie is gebaseerd op de uitkomst van een meta-analyse van gerandomiseerd klinisch onderzoek .

d) Het effect van een diagnostische handeling of therapie is, in relatie tot de kosten, voor de individuele pati?nt waardevol.

3. Welke antropoloog articuleerde in de eerste helft van de 20e eeuw een 'methodologische omwenteling' door de methode van de participerende observatie als de belangrijkste wetenschappelijke onderzoeksmethode van de antropologie te omschrijven?

a) Franz Boas.

b) A.R. Radcliffe-Brown.

c) Bronislaw Malinowski.

d) Margaret Mead.

4. Hoewel we waterstofchloride ? zoutzuur, HCl ? meestal als oplossing in water tegenkomen kunnen we het ook als gas aantreffen. HCl is een tweeatomig molecuul bestaande uit het lichte waterstof en het 35 maal zwaardere chloor. Zo'n molecuul in de gasfase transleert (verplaatst zich), roteert (voert draaibewegingen uit) en vibreert (trilt). Bij een vibratie verplaatst het zwaartepunt zich niet.

Wat gebeurt er met de vibratie (trilling) als waterstof door deuterium wordt vervangen?

a) De frequentie waarmee het Cl-atoom trilt verandert niet, want beide atomen trillen onafhankelijk.

b) De frequentie waarmee het Cl-atoom trilt verandert een klein beetje, want het molecuul wordt nauwelijks zwaarder.

c) De frequentie waarmee het Cl-atoom trilt verandert heel sterk, want het schrikt erg van zijn nieuwe buurman.

5. Welke van de volgende uitspraken is niet te vinden in het werk van Friedrich Nietzsche?

a) Alles wat mij niet om het leven brengt, maakt mij sterker.

b) Men moet nog chaos in zich hebben om een dansende ster te kunnen baren.

c) Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.

d) God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!

6. Kort geleden heeft de zogeheten 'dualisering' van het gemeentebestuur plaatsgevonden. Deze overgang van een monistisch naar een dualistisch systeem heeft tot gevolg dat:

a) een wethouder niet afkomstig kan zijn uit de gemeenteraad.

b) een aspirant-wethouder niet bij de gemeenteraadsverkiezingen op een kandidatenlijst hoeft te staan.

c) de burgemeester voortaan rechtstreeks wordt gekozen door de gemeenteraad.

d) een wethouder niet langer woonachtig hoeft te zijn in de gemeente waar de wethoudersfunctie wordt uitgeoefend.

7. Stel dat we de taal van de walvissen konden verstaan, zouden we dan ook met ze kunnen communiceren?

a) Nee, want wat Wittgenstein het taalspel van de walvissen noemt heeft een ander geheel van spelregels dan het taalspel dat mensen spelen.

b) Nee, want in de communicatie van de walvissen speelt de spuit een belangrijke rol en wij mensen hebben geen spuit.

c) Nee, want walvissen hebben een ander gevoel voor plaats en tijd.

d) Nee, want met dolfijnen lukt dat ook niet.

8. Waarom lijken twee leden van een eeneiig tweelingpaar genetisch meer op elkaar dan twee klonen?

a) Tweelingen delen dezelfde baarmoeder.

b) Tweelingen delen zowel genomisch als mitochondriaal DNA.

c) Klonen hebben een geboortemoeder aan wie ze biologisch niet verwant zijn.

d) a + b + c zijn goed.

9. Welke filosoof-pedagoog begint een van zijn hoofdwerken met de volgende zin: 'Alles is goed zoals het uit handen van de Schepper komt, alles raakt verdorven in handen van de mens.'

a) Augustinus.

b) S. Freud.

c) J. Rousseau.

d) J. Locke.

10. Op 12 april 2001 werd een omstreden nieuwe euthanasiewet aangenomen door de Eerste Kamer. Welk van de onderstaande uitspraken is waar als die wet in werking is getreden?

a) Euthanasie is geen strafbaar feit meer. Het desbetreffende artikel is uit de wet geschrapt.

b) Euthanasie is geen zelfstandig strafbaar feit meer; het wordt voortaan beschouwd als moord.

c) Euthanasie is nog steeds een strafbaar feit, maar artsen worden niet meer strafrechtelijk vervolgd.

d) Euthanasie is nog steeds een strafbaar feit, maar wanneer een arts volgens bepaalde regels handelt kan hij niet gestraft worden.

11. De arbeidssatisfactie van een medewerker:

a) is bepalend voor diens arbeidsprestatie.

b) hangt niet systematisch samen met diens arbeidsprestatie.

c) is met name van belang omdat deze als persoonsgebonden factor zo lastig te veranderen is.

d) is in hoge mate bepalend voor diens arbeidsmotivatie.

12. Welke zin is ongrammaticaal:

a) There have been many applications received for this post.

b) There's a pen and paper on the table: get writing!

c) There has been said quite a lot about the salary.

d) There won't have been much time to apply.

13. Met het grote paleis in Knossos op Kreta (tussen 2000 en 1300 v.Chr) is een antieke mythe verbonden. Welke mythe was dat?

a) Theseus en de Minotaurus.

b) Europa en de stier.

c) Herakles en Geryoneus.

14. Als gevolg van de toename van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer moeten we rekening houden met een opwarming van de aarde en een stijging van de zeespiegel. Wat zou de gemiddelde landwaartse verplaatsing van de gestrekte duinenkust van Noord- en Zuid Holland zijn bij een zeespiegelstijging van 1 meter over 100 jaar?

De normale kustdynamiek, de invloed van de Waddenzee en ook een mogelijke verandering van het stormklimaat mag je in de berekening buiten beschouwing laten. Ga uit van een gemiddelde duinhoogte van 10 meter boven NAP, een gemiddelde helling van het onderwaterstrand van 1 op 100. De diepte tot waar de zeebodem door de golfbeweging zich aanpast aan de gemiddelde zeestand mag worden geschat op 10 meter.

a) ca. 10 meter.

b) ca. 100 meter.

c) ca. 1000 meter.

d) ca. 10.000 meter.

15. Fotosynthese is het proces waarmee planten de energie van de zon omzetten in een voor hen bruikbare vorm. Wat is de maximale effici?ntie van dat proces?

a) groter dan 95%.

b) 70%.

c) 35%.

16. In november 1912 werd Benito Mussolini hoofdredacteur van het dagblad 'Avanti!' ('Vooruit!' of 'Voorwaarts!'). Dit was het orgaan van:

a) de Italiaanse Communistische Partij.

b) de Italiaanse Socialistische Partij.

c) de Italiaanse Fascistische Partij.

17 Wat houdt het begrip 'homologie' in?

a) De studie van organismen die tot het genus Homo behoren.

b) Aanwezigheid van twee identieke allelen op een locus.

c) Een gemeenschappelijke evolutionaire oorsprong hebbend.

18. Welke theoloog schreef deze zin in Latijnse taal: 'Geschapen heb Jij ons naar Jezelf toe, en onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in Jou' ('Fecisti nos ad te, et inquietum est cor nostrum, donec requiescat in te')?

a) Calvijn.

b) Augustinus.

c) Luther.

19. De 'Acad?mie fran?aise' is ooit opgericht om:

a) het Frans te beschermen tegen de invloed van het Engels.

b) de Franse taal te codificeren.

c) vast te leggen dat niet langer het Latijn, maar het Frans de offici?le taal was bij de rechtspraak.

20. Een duiker bevindt zich 25 meter onder het wateroppervlak. Hoe hoog is de druk in zijn longen ongeveer?

a) 100 kPa (kilo Pascal = 1 atmosfeer).

b) 125 kPa.

c) 250 Kpa.

d) 350 kPa.

Met medewerking van: prof. B. Compaijen, prof. P. Postmus, dr O. Salemink, dr M. Willemsen, prof. C. Gooijer, Prof. T. Janssen, prof. D. Boomsma, dr A. van Montfort, prof. P. Jansen, mr B. de Wilde, dr M. Hannay, prof. B. Spiecker, dr. G. Ernsting, prof. P. Vellinga, prof. R. van Grondelle, dr H. Langeveld, prof. D. Yntema, prof. C. Burger, dr M. Brinkman en prof. P. Hollander.

Re:ageer