Organisatie - 19 juni 2014

Wie blijft wetenschapper?

tekst:
Yvonne de Hilster

‘Ik weet niet of ik jonge mensen op dit moment een carrière in de wetenschap zou aanraden’, zei KNAW-voorzitter Hans Clevers op 12 juni tijdens een forumdiscussie in Orion. Bezuinigingen van de overheid maken een toekomst in de wetenschap volgens hem onzeker.

Wat vinden jonge Wageningse onderzoekers daar zelf van? Willen ze door in de wetenschap? Of niet?

Anneke van de Boer

Promovendus bij Meteorologie en luchtkwaliteit

‘Het is moeilijk om toe te geven, maar ik zie voor mezelf geen toekomst meer in de wetenschap. Ik vind onderwijs geven te leuk om als snel tussendoortje te doen. Daarnaast heb ik geen zin om alsmaar op mijn tenen te lopen en competitief te moeten zijn zoals in de tenure track die hier in Wageningen verplicht is. Verder wil ik niet iedere anderhalf jaar ergens anders wonen omdat je steeds op zoek moet naar een andere postdoc-positie. Liever heb ik meer zekerheid over inkomen en misschien wil ik wel ooit een gezin. Tegelijk besef ik dat het buiten de wetenschap ook lastig kan worden.’

Max-Bernhard Rudnick

promovendus bij WU en NIOO-KNAW (Duitsland)

‘Ik ben bijna klaar met mijn promotie en op zoek naar een baan in Duitsland of een ander Europees land. Een wetenschappelijke carrière is tegenwoordig lastig als je niet bereid bent om er je privéleven voor op te geven. Ik ben absoluut een gedreven wetenschapper, maar ik wil me ook een keer settelen. Daarnaast blijft de druk om te publiceren maar groeien. Op de lange termijn doodt dit het creatief denken. Als er niets verandert, verworden jonge wetenschappers tot machines die data en publicaties produceren. Tegelijk denk ik dat er nog steeds onderzoeksgroepen zijn die een goede balans tussen leven en werken wel belangrijk vinden. Daarom houd ik hoop op een baan.’ 

Ingrid Vleghels

secretaris onderzoeksschool EPS

‘We zien dat promovendi na hun promotie soms moeilijk aan de slag komen in de wetenschap. Bij een universiteit ben je afhankelijk van onderzoeksbeurzen, maar de slagingskans is laag door de groeiende competitie. Bij bedrijven is nog wel ruimte. 

Binnen de Wageningse onderzoeksscholen proberen we promovendi al tijdens hun onderzoek duidelijk te maken dat er meer is dan de wetenschap. Je leert tijdens je promotie ook allerlei vaardigheden die daarbuiten van pas komen. Van het ontwikkelen en overbrengen van ideeën tot organiseren en netwerken. Niet alle promovendi zijn zich daarvan bewust. En omdat ze zo gefocust zijn op hun onderzoek gunnen ze zichzelf minder tijd voor aanvullende cursussen. 

Zelf wilde ik me na mijn promotie niet richten op onderzoek. Gaandeweg had ik wel ontdekt dat ik het leuk vind om mensen te begeleiden. En dat doe ik nu.’

Naomi Duijvesteijn

Promovendus bij WU en TOPIGS (internationale varkensfokkerij-organisatie)

‘Ik zou geen promovendus zijn geworden als ik voor mezelf geen toekomst had gezien in de wetenschap. Maar de wetenschap is meer dan de universiteit. Ook al ga ik na mijn promotie bij TOPIGS werken, ik blijf ook onderzoek doen. De R&D-afdeling produceert net zo goed wetenschappelijke publicaties. Dat vind ik belangrijk, dat je kunt delen wat je weet. Want wetenschap is geven en nemen, anders kom je nooit verder. En wil je als bedrijf erkenning als innovator, dan moet je ook laten zien dat je je onderzoek wetenschappelijk hebt opgezet en uitgevoerd. Dat ik kies voor een carrière bij een bedrijf komt omdat ik directe toepassing van kennis heel belangrijk en uitdagend vind.’

Tjerk Sminia

Promovendus bij Organische chemie

‘Ik denk dat het erg lastig wordt om na mijn promotie op de universiteit te blijven. De competitie voor die paar tenure track-plekken is groot, en je moet je blijven bewijzen. Ik denk dat dit voor weinigen is weggelegd. Niet dat ik geen uitdagingen aan wil gaan, integendeel, maar het aanvragen van grants kost steeds meer tijd en levert steeds weer onzekerheid op. Je onderwijs en onderzoek gaan daar onder lijden. Bovendien verkoopt het ene onderzoek zich makkelijker dan het andere.  Wat ik graag zou zien is dat er ook vaste banen op de universiteit komen voor gepromoveerden die niet direct de ambitie hebben om een onderzoeksgroep te gaan leiden en hoogleraar te worden. Want ik zou heel graag onderwijs met onderzoek willen blijven combineren. Onderwijs geven is namelijk erg leuk.’

Joris Sprakel

UD  bij Laboratorium voor fysische chemie en kolloidkunde, kreeg VENI-beurs in 2011

‘Als ik geen toekomst meer zag in de wetenschap had ik nu een restaurantje in Frankrijk. Volgens mij is fondsenwerving voor jonge onderzoekers net zo moeilijk als voor ervaren wetenschappers. Het slagingspercentage is inderdaad aan het dalen, maar er zijn wel mogelijkheden. Voor mijzelf gaat het vrij aardig. Je moet creatief zijn en veel contacten leggen in de industrie. Want er is wel een verschuiving gaande van fundamenteel naar toegepast onderzoek. Daar moeten mensen aan wennen, maar dat begint te komen. Overigens heb ik ondanks alles nog steeds een druk sociaal leven.’ 




Re:ageer