Wetenschap - 25 april 2002

Wetenschapper moet de boer op

Wetenschapper moet de boer op

'Wageningse antwoorden sluiten niet meer aan op vragen van praktijk'

Een jonge boerin legt uit wat er schort aan Wageningen UR: "De tijd dat boeren klakkeloos de vindingen uit Wageningen toepassen is voorbij." Monique van der Laan?Veraart ziet een kloof tussen de landbouwwetenschappen en maatschappij en boerenpraktijk. Daardoor ontwikkelen wetenschappers vaak modellen waar boeren te weinig aan hebben en is de burger het vertrouwen in de wetenschap verloren. Van der Laan werkte als lid van de Raad voor het Landelijk Gebied mee aan het rapport Terug op de grond en weer tussen de mensen.

Wageningse onderzoekers staan te ver af van de boerenpraktijk, vindt Monique van der Laan. "Ze moeten vaker langs bij de boer. Onderzoek moet aansluiten bij netwerken van boeren. Innovaties die daaruit komen worden sneller toegepast, omdat boeren sneller iets aannemen van andere boeren dan van de overheid of de wetenschap." Boeren, maar ook burgers, vertrouwen de wetenschap niet meer omdat er volgens Van der Laan een kloof gaapt tussen wetenschap en praktijk. "De Wageningse antwoorden sluiten niet meer aan op de vragen van de boer."

Monique van der Laan, beter bekend onder de naam Monique Veraart, was voorzitter van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt en zat in de commissie Terlouw, die de mening van de Nederlandse burger over biotechnologie peilde. Nu runt ze samen met haar man een biologisch melkveebedrijf en zit in verschillende besturen.

De boerin legt uit hoe de kloof tussen landbouwwetenschappen en maatschappij en praktijk ontstond. Na de Tweede Wereldoorlog was productie het doel van de landbouw en ontstond er door investeringen, kennisontwikkeling en boerenvlijt een intensieve, effici?nte en grootschalige landbouw. Maar de wereld is veranderd. "Het bestaande industri?le systeem is tegen haar grenzen aangelopen. MKZ, dioxinekippen en gekke koeien hebben het publiek aan het denken gezet", zegt Van der Laan. Burgers zijn mondiger geworden en verlangen van het landelijk gebied niet alleen goedkoop voedsel, maar een bredere bijdrage aan de kwaliteit van leven. Natuurbeheer, ruimte om te recre?ren zorglandbouw en milieuvriendelijke productie zijn nieuwe taken van de landbouw. Hoogproductieve landbouw blijft, maar er ontstaan ook andere vormen van landbouw die andere doelen dienen.

Experimenteerruimte

Die verscheidenheid vraagt ook om een verscheidenheid aan kennis van Wageningen UR. De Raad voor het Landelijk Gebied wil dat de oude end-of-pipe-benadering van problemen vervangen wordt door een integrale benadering. Wetenschappelijke disciplines moeten daarin samenwerken aan problemen die uit de praktijk van boeren komen. Om daarin te slagen, moeten de sociale wetenschappen in Wageningen een grotere rol krijgen en moeten technische en sociale wetenschappen nog meer dan nu al het geval is samenwerken. Niet alleen om de verscheidenheid van de praktijk te vertalen in een verscheidenheid aan onderzoek, maar ook om te voorkomen dat oplossingen uit de wetenschap aansluiting bij de praktijk missen of ronduit afgewezen worden door het publiek.

Een voorbeeld dat Van der Laan noemt is een integrale benadering van de bodem. In het oude model van landbouw werd die als een spons gezien, waar stikstof in gaat en uitspoelt. Onderzoek waarin landbouwkundigen, bodembiologen en sociologen samenwerken laat zien dat bodems hun eigen dynamiek hebben waarin verschillende lagen van de grond verschillende functies hebben. Boeren kunnen gebruik maken van de verschillen in de bodem tussen verschillende plaatsen binnen hun bedrijf. Dat vraagt om innovatie van boeren, en sociale wetenschappers kunnen dat proces bestuderen.

De landbouwwetenschap, net als het landbouwbeleid, speelt nog te weinig in op die verschillen. Van der Laan: "Modellen van wetenschappers gaan uit van algemene aannames, zonder de specifieke omstandigheden van boeren mee te nemen." Gevolg is dat er algemene beleidsvoorstellen uit komen, die de boer tegenwerken wanneer hij wil innoveren door juist gebruik te maken van zijn specifieke omstandigheden. Om innovatie te stimuleren, moet de overheid 'experimenteerruimte' laten door boeren niet te zeer te binden met strenge regels.

Onderzoeksbonnen

Meer samenwerking tussen boeren en onderzoekers gaat niet vanzelf, realiseert Van der Laan zich. Om wetenschappers zover te krijgen, zouden boeren onderzoeksbonnen moeten krijgen, denkt Van der Laan. Daarmee betalen ze onderzoek van wetenschappers. Van der Laan: "Niet al het onderzoeksgeld moet zo besteed worden, want wetenschappers moeten natuurlijk ook zelf onderzoek opzetten. Maar het is wel een systeem om boerenkennis en wetenschappelijk onderzoek samen te brengen. Boeren en wetenschappers moeten in de samenwerking accepteren dat ieder zijn vak heeft. Boeren hebben ervaringskennis, wetenschappers hebben abstracte kennis en kunnen metingen doen en modellen bouwen van landbouwsystemen. Ik denk dat het slim is om van elkaar te leren." Maar als wetenschappers moeite hebben met het idee dat ze gelijkwaardig met boeren moeten gaan samenwerken, dan mag de redenatie van haar ook omgedraaid worden. "De wetenschapper die niet samenwerkt met boer of burger levert onderzoek dat niet geaccepteerd wordt door de praktijk en de samenleving." Voor dat argument moeten onderzoekers toch w?l vatbaar zijn, denkt Van der Laan.

Als wetenschappers de boer op gaan, moeten ze zich niet beperken tot de groep voorlopers waar nu veel onderzoek zich op richt. Van der Laan: "Niet alleen wetenschappers hebben moeite mee te komen in het veranderingsproces naar een andere landbouw. Ook boeren komen in verzet. Er is een groep voorlopers die innovatief is of omschakelt naar biologisch. Veel onderzoekers en beleidsmakers richten zich op die kopgroep. Maar er is ook een grote middengroep, die sceptischer is. Informatie over onderzoek onder de kopgroep stroomt niet door naar die middengroep. Als we die omslag in de landbouw willen maken, moeten we ons meer richten op het peloton. Dus geen onderzoek naar de beste maatregel, maar naar maatregelen die een beetje beter zijn en een kleine stap vooruit zetten."

Ook onderzoekers die niets met boeren van doen hebben, maar werken in de voedselverwerking, levensmiddelentechnologie of biotechnologie, moeten volgens het rapport van de raad meer luisteren naar burgers alvorens ze met oplossingen komen. Van der Laan: "Je kunt prachtige technologie ontwikkelen, maar als de maatschappij het niet vertrouwt is het zinloos. In de commissie Terlouw over de acceptatie van biotechnologie merkte ik dat de burger de wetenschap inderdaad niet meer vertrouwt. Daarom moeten wetenschappers zichzelf gaan vermarkten. Net als boeren moeten ze de vraag van het publiek beantwoorden."

Joris Tielens

Foto Guy Ackermans

Re:ageer