Wetenschap - 28 februari 2002

Werkplek: Sectielab ID-Lelystad

Werkplek: Sectielab ID-Lelystad

In een bosje bij de Amsterdamse haven zijn in twee dagen zeventig dode eksters gevonden. Andere vogels in het bosje zijn kerngezond. De Amsterdamse dierenbescherming staat voor een raadsel volgens het Algemeen Dagblad van 26 februari. "De faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht pleegt sectie op drie eksterkadavers. Heeft dat geen resultaat, dan gaan de vogels naar het laboratorium van instituut ID-Lelystad, dat veel ervaring heeft met roofvogelsterfte."

De man met de ervaring is Ad Korevaar. Hij heeft de buit aan roofvogels van de afgelopen dagen voor zich liggen op zijn roestvrijstalen werkblad. Er ligt ook een halfvergaan karkas van een steenmarter. Een wee? lucht stijgt op uit de dierenlijkjes.

"Kijk, deze is vergiftigd", zegt hij, terwijl hij op een dode buizerd wijst. "Er zat landbouwgif in zijn krop. Dat spul werkt zo snel dat zo'n beest bijna ter plekke doodgaat."

Een stukje verderop liggen twee samengebonden vogelpoten en een strengetje ruggenwervels. "Dat zijn de restanten van een kip. Wij testen het vleesmateriaal op gif." Waarschijnlijk heeft iemand de kip in een boom gehangen om roofvogels te vergiftigen.

Korevaar pleegt dagelijks sectie op verschillende dieren. Dat kunnen schapen en koeien zijn met scrapie of BSE, of proefdieren waar een aantal organen uitgehaald moet worden voor onderzoekers. Maar het mooist vindt hij toch de wilde dieren. Dat haalt de speurder in hem boven. "Het is leuk om uit te zoeken waarom zo'n dier is doodgegaan." Behalve bij vissen natuurlijk. Die worden 's zomers wel eens afgeleverd voor onderzoek. "Daar ik hou niet zo van", legt hij uit. Wijzend naar de vogels: "Dit vind ik niet stinken, maar vissen, bah." | K.V., foto G.A.

Re:ageer