Wetenschap - 3 oktober 2002

Werkplek: Hydraulicalab, Nieuwlanden

Werkplek: Hydraulicalab, Nieuwlanden

Als alle watermodellen in het Hydraulicalab draaien, lijkt het alsof je vlakbij een waterval staat, maar dan eentje in een fabriekshal. Bovenin staat een bak waarin wordt getest hoe water zich gedraagt als het door waterplanten heen stroomt, beneden staan schaalmodellen van sluizen en wateroverlaten. Het water wordt in de kelder opgepompt naar de hoofdtank bovenin de hal, waardoor het in constante druk door de modellen stroomt.

Otto Rick zit tussen het razende water een beetje alleen aan een tafeltje. "Maar het is hier niet altijd zo druk, hoor", vertelt hij. De vierdejaars student Integraal waterbeheer is voor een afstudeervak Oppervlaktewaterhydrologie bezig om een model te ontwikkelen van meanderend water. Het model waar hij sinds een week aan werkt ziet er naast de grote bakken met stromend water erg simpel en mini uit. Op een plaat perspex die in elke gewenste hoek schuin kan worden gezet, stroomt een dun straaltje water in de zo kenmerkende s-vorm van een meanderend beekje naar beneden.

"Water probeert altijd een evenwicht te vinden tussen hard en langzaam stromen", legt Rick uit. De vraag is nu hoe die onregelmatige vorm van de meandering ontstaat - het stroompje heeft geen zuivere s-vorm, maar vormt als het ware zakjes op het perspex, daarna stroomt het weer even omhoog, en dan valt het loodrecht naar beneden naar het volgende zakje. Daarna herhaalt de beweging zich.

Uit de metingen die Rick doet aan het model van perspex zal een computermodel van een meanderende beek worden ontwikkeld. Rick legt met zijn modelwerk de basis voor komende afstudeerders. Op het laatst zullen die niet meer in de razende watervalgeluid van het Hydraulicalab zitten, maar achter de computer. | M.W., foto G.A.

Re:ageer