Wetenschap - 5 september 2002

Werkplek: Hoeve Bellet in Epen (Zuid-Limburg)

Werkplek: Hoeve Bellet in Epen (Zuid-Limburg)

De plantensociologen dr Joop Schamin?e (rechts) en drs Eddy Weeda (op de rug gezien) van Alterra hebben een vrije dag, maar toch werken ze. Ze maken een vegetatieopname van grassoorten bij het Zuid-Limburgse Epen. Een club van twintig uiteenlopende mensen - een tachtigjarige oud-mijnwerker en orchidee deskundige, twee vegetatieonderzoekers van Waterschap de Geul - is met een van de veertig jaarlijkse excursies van de Plantensociologische Kring Nederland (PKN) neergestreken in de oude hoogstamboomgaard van Hoeve Bellet.

De kring rond het perceeltje sluit zich langzaam, terwijl grassprietjes, takjes en uitgebloeide bloempjes discussie uitlokken met veel Latijnse plantennamen. Determineren is moeilijk, want de veelal met kleine loepjes uitgeruste onderzoekers kunnen in september niet afgaan op bloemen, maar zijn volledig aangewezen op de vegetatieve kenmerken van de planten.

De PKN is twaalf jaar geleden opgericht als een voortvloeisel van de decennialange samenwerking van de groep voor een grootschalig onderzoek naar de vegetatie van Nederland. Dat resulteerde in de bekende boekenreeks De vegetatie van Nederland en de database SynBiosys met 360.000 vegetatieopnamen. De bonte groep over het gras kruipende volwassenen is eigenlijk een vriendenclubje van mensen die zich in Nederland professioneel bezighouden met vegetatie. De dag ademt de sfeer van een re?nie.

"Het moet wel een gek gezicht zijn om zo'n stelletje idioten in het gras bezig te zien", zegt Schamin?e met gevoel voor zelfrelativering. En inderdaad, de wandeltoeristen die genieten van het Zuid-Limburgse heuvellandschap kijken soms wat vreemd richting de naar de grond turende onderzoekers. Het grasland onder de hoogstamappelbomen blijkt een kamgrasweide, zeldzaam in Nederland. | M.W.

Re:ageer