Wetenschap - 22 november 2001

Werkplek: Geurlab IMAG

Werkplek: Geurlab IMAG

Als de bel gaat, ruiken de zes snuffelaars aan de twee trechters die ze voor zich hebben. Er komt lucht uit stromen: uit de ene volkomen geurloos, uit de andere met een vaag stalluchtje. Elke keer geven de panelleden aan uit welk pijpje ze denken dat de geur komt. De concentratie van de geur wordt in stappen verhoogd, net zo lang tot iedereen het zeker weet: hier zit een luchtje aan. Het is de bedoeling om erachter te komen welke concentratie het panel kan ruiken.

Niet iedereen mag hier komen snuffelen. In het geurlab van het IMAG zitten alleen mensen met een gemiddelde neus. Ze zijn streng geselecteerd dat ze niet te slecht en niet te goed ruiken. De helft van de mensen die zich aanmelden, valt af.

In het snuffelpanel zitten vooral studenten, twee oud-IMAG-medewerkers en enkele vutters. Bijna allemaal hebben ze een boek voor hun neus, want tussen de bedrijven door hebben ze tijd om te lezen of te studeren. De meeste mensen komen hier via mond-tot-mond-reclame of via het uitzendbureau.

De geurmonsters komen vooral uit stallen met varkens, kippen of koeien, soms ook bijvoorbeeld uit een mestopslag. De lucht wordt daar opgevangen in speciale plastic zakken. Eenmaal in het lab, wordt de stallucht gemengd met schone lucht. "Wij halen de schone lucht uit een binnentuin en filteren die met actieve kool", legt ing. Johan Ploegaert, hoofd van het laboratorium, uit. "De lucht gaat alleen door roestvrijstalen leidingen. Ze mag niet in aanraking komen met bijvoorbeeld koper of plastic, want dat ruik je zo. Het is nog moeilijk om lucht te krijgen waar helemaal geen geur aanzit." | M.Hg., foto G.A.

Re:ageer