Wetenschap - 20 september 2001

Werkplek: Boomgaard praktijkonderzoek

Werkplek: Boomgaard praktijkonderzoek

Het is druk in de boomgaard van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving in Randwijk. Twee maanden lang plukken tientallen mensen appels en peren, dit is de drukste tijd van het jaar. Alle tien medewerkers van de afdeling bedrijf en vrijwel alle onderzoeksassistenten zijn ingeschakeld. Daarnaast werken er zestien losse plukkrachten, vooral huisvrouwen, gepensioneerden en studenten uit de omgeving.

In ploegen werken de plukkers de boomrijen af. Binnen de kortste keren is een boompje dat vol hangt met grote rode appels helemaal leeg. De gave vruchten gaan in grote voorraadbakken en de beschadigde exemplaren gaan in kleine kisten apart. De trein met voorraadbakken rijdt steeds een stukje verder. De mensen plukken hele dagen met af en toe een pauze.

"Zwaar werk? Nee, ik doe dit voor m'n ontspanning," zegt een 73-jarige Betuwnaar, "en ik pluk al zestig jaren." Verderop staat een vrouw die ook al jaren ervaring heeft. "Gezellig werk", vindt ze. Last van het weer heeft ze niet, want bij regen gaan ze naar binnen. Een jongere collega van haar krijgt instructies, het is haar eerste plukdag. Niet knijpen, niet gooien en niet lostrekken - want dan kun je de knoppen voor volgend jaar meetrekken - maar losdraaien. En het moeilijkste: op de kleur letten. De meeste appelrassen worden in twee of drie keer geoogst, de rijpste, geelste vruchten eerst.

Het plukken in de bufferrijen, tussen proefvelden in, is vrij makkelijk. In de proevenvelden moeten de plukkers per boom de vruchten tellen en invoeren in een veldcomputer of noteren op een formulier. Daar zijn de mensen stil, anders raken ze de tel kwijt. | M.H.

Re:ageer