Organisatie - 6 april 2017

Werklast anders verdelen?

tekst:
Yvonne de Hilster

Wageningse wetenschappers combineren onderwijs en onderzoek. Doordat de studentenaantallen snel groeien en de onderzoeksfinanciering juist terugloopt, kampen sommige leerstoelgroepen met hoge werkdruk en/of financiële tekorten. Door nauwer samen te werken, kunnen ze de werklast en het geld beter verdelen. Dat stelt Tiny van Boekel, scheidend directeur van het Onderwijsinstituut (OWI). Goed idee? En wat gebeurt er nu al?

Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Jack.JPG

Jack van der Vorst, directeur Social Sciences Group

‘Het balanceren van plussen en minnen zoals Van Boekel beschrijft, is al praktijk op departementsniveau, al streven we natuurlijk naar een positieve begroting voor elke leerstoelgroep. Waar we wat mij betreft naartoe zouden moeten, zijn robuuste groepen: programmatische clusters die samenwerken op inhoud en vanuit een gezamenlijke visie. Afgelopen jaar is daar in het kader van een WUR-breed speerpunt naar gekeken. Door clustering zijn mensen en faciliteiten efficiënter in te zetten en is meer flexibiliteit in rollen mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld makkelijker managementtaken bij een persoonlijk hoogleraar of universitair hoofddocent neerleggen. De werkdruk ligt hoog door het streven naar excellentie in onderzoek en onderwijs, in combinatie met stijgende studentenaantallen en de tijd die acquisitie van onderzoeksfinanciering is gaan vragen. Bovendien vissen groepen geregeld in dezelfde vijver. Tegelijkertijd is de onderwijsvergoeding een belangrijke poot voor een leerstoelgroep, waardoor groepen soms concurreren op onderwijs. Door samen te werken in clusters kun je onderwijscapaciteit effectiever inzetten en bijvoorbeeld gezamenlijk docenten aanstellen, of besluiten voor welke grants of calls te gaan. Ik denk aan clusters van drie tot vijf leerstoelgroepen. Maar dit hangt sterk af van de betrokken groepen, want er is een grote diversiteit.’

Cathelijne.JPG

Cathelijne Stoof, universitair docent bij de leerstoelgroep Bodemgeografie en landschap

‘Ik ben voor meer samenwerking van groepen op onderwijs- en onderzoeksgebied. Bij de groepen om mij heen zie ik echter overal een hoge onderwijsdruk, dus ik weet niet of een betere verdeling iets gaat oplossen. Er is sowieso meer nodig. Wij nemen studenten mee het veld in, in Nederland en het buitenland. Daarin zit ook de kracht van Wageningen: binnen de theorie, buiten de toepassing. Landschappen en bodems moet je zelf zien. Stijgende studentenaantallen zetten dit praktische deel van opleidingen onder druk. Je kunt niet met zeventig man rond een kuil staan voor een bodemprofiel, of met negentig studenten bij een boer aankomen voor een rondleiding. Daarnaast is het didactisch gezien onmogelijk iedereen bij je uitleg te betrokken te houden. Ook daardoor kan onderwijskwaliteit verloren gaan. Nu lost ieder vak dit vraagstuk voor zich op, en kiest er bijvoorbeeld voor de excursie twee keer te doen. Dat verhoogt de werkdruk en de kosten. En wat te doen bij een buitenlandexcursie van twee weken? Ik ben benieuwd naar de visie van het OWI op dit praktische vraagstuk.’

Hans.JPG

Hans Komen, persoonlijk hoogleraar Fokkerij en genetica en lid van het OWI-bestuur

‘Wat mij betreft is de eerste vraag of je de groei wel moet blijven facilliteren. Want tussen de kwaliteit van het onderwijs in Wageningen en de kleinschaligheid zit een ijzersterke relatie. Selectie aan de poort vind ik niet verkeerd, daar krijg je goede studenten mee binnen. Wij hebben als leerstoelgroep geen last van een hoge werkdruk. Elk jaar verdelen we onderling de onderwijslast en we rouleren vakken om ze fris te houden. Daarnaast delen we de onderwijslast met andere leerstoelgroepen door vakken te combineren. Dat is zeker interessant bij kleinere vakken. Neem Population and quantitiave genetics, zowel nodig bij Erfelijkheidsleer als bij Fokkerij en genetica. We voegen beide groepen samen – samen zo’n zestig studenten – en krijgen beide de helft van de onderwijsvergoeding. Zo zijn er meer natuurlijke matches. Op departementsniveau naar het totale resultaat kijken is prima. Een leerstoelgroep met veel onderwijs in de bachelorfase zal een zwaardere onderwijslast hebben. Wie veel projecten met het bedrijfsleven kan starten en veel promovendi kan binnenhalen, zal er financieel al snel beter uitspringen.’

Kees.JPG

Kees de Graaf, hoogleraar Sensoriek en eetgedrag bij de afdeling Humane voeding

‘Onze afdeling omvat vijf leerstoelgroepen die een geheel vormen, in faciliteiten, financieel en met een gemeenschappelijke ondersteunende staf. Deze samenwerking is zo gegroeid. Toen er in de jaren tachtig een tweede leerstoel op het gebied van voeding bij kwam, heeft die zich niet afgesplitst. Ook de drie leerstoelen die daarna nog zijn ingesteld, zijn binnen de afdeling gebleven. Het werkt, omdat we een gemeenschappelijk belang hebben. Je bent ook iets flexibeler als grotere groep. Natuurlijk heb je wel heldere spelregels nodig en moet iedere leerstoel zijn verantwoordelijkheid nemen. De begeleiding van studenten hebben we zo geregeld dat docenten de promovendi begeleiden, en de promovendi de thesisstudenten. Dat vereist inderdaad voldoende promovendi en dus voldoende onderzoeksfinanciering. Omdat de rek er op een gegeven moment toch uit is, hebben we ook thesis rings ingesteld, waarin studenten onder begeleiding van een docent elkaars werk bespreken. Wat ik heel leuk vind, is dat we kortgeleden een samenwerking met Levensmiddelentechnologie zijn aangegaan. We zijn bezig met nieuwe vakken voor de interspecialisatie Food digestion & health, voor de masters Food technology en Nutrition & health. Als het goed is komt hier ook weer onderzoek uit voort. Zo blijven onderzoek en onderwijs met elkaar in de pas lopen.’

Alfons.JPG

Alfons Oude Lansink, hoogleraar Bedrijfseconomie en directeur onderzoeksschool WASS

‘Binnen de sociale wetenschappen zijn clusters gevormd van leerstoelgroepen die inhoudelijk en secretarieel samenwerken en naar elkaar toegroeien. Binnen sommige clusters wordt nu ook gesproken over het poolen van onderwijsmiddelen. Dat is niet vanwege de werkdruk, maar vanuit het oogpunt van efficiëntie. Zo kun je per vak de beste mensen voor de groep krijgen. Die verhoogde werkdruk door hogere studentenaantallen ervaar ik ook nog niet. Maar als we de ruime aandacht voor studenten overeind willen houden, zullen we wel efficiëntieslagen moeten maken, vooral in onderwijsvormen. Denk aan thesis rings en verdere digitalisering. Leerstoelen gaan afrekenen op departementsniveau, zoals Van Boekel oppert, is geen oplossing voor de lange termijn. Je kunt een leerstoelgroep die structureel financieel slecht presteert niet in de benen blijven houden.’


Re:ageer