Wetenschap - 1 januari 1970

Werkende moeders veroorzaakten babysterfte Beveland

Werkende moeders veroorzaakten babysterfte Beveland

Werkende moeders veroorzaakten babysterfte Beveland


In de negentiende eeuw stond de provincie Zeeland bekend om zijn hoge
zuigelingensterfte. De Wageningse promovendus dr Otto Hoogerhuis heeft
anderhalve eeuw later de oorzaak achterhaald: werkende moeders hadden geen
tijd om hun kinderen borstvoeding te geven.

Medici hebben in de negentiende eeuw gediscussieerd over de oorzaken van de
kindersterfte in Zeeland. Malaria was een oorzaak, dachten sommigen - een
inzicht waar historici nu trouwens vraagtekens bij zetten, omdat ze
vermoeden dat de artsen destijds moeite hadden malaria van andere ziekten
te onderscheiden. De Middelburgse geneesheer Jan Cornelis de Man meldde in
1853 dat vooral de situatie in Noord- en Zuid-Beveland schrijnend was.
Reden voor de historicus dr Otto Hoogerhuis om in de archieven informatie
over dat gebied bij elkaar te zoeken, en aan de hand van dat materiaal de
oorzaken van de sterfte te achterhalen.
Halverwege de negentiende eeuw was de sterfte op zijn hoogtepunt, laten de
statistieken zien. De piek lag in de zomer en nazomer. Sommige artsen uit
die tijd weten de sterfte aan het te vroeg stoppen met borstvoeding.
Moeders moesten werken op het land, schreven ze, en besteedden hun kinderen
uit aan verzorgers. Die voedden de kinderen met pap.
Die theorie zou wel eens kunnen kloppen, ontdekte Hoogerhuis. Omdat vrouwen
minder kans hebben om zwanger te worden als ze borstvoeding geven, kon hij
aan de hand van de geboortecijfers zien in welke maanden vrouwen minder
borstvoeding gaven. Het dieptepunt viel precies samen in de zomerperiode
dat de sterfte toenam.
Een andere aanwijzing voor de juistheid van de borstvoedingtheorie kwam uit
een analyse van de doodsoorzaken achter in de negentiende eeuw die
Hoogerhuis samen wist te stellen. Daaruit bleek dat de zuigelingen vooral
overleden aan ziekten van de spijsverteringsorganen, zoals diaree en
dysenterie. De kinderen kregen kennelijk voeding waar ze niet tegen bestand
waren. De meeste slachtoffers vielen trouwens in de gezinnen van de
landarbeiders.
Hoogerhuis kon ook aantonen dat de vrouwen op de sterfte van hun kinderen
reageerden door opnieuw zwanger te worden. De vruchtbaarheid lag in het
gebied daardoor ongekend hoog. Een vrouw in het dorp Wolphaartsdijk, onder
de rook van Goes, bracht gemiddeld twaalf kinderen ter wereld.
Hoogerhuis werkt in het dagelijks leven als provinciaal archiefinspecteur
in de provincie Zeeland, en is jarenlang met het onderwerp bezig geweest.
Toch is de exercitie nog steeds niet helemaal af, zegt hij. ,,Je zoekt in
archieven en je bouwt databases op zodat je kunt meten’’, zegt hij. ,,Je
laat er berekeningen op los en je kijkt wat er uitkomt. Maar is dat dan ook
wat er werkelijk is gebeurd? Ik durf het niet te zeggen.’’ |
W.K.
Dr Otto Hoogerhuis promoveerde op 24 oktober bij prof. Ad van der Woude,
emeritus hoogleraar in de Agrarische geschiedenis, en prof. Frans van
Poppel van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Fotobijschrift
Gezinnen op Beveland waren in de negentiende eeuw ondanks de hoge
babysterfte vaak zeer kinderrijk

Re:ageer